Werkloosheid grijpt om zich, kwart van kantoren staat leeg; Massachusetts in ban van recessie

BOSTON, 24 APRIL. Dit is een witten-boordenrecessie, zegt Robert Fichter en hij geeft zijn persoonlijke omstandigheden als voorbeeld. Het pakketje aandelen dat hij had in de Bank of New England was niets meer waard toen deze bank begin januari failliet werd verklaard. Zijn huis is door de daling van de onroerend goed-prijzen een derde minder waard dan het bedrag waarvoor hij het enkele jaren geleden heeft gekocht. “En gezien het aantal bankfaillissementen ben ik van mijn baan als vice-president van de Massachusetts Banking Association ook niet zeker meer”, voegt hij er schertsend aan toe.

Massachusetts, in het noordoosten van de Verenigde Staten, verkeert in de ban van de recessie. Na de uitzonderlijke groei in het begin van de jaren tachtig, de periode van het 'Massachusetts Miracle', heeft iedereen nu zijn mond vol van somberheid. De werkloosheid, een paar jaar geleden uitgebannen, is begin 1991 opgelopen tot tien procent.

Banen gaan verloren, winkels en bedrijven sluiten. In het landelijke gebied rondom Boston staan overal huizen te koop. En het einde van de crisis is niet in zicht. Optimisten hopen dat de bodem van de recessie bereikt is, maar durven niet te voorspellen wanneer de bedrijvigheid weer zal aantrekken.

Sinds zomer vorig jaar verkeren de VS officieel in een recessie. De effecten ervan zijn ongelijk verdeeld over het land. Sommige gebieden die in 1981-82 zwaar werden getroffen, zoals het Midden-Westen, merken nu nauwelijks iets van een terugval. In de noordoostelijke deelstaten van New England slaat de recessie van 1990-91 hard toe.

Bob Fichter geeft een politieke verklaring voor de ernst van de terugval in Massachusetts. Het economische 'wonder' dat gouverneur Michael Dukakis in 1988 hielp om de nominatie te bemachtigen als presidentskandidaat voor de Democratische partij, was toen al over zijn hoogtepunt heen. Tijdens de presidentiele campagne kon Dukakis geen slecht economisch nieuws uit zijn thuisstaat gebruiken en de tekenen van neergang werden genegeerd. “Laten we zeggen dat sprake was van een goedaardige samenzwering”, formuleert Fichter spottend.

Geen wonder dat Massachusetts, traditoneel een Democratische staat, vorig jaar een Republikeinse gouverneur als opvolger voor Dukakis heeft gekozen.

In de jaren zeventig en tachtig was Massachusetts erin geslaagd de overstap van traditionele industrie naar high tech te maken. De elektronica-industrie en aanverwante dienstverlenende bedrijven beleefden een stormachtige opkomst langs Route 128, een snelweg die in een wijde, halve cirkel om Boston loopt. Deze succesvolle omschakeling van textiel naar chips en dienstverlening trok internationale aandacht. De Nederlandsche Bank verrichtte in 1984 zelfs een studie naar de oorzaken van de economische vitaliteit in New England.

Nederland kon veel van New England leren wat betreft omscholing, grotere mobiliteit van arbeid en flexibiliteit van lonen.

President Duisenberg vatte begin 1985 de aansporing tot grotere bereidheid om van woonplaats of beroep te veranderen samen met de opmerking “Nederland is klein en overal mooi”. Dat kwam hem op een aanvaring met de toenmalige PvdA-leider Den Uyl te staan. En op het verwijt van partijgenoten dat Duisenberg niet in de PvdA thuis hoorde, omdat hij initiatief van werklozen verwachtte. Er waren toch geen banen in Nederland? Nou dan.

In Massachusetts was het probleem geen gebrek aan banen maar aan mensen. “Er was zo'n tekort aan personeel”, herinnert Fichter zich, “dat McDonalds met bussen jongelui aanvoerde uit de nabijgelegen staat New Hampshire om voor acht dollar per uur hamburgers te bakken.

Terwijl het loon voor dat soort baantjes nog geen vijf dollar per uur was.''

De banenmachine in Massachusetts werd niet alleen gevoed door de computerindustrie die zich dank zij ondernemende studenten van de nabijgelegen universiteiten Harvard en MIT, als een Amerikaanse klassieker, in enkele jaren ontwikkelde van drie jongens in een oude schuur tot wereldconcerns. De andere bron voor nieuwe banen was het Witte Huis in Washington, waar president Reagan in 1981 de uitgaven voor defensie drastisch verhoogde. De defensie-industrie van New England, geconcentreerd in Connecticut en Massachusetts, kreeg massa's orders toegeschoven: 17 procent van de honderden miljarden extra defensiedollars die in de Reaganjaren werden uitgegeven.

