Oostduitse boeren houden hun grond en hun zorgen; Niemand koopt een varken uit Oost-Duitsland'; 'Wederrechtelijk betrokken' huizen moeten ontruimd(

SACHSENDORF, 24 APRIL. Te zeggen dat de dorpelingen de vlag hebben uitgestoken toen ze hoorden dat het Constitutionele Hof de voormalige grootgrondbezitters in deze streek in Oost-Duitsland in het ongelijk heeft gesteld, ware overdreven. Sterker nog: het al enkele uren geleden door de radio bekendgemaakte nieuws dat de grond hier van de boeren blijft, blijkt tot negen van de tien ondervraagde inwoners van het luttele kilometers van de Poolse grens liggende Sachsendorf nog niet te zijn doorgedrongen.

“Oh mooi”, reageren een viertal werknemers van de LPG, het op de Sovjet-kolchozen geente maar inmiddels in een naamloze vennootschap omgezette cooperatieve landbouwbedrijf van het dorp, wanneer de buitenlandse verslaggever hen van het nieuws op de hoogte stelt. “We verdienen nu al zo weinig bij de LPG”, meent eentje, “goed dat we niet ook nog onteigend worden.”

Sachsendorf ligt op luttele kilometers van de grens met Polen. Op de kerk en de negentiende-eeuwse pastorie na is het dorp duidelijk na de oorlog opnieuw opgetrokken. De Sovjet-veldtocht naar Berlijn liet hier grote verwoestingen achter en, vertellen de dorpelingen, stapels lijken langs de dorpsstraat. De Sovjet-soldaten liggen begraven onder een klein monumentje met Russisch opschrift, vlak voor het gemeentehuisje, de Duitse meer onopvallend buiten het dorp.

Zeker, men had zich grote zorgen gemaakt over het ongedaan maken van de mogelijkheid dat de Landhervorming tussen 1945 en 1949, waarbij in de Sovjet-bezettingszone het grootgrondbezit werd verdeeld onder de veelal voor het oorlogsgeweld uit Polen en Roemenie hierheen gevluchte boeren, ongedaan zou worden gemaakt. Maar de problemen blijven, en volgens de dorpelingen is niemand hier van plan de LPG (Landwirtschaftliche Produktionsgenossenschaft) te verlaten en een familiebedrijf naar Westduits model te beginnen. “Met welk geld zouden we dat moeten doen, en dan voor welke markt? Niemand koopt een varken uit Oost-Duitsland.”

“En aan de andere kant: misschien had die Schmelzer wel geld voor investeringen meegebracht”, meent een ander, sprekend over de zoon van de vroegere grootgrondbezitter in Sachsendorf. De zoon van Hans-Adolf Schmelzer had een prettige indruk gemaakt, toen hij in november vorig jaar een weekje bij de dominee logeerde om als Westduitser de sfeer van de oude 'Heimat' weer eens op te snuiven.

Maar het bezoek liet een wrange nasmaak achter. Schmelzer had een kennismakingsavond voor de dorpelingen georganiseerd en hen verzekerd dat zij zich om hun huis en haard geen zorgen hoefden te maken. De inwoners van Sachsendorf hadden daaruit begrepen dat Schmelzer, in tegenstelling tot vele andere erven van voormalige grootgrondbezitters in Oost-Duitsland, geen poging zou doen om de uitkomsten van de naoorlogse landhervorming aan te vechten. Ten onrechte, bleek enige weken later: Schmelzer had zijn juridische aanspraken aangemeld bij de 'Landrat' van het district.

De slapeloze nachten, vooral bij ouderen die zich hun dramatische vertrek uit Polen en Roemenie nog herinnerden, namen een aanvang.

“Het was Schmelzer zelf niet, dat is een goed man”, weet een van hen, “het was zijn zuster die hem ertoe heeft aangezet het oude bezit op te eisen.”

