Belgische medicijnen bederven in Iraanse zon

BRUSSEL, 25 APRIL. De 38 Belgische parachutisten die sinds zondag proberen EG-hulp voor Koerdische vluchtelingen in Iran af te leveren ondervinden nog steeds moeilijkheden.

Hoewel de militairen nu volgens de laatste berichten toestemming hebben gekregen tenten voor vluchtelingen op te zetten, is hun verboden gebruik te maken van de radio-apparatuur waarover ze beschikken. Het eerste contact dat de para's met Brussel hebben gemaakt verliep via de hulporganisatie Artsen zonder Grenzen.

Contact met het thuisfront kan alleen tot stand worden gebracht via de Belgische ambassade in Teheran, een “lange en moeizame weg”, zoals een woordvoerder van het ministerie van defensie toegaf. Tegenover een verslaggever van het persbureau Belga zeiden de parachutisten dat ze zich voelen als gevangenen van de Iraanse autoriteiten: ze brengen de nacht door in slaapzalen van een gebouw bij het stadion van Urumijeh, in het noordwesten van Iran, en mogen zo nu en dan een luchtje scheppen op een van de tribunes.

Aanvankelijk hadden de Iraanse autoriteiten aan de majoor die het bevel voert laten weten dat ze het tentenkamp zelf wel konden opbouwen en daar de hulp van de Belgische para's niet voor nodig hadden.

Volgens een reportageploeg van het commerciele televisiestation VTM hebben de para's uiteindelijk toestemming gekregen een deel van het medisch opvangcentrum te installeren en tenten op te zetten. De helft van de medicijnen die met de hulpvlucht zijn meegenomen is echter onbruikbaar geworden doordat ze drie dagen lang in de zon op het vliegveld hebben gestaan.

Een woordvoerder van de Europese Commissie zei vanmorgen dat “alles nu geregeld is”, nadat de Luxemburgse minister van buitenlandse zaken, Jacques Poos, de kwestie gisteravond ter sprake had gebracht bij zijn Iraanse ambtgenoot Velayati. Een woordvoerder van de Luxemburgse minister zei vanmorgen dat de Iraanse minister de EG heeft bedankt voor de hulp, maar dat die nog lang niet voldoende is. Voor de opvang van de Koerdische vluchtelingen is volgens de minister een bedrag van 300 miljoen dollar per maand nodig aan levensmiddelen, medicijnen, tenten, dekens, maar ook aan geld.

De kwestie van de Belgische problemen was volgens de woordvoerder in een discussie onder vier ogen ter sprake geweest. Maar daarbij was geconstateerd dat het niet zozeer een kwestie was van een communicatiestoornis tussen de Iraanse autoriteiten, als wel een Belgisch probleem. Volgens de woordvoerder hadden de andere landen die aan de hulpoperatie deelnemen geen moeilijkheden met de Iraanse autoriteiten.