Advocaat van Ira-verdachte eist opheffen hechtenis

ROERMOND, 25 APRIL. De advocaat van IRA-verdachte Paul H., mr. W. van Bennekom, heeft de Roermondse rechtbank gevraagd de uitleveringshechtenis van zijn client op te heffen. Volgens de advocaat wordt H. ten onrechte vastgehouden, nu staatssecretaris Kosto (justitie) gisteren heeft besloten hem 'op termijn' aan Duitsland uit te leveren.

Kosto heeft laten weten dat hij de IRA-verdachten niet naar Duitsland laat gaan totdat volledig vaststaat of zij door een Nederlandse rechter worden berecht. Het openbaar ministerie heeft hoger beroep aangetekend tegen de vonnissen van de Roermondse rechtbank, die drie van de vier verdachten heeft vrijgesproken. De vierde verdachte, die is veroordeeld tot achttien jaar gevangenisstraf, heeft zelf hoger beroep aangetekend. Het hof in Den Bosch zal de zaak waarschijnlijk in de eerste helft van juni behandelen.

Volgens Van Bennekom kan de hechtenis van Paul H. 'eindeloos' duren: “Wellicht wordt het hoger beroep gevolgd door cassatie en terugverwijzing. Dat kan jaren duren, zodat het einde van de uitleveringshechtenis nog lang niet in zicht is. Volgens de wet kun je alleen iemand in hechtenis houden zolang zijn uitlevering niet vaststaat. Dat is sinds gisteren niet meer het geval.”

De bepaling in de Uitleveringswet dat een verdachte na de beslissing tot uitlevering kan worden vastgehouden zolang de uitlevering niet kan plaatshebben, geldt volgens Van Bennekom alleen voor gevallen van een fysieke onmogelijkheid: “Dat is hier niet het geval. Voor mij staat vast dat de uitleveringshechtenis misbruikt wordt voor een strafvorderlijk doel.”

Als de rechtbank de hechtenis opheft, bestaat de mogelijkheid dat Paul H. op zeer korte termijn wordt uitgeleverd aan Duitsland. Hij zou dan voor de duur van de behandeling in hoger beroep kunnen worden teruggestuurd naar Nederland. “Dat levert voor mijn client natuurlijk een grote tijdwinst op”, aldus Van Bennekom.