DE ATLAS VAN STOLK IN ROTTERDAM EXPOSEERT GANZENBORDEN UIT VROEGER EEUWEN; In plaats van de dood wenkt de Blauwe Knoop

Historisch Museum Rotterdam, Korte Hoogstraat 31. T-m 8 sept. Di-za 10-17u, zo 13-17u. Inl 010-4334188.

'Dat valt op een gansje' betekent dat iets een gelukje is. De uitdrukking komt van het ganzenbord. Degene die bij dat spel op een gans komt, mag de met de dobbelsteen gegooide ogen dubbel tellen en komt zo dichter bij de pot. 'Dat valt op een gansje' is ook de titel van een tentoonstelling over ganzenborden van de Atlas van Stolk, onderdeel van het Historisch Museum Rotterdam. De titel heeft een onbedoeld dubbele betekenis gekregen nu overal in den lande ganzen met kleurige strikjes om de hals in de vensterbanken staan te pronken. De plotselinge ganzenrage geldt echter niet het gezelsschapsspel. Dat is nog wel te koop in de speelgoedwinkels, maar heeft het al lang moeten afleggen tegen een vloed van nieuwe concurrenten.

Het ganzenbord is eeuwenlang populair geweest. Het oudste bord dat op de tentoonstelling te zien is dateert uit de tweede helft van de zeventiende eeuw en is van een type dat lange tijd gangbaar was in Nederland. Het heeft een staand formaat. In een van de bovenhoeken is een man afgebeeld die zwaarmoedig het hoofd in de hand steunt. In de andere hoek lijkt de winnaar hem met een obsceen gebaar uit te jouwen.

Het spel bestond toen al langer. Over de oorsprong echter is niets bekend. Aan de hand van oude teksten is het te traceren tot de late zestiende eeuw en het begin van de zeventiende eeuw, vertelt drs. Ria Deelen, conservator van de Atlas van Stolk. Het spel werd in die tijd vooral gespeeld aan de vorstelijke hoven in Italie en Frankrijk.

Bekend is bijvoorbeeld dat Filips II van Spanje (1527-1598) een bord cadeau kreeg van de Italiaanse familie Dei Medici. De heelmeester van Lodewijk XIII maakte in 1612 een aantekening waaruit bleek dat de vorst zich met een ganzenbord amuseerde. Via de hoven sijpelde het spel door naar het gewone volk. In Londen werd in 1597 het 'new and most pleasant game of the goose' verkocht. Opmerkelijk is dat ook later bijna alle spelen als 'nieuw en vermakelijk' werden aangeprezen.

Hoewel in de zeventiende eeuw veel ganzenborden in omloop moeten zijn geweest, zijn er maar weinig van over. De meeste oude exemplaren die bewaard zijn gebleven, dateren uit de negentiende eeuw. Op de tentoonstelling zijn alleen bedrukte borden van papier te zien, maar er bestonden ook borden van hout. Sommige waren ingelegd met paarlemoer.

Waarom het spel naar de gans is genoemd, is onbekend. Ria Deelen: “De gans is het symbool van waakzaamheid, maar ook van domheid. Het is ook een trekvogel, die weet hoe hij zijn weg moet afleggen. In de Griekse mythologie verbeeldt de gans het lot, of het noodlot. Bovendien lopen ganzen altijd in een enkele rij achter elkaar, net als de vakjes in het spel. Maar de gans wordt ook wel gecombineerd met Juno, de godin van onder andere het huwelijk. In Duitsland speelden jongemannen de avond voor ze gingen trouwen op het bord om te weten te komen wat hen in het huwelijk te wachten stond. Het zijn allemaal toepasselijke verklaringen, maar met zekerheid weten we niets”.

Op het bord wordt de gans meestal uitgebeeld in zijn natuurlijke omgeving, maar ook wel in gebraden toestand - dampend aan de dis. Op de tentoonstelling hangt een mooie kleurenlitho uit 1880, waarop het parcours zelf de gedaante van een gans heeft en de veren van het dier de vakjes vormen. Op een satirisch bordspel uit 1724, dat een spotprent vormt op de omstreden bul van paus Clemens XI tegen de jansenisten, staan groepen gansjes afgebeeld met mijtertjes op de kop.

Het ganzenspel wordt gespeeld met dobbelstenen. De spelers moeten een spiraal van 63 genummerde vakjes afleggen. Onderweg komen zij een reeks beloningen en obstakels tegen. Op dertien vakjes staat een gans afgebeeld. Verder wachten de brug, herberg, put, doolhof, gevangenis en de dood. Wie het eerst het eindpunt bereikt, wint de pot. Het traject is wel vergeleken met de levensloop van de mens, die ook zijn goede en kwade momenten kent. Vreemd genoeg eindigt de weg niet bij de dood: daar mag men overnieuw beginnen. Volgens Deelen zou dat een verwijzing kunnen zijn naar de wedergeboorte van Christus. Aan het ganzenbord wordt ook wel een bijbelse betekenis toegekend.

Ook over de symboliek van de getallen is veel gespeculeerd. Het getal 63 stond vroeger in de volksmond bekend als het 'moordjaar', de leeftijd waarop men de grootste kans zou lopen om te sterven. Zelfs keizer Augustus zou al met zijn leeftijd hebben gesjoemeld om dat noodlottige getal te ontlopen.

In oorsprong was het ganzenbord een spel voor volwassenen. Dat blijkt ook uit de taferelen op de borden. Deelen: “Waarschijnlijk werd het een kinderspel in de negentiende eeuw, toen er een scheiding ontstond tussen kind en volwassene. Dan komen er ook illustraties op waarbij het hele huisgezin rond het bord zit”.

De tentoonstelling laat ook een aantal varianten op het ganzenbord zien. Het uilenbord bijvoorbeeld, dat lang populair is geweest, maar geheel in vergetelheid is geraakt. Bedrijven hebben het bord aangegrepen om hun reclameboodschap uit te dragen. Deze krant waagde zich er in april 1981 aan met het 'Ganzentrekspel'. Van de Zuidhollandsche Bierbrouwerij is een mooie kleurenlitho te zien uit 1915. In plaats van in de put moet de onfortuinlijke speler er in het geheelonthouderskoffielokaal zitten en op het nummer 58 wenkt in plaats van de dood de Blauwe Knoop.

Vroeger werd er meestal om geld gespeeld, zeker toen het nog volwassenenspelen waren. Later ging het om fiches of pepernoten. Het gokelement heeft nogal eens tot kritiek geleid uit kerkelijke en opvoedkundige kringen. M.D. Teenstra verwijst in 1853 in zijn boek De Kinderwereld naar het “zedenbedervend en tijdvermoordend dobbelspel”

dat de kinderen al jong wordt aangeleerd op het ganzen- en uilenbord. Maar, zo leert de expositie, er bestonden ook borden met leerzame en stichtelijke boodschappen - borden waarop de spelers munten leren kennen, of inzicht krijgen in de dierenwereld of de geschiedenis. Op een houtsnede uit 1816 vindt de speler rozen en doornen op zijn weg en moet hij geregeld 'leergeld' betalen. Voor hij de weg des levens opgaat krijgt hij de waarschuwing: “Wagt u voor deez' drie klippen wel, de wijn, de vrouwen en het spel”. Weet hij die dwaalwegen te omzeilen dan eindigt hij in 'den Tempel van het Geluk'.