Concurrenten ABN-Amro kunnen soms goedkoper werken; Niet altijd fijn om een bank te zijn

AMSTERDAM, 25 APRIL. Het is niet altijd fijn om een bank te zijn nu financiele dienstverlening niet meer strikt onderverdeeld is in afgescheiden deelmarkten waar alleen banken, verzekeraars of andere instellingen mogen werken.

Banken moeten van hun toezichthouders immers altijd een stukje eigen vermogen als buffer opzij zetten bij alles wat ze doen. Andere aanbieders van dezelfde diensten hebben die verplichting niet of minder en kunnen dus goedkoper werken.

De ABN-Amro Holding heeft bijvoorbeeld een zeer interessante kleindochter, Lease Plan Holding, waarvan alle aandelen in handen zijn van Bank Mees & Hope, die zelf een 100 procent dochter is van de ABN, die voor 99,9 procent eigendom is van ABN-Amro Holding. De sterk groeiende activiteiten van Lease Plan staan dus op de geconsolideerde balans van de holding en eisen een vermogensbeslag van 8 procent.

Wanneer bijvoorbeeld een verzekeraar eigenaar is van een lease-maatschappij, heeft dat leasebedrijf niet te maken met die solvabiliteitseis van 8 procent, en die verzekeringsdochter kan dus goedkoper haar diensten aanbieden dan de bankdochter. Bovendien houdt de verzekeraar-moeder vermogen vrij om eventueel collega's mee over te nemen, terwijl de bank-moeder haar vermogen in de leasedochter vast heeft zitten.

En het gaat niet alleen om Lease Plan, dat nu de winst van Mees & Hope met nodeloos duur vermogen schraagt. “Op het gebied van aerospace- en leasefinancieringen met een grensoverschrijdend karakter sloten we voor enkele miljarden guldens transacties af. De hierbij betrokken activa varieerden van vliegtuigen tot trams, treinen, films, een papiermachine en een in het Verre Oosten gelanceerde commerciele sateliet. Deze financieringsactiviteiten leverden een belangrijke bijdrage aan het resultaat van de bank,” aldus het jaarverslag.

Die markt groeit, de tradionele kredietverlening niet. “Net als andere internationale banken hebben wij ons tengevolge van de vernieuwde solvabiliteitseisen van de Bank voor Internationale Betalingen in de tweede helft van 1990 terughoudender opgesteld bij de kredietverlening aan internationale clienten,” staat in het jaarverslag.

De internationale groei is buiten de traditionele bankenmarkt te vinden. ABN-Amro Holding was dus liever geen bank geweest. Maar De Nederlandsche Bank was alleen bereid om snel toestemming te geven voor de fusie die van ABN en Amro een bank van wereldklasse moest maken, indien de holding die een bod op beider aandelen uitbracht ook een bank zou zijn en zo onder toezicht van Duisenberg en de zijnen zou vallen.

De Nederlandsche Bank heeft het niet zo op holdings die behalve een bank ook nog andere dochters hebben. De ervaring met Vendex en Staal Bankiers leert nog eens dat je dan immers maar nooit wat er in de rest van het concern gebeurt. Bovendien bestaat de verleiding de holding geld te laten lenen, om daarmee aandelen in de bankdochter te kopen.

Op die manier is het eigen vermogen van de bank eigenlijk geleend geld. Zo'n constructie, in Frankrijk en de VS niet onbekend, acht De Nederlandsche Bank ongezond.

Maar vanuit het standpunt van ABN-Amro Holding (of NMB-Postbank) gezien is het aanlokkelijk vele activiteiten niet als bank (met de aan banken gestelde solvabliteitseisen) te ontplooien. “ABN Amro streeft ernaar de niet balansgebonden inkomsten te vergroten,” staat dan ook in het jaarverslag. Onmiddelijk gevolgd door de waarschuwing: “Dit beleid kan ertoe leiden dat de resultaten sterker fluctueren dan in het verleden.”

