Spannende finale strijd Bonn-Berlijn

BONN, 24 APRIL. Nu kanselier Helmut Kohl zich, zij het dan “als lid van de Bondsdagfractie van de CDU”, gisteren openlijk ten gunste van Berlijn als toekomstig Duits regeringscentrum heeft uitgesproken, belooft de finale van de wedstrijd tussen Berlijn en Bonn opnieuw spannend te worden. Temeer omdat juist in Kohls fractie, de grootste in de Bondsdag, nog velen aarzelen.

De beslissing moet vallen op 20 en 21 juni, als de Bondsdag en de Bondsraad hun eindoordeel geven. Daarna wordt een wetsvoorstel ingediend waarin compensaties zijn vastgelegd voor 'de verliezende stad'. Dit is gisteren afgesproken door de 'grondwettelijke organen': de voorzitters van de Bondsraad, de Bondsdag en het Constitutionele Hof, de kanselier en de Bondspresident. Over dergelijke compensaties heeft Kohl gisteravond al gesproken met de leiders van de grote fracties in de Bondsdag.

Kohl heeft, toen hij de CDU-fractie, die juist gisteren in de Berlijnse Rijksdag vergaderde, zijn voorkeur meedeelde, een overgangstijd van 10 tot 15 jaar als voorwaarde genoemd. Ook zei hij zich te kunnen voorstellen dat bijvoorbeeld het ministerie van defensie en-of het postministerie alsook een aantal overheidsdiensten in Bonn kunnen blijven.

SPD-voorzitter Hans-Jochen Vogel, die als Berlijns afgevaardigde in de Bondsdag zit en ook voor Berlijn als politieke hoofdstad is, liet zich overeenkomstig uit. Minister Theo Waigel (financien), voorzitter van de CSU, reageerde teleurgesteld: “Kohl zei me dat een verhuizing van het regeringsapparaat naar Berlijn veel meer gaat kosten dan we nu denken. Ik heb daarvoor geen geld, mijn enthousiasme over zijn voorkeur is heel klein.”

In de grondwet die de Bondsrepubliek in 1949 kreeg wordt Berlijn genoemd als hoofdstad van het verenigde Duitsland. Toen Sovjet-leider Gorbatsjov in de zomer van 1989 Bonn bezocht kreeg hij dan ook van burgemeester Daniels te horen dat hij helaas in de voorlopige, niet in de echte Duitse hoofdstad op bezoek was. Sinds met de Duitse eenwording, op 3 oktober 1990, ook de hoofdstad-kwestie acuut is geworden, wordt deze Daniels, die inmiddels een sterke pro-Bonn-lobby heeft georganiseerd, tot zijn verdriet nog geregeld aan deze toespraak herinnerd door voorstanders van Berlijn.

Bondspresident Richard von Weizsacker heeft vorig jaar zomer al met klem voor voor Berlijn

gepleit en vorige maand voegde hij daaraan toe dat hij niet van plan is alleen naar Berlijn te gaan (terwijl de Bondsdag en de ministeries in Bonn zouden blijven). Voorstanders van Bonn hebben hem al verweten dat hij zijn constitutionele ambt misbruikt om een beslissing van de volksvertegenwoordiging te beinvloeden.

Pag. 5: .

Strijd om zetel van Duitse regering neemt in hevigheid toe

Alle partijen, de leden van Kohls kabinet en de regeringen van de deelstaten zijn over de vraag Bonn of Berlijn verdeeld. Met Kohl en minister Schauble (CDU, binnenlandse zaken) hebben bijvoorbeeld de FDP-ministers Genscher (buitenlandse zaken) en Mollemann (economische zaken) zich al openlijk uitgesproken voor Berlijn. FDP-voorzitter Lambsdorff en de ministers Blum (CDU, sociale zaken) en Waigel (CSU, financien) zijn daarentegen voor Bonn. De Bondsraad, waarvan de leden uit deelstaatregeringen in grote steden als onder meer Bremen, Stuttgart, Munchen, Dusseldorf, Hannover, Maagdenburg, Dresden en Hamburg komen, zou in meerderheid voor Bonn zijn. Berlijns burgemeester Eberhard Diepgen (CDU) reageerde gisteren uiteraard verheugd op Kohls “belangrijke voorkeur”.

