Burcht van Domburg eindelijk terecht

MIDDELBURG, 25 APRIL. Het duurde even voor het tot hem doordrong. “Maar toen snapte ik dat we eindelijk een stukje van de Karolingische burcht hadden gevonden.” Vorige week kreeg de provinciaal archeoloog van Zeeland, R.M. van Heeringen, toestemming van de gemeente Domburg om twee nog braakliggende bouwkavels te onderzoeken op sporen uit een ver verleden. Een buitenkansje, want over de oorsprong van de badplaats is weinig bekend. “En de mogelijkheid om te graven krijg je niet vaak; meestal is alle grond al bebouwd.”

De theorie dat Domburg omstreeks de 9de eeuw is ontstaan uit een burcht is al oud. Het bouwwerk zou deel hebben uitgemaakt van een verdedigingslinie die zich uitstrekte van Noord-Frankrijk tot Zeeland.

De burchten dienden als bescherming tegen de aanvallen van Vikingen en waren gebouwd in opdracht van de Karolingen, een Franse dynastie die destijd de scepter zwaaide in wat nu Zeeland is.

“Maar we hadden nog nooit een spoor van die burcht gevonden”, vertelt Van Heeringen. “En in de vorige eeuw werden veel vondsten gedaan op de stranden voor Domburg, dus hield men er rekening mee dat de burcht wel eens verzwolgen kon zijn door de zee.”

Anderzijds waren er oude kaarten waarop aan de oostkant van Domburg een wal stond aangegeven. “En er was vlakbij die plaats een villa die de naam De Waal droeg. Deze naam zou weer een verbastering kunnen zijn van de wal. Bovendien kwam de historicus Johan Huizinga in 1935 tot de conclusie dat de Karolingische burcht nog ergens in Domburg moest liggen. Mijn voorganger heeft dat goed onthouden en spoorde ons aan vooral te gaan graven als we daartoe de mogelijkheid hadden.”

Met een hydraulisch graafmachientje werden vorige week vrij snel de grijs-witte klei- en zandplaggen blootgelegd waarmee de vesting was opgebouwd. “Een kwestie van geluk. Twee jaar geleden hebben we gegraven in Burgh, een dorpje op Schouwen-Duiveland. Ook daar hebben we resten van een ronde Karolingische burcht gevonden. Ongeveer twintig jaar geleden is in Oost-Souburg, vlak bij Vlissingen, zelfs een burcht tot in detail gevonden. De plaggenwallen van de drie bouwwerken zagen er exact hetzelfde uit. Het kon dus niet missen. Ik wist: dit is weer een Karolingische burcht.”

Over het dagelijks leven in en rond de bouwwerken uit die tijd is weinig bekend. “Waarschijnlijk leefden de mensen van de schapenteelt.

Met name bij de opgravingen in Souburg zijn veel schapebotten gevonden. Wie weet trokken ze met die beesten over de kwelders.''

Het opvallende van de opgravingen vindt Van Heeringen het planmatige. “Mensen gingen bij de bouw heel geordend te werk. De burchten waren rond en hadden een diameter van 200 meter. Er waren meestal vier ingangen. In Souburg zijn zelfs woonhuizen teruggevonden, ook weer keurig geordend. Waarschijnlijk zijn die er later ingebouwd.” De huisraad was voornamelijk van hout en is inmiddels vergaan.

Toch heeft de archeoloog hoop ooit opgravingen te doen die meer vertellen over het leven van alledag in de burcht. Binnenkort gaat in Domburg het monumentale Badhotel tegen de vlakte. Van Heeringen verheugt zich er al op, want volgens zijn gegevens strekte de burcht zich uit tot onder het terrein van het hotel. “We gaan daar natuurlijk graven. Je weet maar nooit wat je vindt.”