Transporteur hoofdverdachte mestfraude

NUNSPEET, 24 APRIL. Het onderzoek naar de fraude met mest, waarvoor justitie maandag op 13 adressen in Gelderland huiszoeking heeft gedaan, lijkt zich vooral te concentreren rond de activiteiten van een mesttransportbedrijf in Nunspeet.

Dat bedrijf zou de mest, die werd opgehaald bij boeren op de Veluwe om die elders in het land weer te verkopen, hebben gemengd met afval dat onder meer bij een zuiveringsinstallatie en een vetsmelterij werd opgehaald. Voor het legaal storten van dergelijk 'chemisch afval' moet worden betaald. Het mengen ervan met mest die geld opbrengt, is dus voor kwaadwillenden een lucratieve aangelegenheid.

Justitie wil nog slechts kwijt dat er onderzoek wordt gedaan naar 'fraude, valsheid in geschrifte en ontduiking van verschillende milieuwetten.' Er zou mest zijn gemengd met chemisch afval.

Het bewuste Veluwse transportbedrijf is eerder dit jaar door de Landelijke Mestbank al geschorst als erkend transporteur voor de zogenaamde kwaliteitspremieregeling. Volgens die regeling wordt mest uit overschotgebieden (als de Veluwe) afgezet in akkerbouwgebieden in Nederland waar een mesttekort is. Er zijn 114 transportbedrijven in Nederland die voor die regeling mest over langere afstanden mogen vervoeren. Dat gaat met grote tankwagens van zo'n 36 kubieke meter inhoud. Het transportbedrijf uit Nunspeet deed dat ook. Het is echter geen grote transporteur en rijdt volgens woordvoerder J. Uenk van de Landelijke Mestbank in Nijkerk met slechts 1 of 2 tankwagens. Dat enorme hoeveelheden ondeugdelijke mest over heel Nederland zijn verspreid, waagt hij daarom te betwijfelen. “Maar ik wil het gebeurde niet kleineren, zelfs op kleine schaal is zo'n vergrijp al vreselijk”, zegt hij, “het is een bijzonder kwalijke zaak. Tegen zoiets kun je dan ook niet hard genoeg optreden. Het brengt de hele landbouw weer in diskrediet.” De huiszoekingen die gecombineerde teams van de AID, rijks- en gemeentepolitie, CRI en RIVM maandagavond op 13 adressen in Gelderland hebben gedaan, hebben Uenks volle ondersteuning.

Het bedrijf uit Nunspeet werd als erkend mestbanktransporteur geschorst wegens onregelmatigheden die werden geconstateerd bij de afrekeningen. Volgens Uenk bleek toen daarvan aangifte werd gedaan, dat men al bezig was met het onderzoek waarvoor nu de huiszoekingen zijn gedaan.

Naast de 114 door de Landelijke Mestbank erkende transporteurs zijn er nog vele tientallen kleinere mesttransporteurs, die binnen beperkte regio's mest vervoeren. Vooral in de provincie Gelderland houden zich veel loonwerkers met mesttransport bezig. Er wordt in Gelderland alleen al jaarlijks 16 miljoen ton mest geproduceerd, waarvan 2 miljoen ton als 'overschot' wordt beschouwd.

De mestbank controleert 'voor zover mogelijk' de eigen erkende transporteurs. Wanneer een van deze transporteurs zelfs maar verdacht wordt van handelingen die het daglicht niet kunnen verdragen, gaat hij 'in de melding'. Hij moet dan elk transport dat hij rijdt van tevoren bij de Landelijke Mestbank aanmelden.

Op de kleintjes heeft de mestbank, geeft Uenk toe, echter helemaal geen zicht. Dat daar wel vaker 'onregelmatigheden' voorkomen kan Uenk bevestigen noch ontkennen. “We hebben er eenvoudig geen zicht op.”

Een loonwerker die op de Veluwe werkt, laat desgevraagd weten: “Ach je hoort wel eens wat. Het schijnt wel vaker voor te komen. De jongens hebben het er wel eens over dat er een in plaats van gier plots slib blijkt te rijden.”

Volgens H. Rademaker van het Zuiveringsschap Veluwe kunnen boeren die met chemisch afval vermengde gier aangeleverd krijgen, daar meestal weinig aan doen: het is aan de gier haast niet te zien. Rademaker: “Ze hebben er ook geen belang bij. Ze willen goede mest. Maar wat moet je als een vent bij je aanklopt en zegt: ik heb een partij goede gier voor je? ”

Het komt voor dat boeren zuiveringsslib op hun land uitrijden, maar dat is dan wel gecontroleerd. In het meeste zuiveringsslib zitten zware metalen en cadmium. Dergelijk slib moet zoals gezegd gestort worden op een gecontroleerde stortplaats. Met het slib van het Zuiveringsschap Veluwe gebeurt dat bijvoorbeeld. Rademaker wijst erop dat er op de Veluwe echter ook veel particuliere zuiveringsinstallaties zijn, waarvan het slib ook afgevoerd moet worden naar gecontroleerde stortplaatsen. Er zijn installaties die kalvergier voorzuiveren, maar er zijn bijvoorbeeld ook de papierindustrieen die een eigen zuiveringsinstallatie hebben.

Voor de bleekaarde, die naar men zegt ook met de gier vermengd zou zijn, geldt hetzelfde als voor het zuiveringsslib: het moet gestort worden op een gecontroleerde stortplaats. Het is een afvalprodukt van vetsmelterijen, die het gebruiken voor de raffinage van verontreinigd vet. Op de Veluwe zijn ook verschillende van dergelijke vetsmelterijen.

Een transporteur die voor zowel mestproducenten als deze particuliere zuiveringsinstallaties 'rijdt', heeft dus mogelijkheden om de produkten van beide te vermengen. Uenk van de Landelijke Mestbank benadrukt dat het kleine noch grote transporteurs verboden is naast mest ook slib, bleekaarde of ander chemisch afval te vervoeren. De Mestbank ziet ook geen enkele mogelijkheid om toezicht uit te oefenen op deze 'andere transporten'. Uenk: “Zuiveringsslib is niet ons pakkie-aan.”