Schandalen en interne machtsstrijd verlammen Franse Parti Socialiste; Rocard kan steeds minder manoeuvreren

PARIJS, 24 APRIL. De Franse socialisten (PS) zijn in een diepe malaise gedompeld. De regering van premier Michel Rocard lijkt verlamd en kan haar wetgeving niet meer door het parlement krijgen. De populariteit van president Mitterrand, die tijdens de Golfoorlog tot grote hoogte was gestegen, is aanzienlijk gedaald. De affaire van de 'duistere financiering' van Mitterrands verkiezingscampagne in 1988 blijft de regering en de PS achtervolgen.

De onderlinge eenheid, altijd al fragiel, is ver te zoeken.

Staatssecretaris van justitie Georges Kiejman zei het afgelopen weekeinde dat hij “best tevreden” zou zijn als hij deel zou kunnen uitmaken van “een nieuwe ploeg”. Deze uitlating, in normale omstandigheden een gotspe, wordt in het Parijse politieke milieu opgevat als een vingerwijzing dat Mitterrand serieus speelt met de gedachte premier Michel Rocard aan de kant te zetten. Kiejman geldt als een van de vertrouwelingen van de president.

Kiejman is een van de hoofdrolspelers in het jongste vervolg van de affaire van het 'zwarte geld' waarmee in 1988 de verkiezingscampagne van Mitterrand zou zijn gefinancierd. Kiejman beschuldigde een rechter-commissaris van “juridische inbraak”, nadat deze zich twee weken geleden op spectaculaire wijze toegang had verschaft tot een Parijs kantoor, waar belastende documenten over de 'occulte'

financiering van de socialistische campagne aanwezig waren.

De 'kleine rechter' Thierry Jean-Pierre werd prompt van het onderzoek ontheven. Formeel een beslissing van een hogere juridische autoriteit, maar volgens de oppositie gebeurde dit in opdracht van minister Nallet van justitie. Henri Nallet was in 1988 de penningmeester van Mitterrands verkiezingscampagne.

De oppositie diende daarop een motie van wantrouwen in tegen Nallet en Kiejman, die het tweetal overleefde omdat de communisten niet met de gaullisten, de liberalen en de centrum-afgevaardigden in de Nationale Vergadering wilden meestemmen. Hun aftreden werd opnieuw geeist, nadat een rechtbank in Angers eind vorige week vaststelde dat de 'kleine rechter' zijn bevoegdheden niet had overschreden. Nallet en Kiejman bleven echter zitten waar ze zaten en stelden allebei dat de rechterlijke macht gehoorzaamheid is verschuldigd aan de president. De oppositie reageerde daar gisteren op met een - door de PS honend ontvangen - oproep aan Mitterrand het parlement te ontbinden en nieuwe verkiezingen uit te schrijven. De linkse vakbond van de magistratuur houdt op 16 mei een nationaal protest tegen de “aantasting van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht”.

In een land als Engeland zou Nallet en Kiejman al lang een roemloze aftocht zijn beschoren, verzuchtte een politieke commentator dezer dagen, maar in Frankrijk “is de politieke moraal vergiftigd”. De aankondiging van Nallet dat de Raad voor de rechterlijke macht zal worden hervormd, wordt met schouderophalen ter kennis aangenomen.

Zolang het onderzoek naar de illegale financiering van de socialistische verkiezingscampagne voortgaat - een nieuwe rechter-commissaris buigt zich nu over de bezwarende dossiers - is de regering, en vooral het tweetal Nallet en Kiejman, niet veilig, ook al is 1989 een wet aanvaard waarbij amnestie werd verleend voor 'onregelmatigheden' in de verkiezingsstrijd.

De affaire rondom de 'kleine rechter' tast de slagkracht van de regering-Rocard nog verder aan. En dat heeft opnieuw voedsel gegeven aan speculaties dat Mitterrand, die binnenkort zijn tienjarig presidentschap viert, zijn eerste minister zal vervangen. De verhouding tussen de 'socialist' Mitterrand en Rocard, die meer een moderne sociaal-democraat is, is nimmer hartelijk geweest. Maar meer dan persoonlijke lijken politieke overwegingen van belang om een 'nieuwe ploeg' (Kiejman) te installeren die met meer vaart kan regeren.

Bij de verkiezingen van 1988 haalde geen enkele partij een absolute meerderheid. Om wetgeving door het parlement te krijgen was de regering van Rocard, die uitsluitend uit socialisten bestaat, afhankelijk van de steun van hetzij de communisten, hetzij de centrum-afgevaardigden. Rocard heeft dat steeds met grote politieke handigheid voor elkaar gekregen, maar zijn 'model' lijkt nu niet meer te werken.

In twee weken tijd moest Rocard drie keer de aftocht blazen. Een door de socialisten gekoesterd wetsontwerp voor een andere opzet van de regionale verkiezingen werd ingetrokken, omdat alle andere parlementaire groeperingen zich er tegen uitspraken. Een debat over de hervorming van de spaarkassen werd uitgesteld. De behandeling van een wetsontwerp inzake hervorming van het ziekenhuiswezen werd eveneens verschoven in een poging om de benodigde parlementaire steun te mobiliseren.

Voor deze immobiliteit die de regering in verlegenheid brengt, zijn drie redenen. De eerste is dat de regering niet meer kan rekenen op de solidariteit van de socialisten zelf. Regeren zonder meerderheid vereist een grote bereidheid tot concessies en compromissen met andere parlementaire groeperingen wier steun van doorslaggevend belang is. De socialisten zijn onderling dermate verdeeld dat Rocard niet langer op zijn achterban kan rekenen, zoals Kiejman aangaf. De volgelingen van Laurent Fabius (voorzitter van de Assemblee), Lionel Jospin (minister van onderwijs), Pierre Mauroy (partijsecretaris) en nog een aantal 'tenoren' van de PS raken steeds vaker onderling slaags.

De tweede reden is dat de grote oppositiepartijen, de gaullisten en de liberalen, vaker en beter in gesloten formatie opereren en de kleine groep centrum-afgevaardigden het steeds moeilijker vindt zich afzonderlijk te blijven opstellen. Naarmate het centrum vaker met rechts meestemt, komen de communisten vaker in de positie van arbiter.

En dat maakt de manoeuvreerruimte voor Rocard erg klein.

De laatste en misschien belangrijkste reden is dat de politieke partijen 'verlost' zijn van de nationale consensus die ze tijdens de Golfcrisis in acht namen en zich nu opmaken voor nieuwe verkiezingen.

Over een jaar zijn er regionale verkiezingen en over twee jaar zijn er parlementsverkiezingen, beide opmaten naar de beslissende slag die over vier jaar komt: de verkiezing van de president. De electorale logica werkt de verdeeldheid in de socialistische gelederen in de hand: de tenoren zingen vaker en luider.

Het socialistische koor heeft versterking gekregen in de persoon van Jean- Pierre Chevenement, de aanvoerder van de linker vleugel in de PS, die in januari aftrad als minister van defensie omdat hij het niet eens was met de Franse deelneming aan de oorlog tegen Irak. Na maanden van stilzwijgen kondigde Chevenement aan dat hij zich kandidaat zal stellen voor een zetel in het parlement, waarvoor een tussentijdse verkiezing nodig is. Chevenement herhaalde bij gelegenheid zijn gaullistisch-linkse opvatttingen over de Franse rol in de wereld, daarmee demonstrerend dat ook hij, zoals vele anderen, als presidentskandidaat in spe aantreedt.