En natuurlijk straalde het vreugdevuur van Wall Street in die gloriejaren ook zijn gloed uit naar New England. De financiele dienstverlening bloeide in Boston; de universiteiten konden de vraag naar studenten met een diploma business school nauwelijks bijhouden.

Al dat optimisme, al dat geld dat rolde of op krediet kon worden opgenomen, leidde tot een bouwexplosie: de computerdeskundigen, de bankiers en de advocaten hadden huizen nodig en kantoren, restaurants, winkels en hotels voor hun klanten uit de hele wereld. De bouwnijverheid fungeerde als spectaculaire nabrander van de economische groei.

Nu wordt in Boston nog slechts gewerkt aan een nieuw kantoorgebouw, waarvoor de toekomstige gebruikers gelokt worden met enorme kortingen op de huur. Elders in de stad staan gloednieuw opgeleverde kantoorgebouwen leeg. Door het overaanbod van nieuwe apartementen en kantoren in de afgelopen jaren zijn de prijzen op de onroerend goedmarkt met zo'n 35 procent gekelderd. in Boston staat tegen de 25 procent van alle kantoorruimte leeg.

De factoren die tot de groeiversnelling in New England bijdroegen, waren tegen het einde van de jaren tachtig in hun tegendeel omgeslagen. De grote computerfirma's in Massachusetts zoals Wang, Digital, DEC, Data General, hadden zich gespecialiseerd in kantoorsystemen van zogenoemde minicomputers, maar misten de aansluiting bij de trend naar kleinere en flexibeler toepasbare personal computers. In de computerindustrie brak een periode van consolidatie aan. Bedrijven die alleen maar wisten wat winst maken en groei betekenden, boekten vorig jaar hun eerste verliezen en zagen zich genoodzaakt om personeel te ontslaan, vooral op hoger en middenniveau.

In de defensie-industrie was het niet anders. Al in de nadagen van Reagan stopte de groei van het defensiebudget en president Bush is begonnen de defensie-uitgaven te verminderen. De aanpassingen in de defensiesector verlopen trager; de bouw van een onderzeeboot op de marinewerven in Connecticut duurt nu eenmaal langer dan de assemblage van computers in de industrieparken van Massachusetts. Maar als de orders van het Pentagon stoppen, zal het neerwaartse effect op de regionale economie langer doorwerken. Ontslagen beginnen zich voor te doen; ongeveer tien procent van de actieve bevolking van Massachusetts en Connecticut werkt nu nog in de defensie-industrie of daarvan afhankelijke toeleveringsbedrijven. “Ik verwacht nog zeker vier jaar van krimp in de defensiesector”, zegt Nicholas Perna, chefeconoom en vice president van de Shawmut Bank in Boston.

Perna wijst nog op een specifiek probleem: de staat Massachusetts is verplicht een sluitende begroting te bereiken. Maar in een krimpende economie dalen de inkomsten (de onroerend goed-belasting brengt minder op bij lagere huizenprijzen) en stijgen de uitgaven, vooral voor sociale voorzieningen, die in Massachusetts ruimer en kostbaarder heten te zijn dan elders in de VS. Voor het komende begrotingsjaar, dat op 1 juli begint, dreigt een tekort van twee miljard dollar. De Republikeinse goeverneur Weld wil zonder belastingverhoging het tekort verminderen door te bezuinigen. En als er geen geld is, worden in de Verenigde Staten mensen op straat gezet. Ook ambtenaren. Deze zomer zal de staat 7000 ambtenaren ontslaan. Als het aantal ontslagen ambtenaren toeneemt, ook in de gemeenstes, zal het wegvallen van hun koopkracht het economische herstel verder vertragen.

Wayne Ayers, chefeconoom bij de Bank of Boston, is niettemin van mening dat dit de enige weg naar herstel voor New England is. “Ons probleem is niet een conjuncturele recessie”, zegt hij, “maar de noodzaak van structurele aanpassingen. De kosten voor wonen en lonen zijn hier te hoog, de sociale voorzieningen zijn te hoog. We hebben onszelf uit de markt geprijsd. De huren zijn al fors gedaald; ook de loonkosten moeten dalen. Dat gaat langzamer.”

Zo werkt dat in de Verenigde Staten, waar een werkloosheidsuitkering na een half jaar ophoudt. Als het aantal werklozen toeneemt, zorgt de arbeidsmarkt voor lagere arbeidskosten en leidt een recessie uiteindelijk tot het wegnemen van zijn eigen oorzaken. Een pijnlijke periode van aanpassing is aangebroken en het einde is nog niet in zicht.