Dat is nu net het soort van onzekerheid waar De Nederlandsche Bank niet van houdt. Maar het is een ontwikkeling die onvermijdelijk lijkt nu de banken niet langer door regelgevende schotten worden afgeschermd van de weersontwikkeling op de mondiale financiele markten. Markten die niet aan beweeglijkheid inboeten al lopen de in het verleden gesmade “onevenwichtigheden” tussen de betalingsbalansen van de economische grootmachten terug. De centrale banken mogen dan als toezichthouder op het bankwezen een gestage ontwikkeling op prijs stellen, op het monetaire vlak kunnen zij de daartoe benodigde rust niet geven. In een wereld waarin de dollar zoals in maart dit jaar met 22 cent in een maand stijgt, waarin een omgekeerde rentestruktuur bestaat - die het goedkoper maakt geld voor lange tijd dan voor korte tijd te lenen - en waarin de rente in landen met een spaartekort als de VS onder die in landen met een overschot als Nederland ligt, kan een internationaal werkende bank als ABN Amro in april niet zeggen of de winst voor dit jaar hoger of lager zal zijn dan die van vorig jaar.

Die onzekerheid moet het in theorie voor de bank duurder maken een beroep op de kapitaalmarkt te doen. De risicopremie die beleggers dan vragen lijkt desondanks wat te dalen. In lijn met het koersgemiddelde is de koers-winst verhouding van ABN-Amro opgelopen van 6,3 aan het eind van vorig jaar tot nu bijna 7,5. Dat is nog steeds een verhouding waarbij de bank alleen maar rendabel kan investeren in nieuwe activiteiten die meer dan 13 procent rendement op leveren en dat soort activiteiten liggen in de financiele markten niet voor het oprapen.

Geen wonder dat ABN Amro Holding die vorig jaar 1,3 miljard goodwill betaalde voor nieuwe acquisities, even halt maakt op het expansiepad en door middel van kostenbeheersing de rentabiliteit van de bestaande operaties probeert te verbeteren. Een structurele kostenbesparing van 500 miljoen gulden in de komende vier jaar, oftewel 12 procent van de totale loonsom, is daarbij het streven. Een bedrag dat ongeveer evenveel is als de holding jaarlijks afschrijft op computers en software, wat aangeeft hoe mankracht in het bankwezen ook financieel vervangen wordt door geheugencapaciteit.

De holding denkt ook bij de beoogde besparing op loonkosten internationaal. Het maken van software voor het internationale bedrijf kan best in Hong Kong gebeuren, zo sprak het bestuur waarschijnlijk tot schrik van Volmac en de andere in de branche. De administratieve rompslomp - het 'back-office' - zou wel eens naar een land met lagere loonkosten kunnen worden ondergebracht.

Het is de vraag hoe serieus het internationale aspect van de kostenbesparing genomen moet worden. In hoeverre de kosten van een guldensbank naar buiten Nederland zulen worden verschoven. ABN-Amro presenteert zich met zijn wijd gespreide kantorennet als een van de meest internationale banken ter wereld, maar wie maatstaven anders dan kantoorgebouwen hanteert, bespeurt toch een meer Hollands karakter.

Noch in de raad van bestuur, noch in de raad van commissarissen van de bank is iemand met een andere nationaliteit dan de Nederlandse te vinden. In de ranglijsten die vakbladen als Euromoney bijhouden van de marktaandelen van banken op verschillende internationale terreinen is ABN Amro zelden terug te vinden.

Maar wat niet is kan nog komen. Nu is ABN Amro nog een bank met de Nederlandse gulden als basis en de Nederlandsche Bank als hoedster. De fusie heeft het geraamte neergezet van een instelling die straks moet kunnen werken op basis van een Europese valuta onder toezicht van een Eurofed. Om het benodigde vlees en vooral de noodzakelijke spieren op die botten te krijgen moeten de mensen die de bank vormen nog de nodige inspanning leveren en de daaraan verbonden pijn lijden.