Restauratie 'niet moeilijk maar wel treurig karwei'; Schroeven sneden in Van Goghs

AMSTERDAM, 24 APRIL. “Het is geen moeilijk, maar wel een treurig karwei”, zegt Cornelia Peres, huis-restaurateur van het Rijksmuseum Vincent van Gogh in Amsterdam. Zij is belast met het onzichtbaar maken van de schade aan de schilderijen van Vincent van Gogh, die in de nacht van 14 op 15 april uit het museum werden geroofd. Alle twintig schilderijen zijn terug en vijftien daarvan zijn weer toonbaar. Hoe lang het herstel van de vijf resterende doeken zal duren, blijft voorlopig onduidelijk.

Gisteravond presenteerde het museum de twee ernstigste gevallen. Het Stilleven met bijbel, geschilderd in 1885, laat flinke deuken en krassen zien op een zestal plaatsen, zowel in de zwarte achtergrond als op de zijkanten van de opengeslagen Statenbijbel, eens in werkelijkheid het eigendom van Vincents vader, dominee Van Gogh. De meeste plekken vertonen diepe, hanepotige sneden, alsof er pluimvee op 'nat', pas beschilderd linnen heeft staan stampvoeten.

Dit in sombere tonen geschilderde stilleven, het zwaarst gehavende werk, verwijst in kritische zin naar de dood van Vincents vader.

Behalve de bijbel, symbool voor diens traditionele geloof, en een kandelaar met gedoofde kaars, gaf Van Gogh ook Emile Zola's boek La joie de vivre weer. Het christelijk geloof had blijkbaar voor de schilder zelf afgedaan, maar de toekomst was nog onzeker.

Het Korenveld met kraaien, 1890, vermoedelijk het laatste doek dat Van Gogh schilderde, heeft in de rechter bovenhoek, daar waar het korenblauw overgaat in een bijna Pruisisch blauw, eveneens een aantal diepe krassen opgelopen. Het linnen is ter plaatse gescheurd. Op het derde, ernstig beschadigde Stilleven met citroenen, peren en druiven, 1887, dat gisteren afwezig was, ontbreken stukjes verf ter grootte van een duimnagel. Lichtere beschadigingen komen voor op Japonaiserie en Kasteel in Auvers.

De drie tot vier centimeter lange krassen zijn ontstaan tijdens het transport van de twintig schilderijen in drie plastic zakken. Daarbij hebben niet-verzonken schroeven, bevestigd op kartonnen verstevigingsplaten aan de achterzijde van het doek, steeds tegen het verfoppervlak van een daar tegenaan leunend doek geschuurd. De schroefkoppen steken maar vier millimeter uit, maar de krassen van het metaal zijn zelfs op flinke afstand goed zichtbaar. Het museum zoekt nu naar verstevigingsplaten waarin de schroeven wel kunnen verzinken.

Toch laat niet alle schade zich met het blote oog inventariseren. “U moet het zien als een ongeluk”, zegt Cornelia Peres: “Een schaafwond op het gezicht van iemand kan er bloederig uitzien, maar het onzichtbare letsel aan een inwendig orgaan kan veel ernstiger zijn”.

Zij duidt daarbij op twee nauwelijks waar te nemen aantastingen van de verftextuur op Korenveld met kraaien, algemeen gezien als voorbode van Van Goghs naderende dood. Hoewel het een restauratie-principe is om niet over de originele verflaag heen te schilderen, verwacht Peres er in dit geval niet aan te ontkomen.

Uit Peres' toelichting blijkt dat het museum nog heeft overwogen deze beschadigingen als historische feiten, als sporen van vandalisme, ongemoeid te laten. “Moeten we kiezen voor de boodschap van het schilderij, voor het kijkgenot?”, zo vroeg Peres zich af. Aangezien het publiek over twintig, dertig jaar niet meer zal begrijpen waar de krassen en deuken betrekking op hebben, geeft men de voorkeur aan een restauratie, die, indien nodig, ook weer ongedaan gemaakt kan worden.

Dimensies

Van Gogh werkte snel en met grote hoeveelheden verf, die in drie dimensies op het doek werden gezet: 'Een razernij van verfopeenhopingen', zoals hij zijn methode eens omschreef. Die reliefachtige structuur is zeer kwetsbaar. Cornelia Peres, die ruim vier jaar aan het museum is verbonden, zal eerst de schade documenteren en ultra-violette foto's maken. Daarna volgt het 'uitdeuken', het 'hechten' van het weefsel en het vastzetten van de losliggende verfbrokjes, waarvan sommige, onbruikbare fragmenten uit de plastic zakken tevoorschijn zijn gekomen en in een doosje zijn verzameld. De laatste fase behelst het opvullen van de verf-leemtes.

Ook deze restauratie zal, evenals het schoonmaken en herstellen van drie van Van Gogh's 'boomgaarden', waar Peres voor de grote overzichtstentoonstelling van vorig jaar langdurig aan werkte, meer informatie opleveren over de werkwijze en het verfgebruik van Van Gogh. Over de verfsoorten die de impressionisten toepasten, en de verkleuringen die het materiaal vaak te zien geeft, is relatief weinig bekend.

Het staat nog niet vast welke kosten aan dit herstel zijn verbonden. Peres krijgt assistentie van het Amsterdamse Restauratoren Collectief.

Op de vraag of de schade van invloed is op de waarde van de schilderijen, moest conservator Louis van Tilborgh het antwoord schuldig blijven. Handelen in 's rijks Van Gogh-bezittingen komt in het museum niet aan de orde. Maar het feit dat van de twintig gestolen werken er vorig jaar veertien in de overzichtstentoonstelling waren opgenomen, zegt, aldus Van Tilborgh, genoeg over de waarde van deze werken.

Details over een eventuele schadeclaim, in te dienen bij de particuliere beveiligingsdienst VNV, geeft men, zolang het onderzoek loopt, niet vrij. Dat er fouten zijn gemaakt door de beveiligingsdienst staat volgens het museum wel vast, maar het politie-onderzoek zal moeten uitwijzen in hoeverre deze de beveiligheidsdienst ook aan te rekenen zijn. Een museum-woordvoerster bevestigde wel dat het contract met VNV nog steeds van kracht is.