De voorstanders van Bonn menen in de Bondsdag een voorsprong van 60-40 te hebben. Begin maart presenteerden zij al een door 255 Bondsdagleden uit alle fracties ondertekend wetsvoorstel ten gunste van Bonn (332 stemmen zijn nodig voor een meerderheid in de 662 leden tellende Bondsdag). Zij beriepen zich vooral op financiele argumenten (een verhuizing naar Berlijn zou 80 tot 100 miljard mark kosten) en op het uitgangspunt dat Bonn beter dan Berlijn het federale karakter van de Bondsrepubliek kan representeren.

Bonn-sympathisanten wijzen erop dat Berlijn: 1) voor Oostduitsers vooral de hoofdstad van de gehate vroegere DDR-staatsveiligheidsdienst is; 2) vaak gewelddadige demonstraties kent (terwijl Bonn in februari nog een zeer kalme betoging van 200.000 mensen tegen de Golf-oorlog beleefde); 3) naar grootte en geschiedenis bij uitstek de stad is die uitnodigt tot het type bestuurlijk centralisme waarmee Europa en Duitsland bittere ervaringen hebben; 4) voorlopig nog omgeven is door ruim 300.000 Russische soldaten terwijl 5) de toekomstige machtsverhoudingen in Moskou onzeker zijn en de Sovjet-Unie onlangs nog - toen de gewezen DDR-leider Honecker naar de Russische hoofdstad werd overgebracht - kalmpjes de Duitse soevereiniteit bruskeerde. Eind maart kwam een groep van acht parlementariers, onder wie de SPD'ers Vogel, Thierse en oud-kanselier Brandt, FDP-fractieleider Solms en de ministers Krause (verkeer) en Schauble als leden van de CDU-fractie, met een tegenvoorstel ten gunste van Berlijn (met compensaties voor Bonn en een overgangstermijn van 10 tot 12 jaar). Deze initiatiefnemers hadden geen handtekeningen verzameld omdat dat volgens hen de uiteindelijke Bondsdagdiscussie, waarbij geen fractiedwang zal gelden, zou belasten. Zij menen dat Berlijn zijn grondwettelijk vastgelegde functie niet mag worden onthouden. Zij wijzen ook op het economisch belang voor de stad, die het - nu de Duitse en de Berlijnse eenheid een feit zijn - op korte termijn zonder extra subsidies van de regering moet gaan doen. Ander argument: juist het verenigde Duitsland moet straks ook met een grote hoofdstad als de “Europese draaischijf” Berlijn blijk geven van zijn nieuwe politieke profiel. Naarmate de Bonn-lobby de afgelopen maanden terrein won, werden de verwijten uit Berlijn heviger: “Voorstanders van het dorpje Bonn hebben daar natuurlijk een huis met een tuintje en een vriendin, zij preferen ook een provinciale Duitse politiek.”. Bovendien: ook Bonns westelijke ligging maakt haar in een samengroeiend Europa ongewenst als Duitse hoofdstad, menen Berlijn-aanhangers.

In Bonn heette het gisteren al dat het voor de keuze van de parlementariers bij de eindstemming straks wat kan uitmaken of geheim dan wel hoofdelijk wordt gestemd. In het tweede geval, als elk Bondsdaglid openlijk zijn voorkeur kenbaar moet maken, zou Berlijn meer kans hebben, was de veronderstelling. Dat kanselier Helmut Kohl, die er tot nu toe over had gezwegen, juist gisteren zijn voorkeur voor Berlijn als politieke hoofdstad bekendmaakte (“mede om het samengroeien van Oost- en West-Duitsland te bevorderen”), had een waarschijnlijk goed-gecalculeerd neveneffect: de hoofdstad-kwestie verdrong in de media namelijk op slag het pijnlijk luide debat over de grote nederlaag die Kohls CDU zondag leed in de deelstaat Rijnland-Palts. Gisteren kon nog een veronderstelling opkomen: voor die verkiezingen in deze westelijke deelstaat (die zeer voor Bonn als hoofdstad is) vond CDU-parlementarier Helmut Kohl het kennelijk nog niet opportuun om van zijn voorkeur te laten blijken.

    • J.M. Bik