De dominee die, zegt men, van een en ander meer weet, is niet thuis - of hij zou de man op de fiets moeten zijn die zich een minuutje na ons aanbellen met grote snelheid losmaakt uit de achtertuin van de pastorie, niet op of om kijkend. Dat is voorwaar een grote bijzonderheid in een dorp dat ver weg ligt van enige doorgaande weg en waar een vreemdeling op gereserveerde, maar onmiskenbare nieuwsgierigheid kan rekenen.

Op papier bestaat tweederde van de bevolking van het dorp uit zogenoemde 'Umsiedler' uit de vroegere Duitse gemeenschappen in het huidige Polen en Roemenie, of hun nakomelingen. Het kost evenwel moeite om iemand te vinden die over de dramatische gebeurtenissen uit de naoorlogse jaren iets wil vertellen, en wie al iets loslaat zegt er meteen bij dat zijn familie in ieder geval niets te maken heeft gehad met de landhervorming.

De Sovjet-bezettingszone was geenszins het enige deel van Duitsland waar na de oorlog het grootgrondbezit werd opgedeeld onder kleinere boeren. Dat gebeurde ook in een aantal Westduitse streken om, in overeenstemming met de aanvankelijke opzet van de geallieerden, concentraties van economische macht in Duitsland te breken. Maar de manier waarop in de Sovjet-bezettingszone dit beleid werd uitgevoerd, viel op door hard- en wreedheid en riep herinneringen op aan de manier waarop in Rusland in de jaren dertig tegen de koelakken tekeer was gegaan.

De veelal adelijke grootgrondeigenaren - dat was iedereen die meer dan honderd hectaren bezat - werden er als groep van beschuldigd nazi's te zijn geweest. Niet alleen zagen zij zich volledig onteigend. Velen van hen werden met hun familieleden als 'nazi' en 'klassevijand'

gearresteerd. Geen wonder dus dat de meeste 'Junker' de wijk namen naar West-Duitsland om daar een nieuw bestaan op te bouwen.

91.000 'Umsiedler' kregen in Oost-Duitsland bij de landhervorming stukken land van vijf hectaren toebedeeld, soms een beetje meer als het om weinig vruchtbare grond ging. De grootste groep begunstigden vormden de voormalige werknemers van de landerijen.

De Sovjet-Unie heeft vorig jaar bij de onderhandelingen over de Duitse eenwording geeist dat de onder haar leiding tussen 1945 en 1949 uitgevoerde onteigeningen na de hereniging hun rechtsgeldigheid zouden behouden. Die gedachte is als artikel 41 in het Verenigingsverdrag opgenomen, en gisteren door het Constitutionele Hof in Karlsruhe bekrachtigd als in overeenstemming met de Duitse grondwet. De ongeveer 12.000 Westduitsers, uit wier naam de zaak bij het hof aanhangig was gemaakt, hebben het nakijken. Hun argumenten leken niettemin sterk: de onteigeningen droegen het karakter van 'groepsjustitie', de grootgrondbezitters waren in werkelijkheid niet meer nazi-gezind dan andere bevolkingsgroepen - tenslotte was de enige aanslag op het leven van Hitler tijdens de oorlogsjaren het werk van 'Junker'.

En bovendien: slachtoffers van onteigening na 1949 in de DDR hebben, eveneens volgens het Verenigingsverdrag, wel recht op teruggave van hun eigendom. Van deze bepaling beginnen de bedenkers in Bonn en Berlijn overigens langzaam spijt te krijgen. Niet alleen leidt zij tot veel onrust en - zo zegt iedereen hier althans - tot een toenemend aantal zelfmoorden onder Oostduitsers die plotseling bezoek of dreigbrieven van Westduitsers krijgen waarbij zij soms op hoge toon worden gesommeerd de “wederrechtelijk betrokken” woning spoorslags te ontruimen. Ook blijkt de omstandigheid dat op hele stadswijken en gemeenten in totaal honderdduizenden claims zijn ingediend, terwijl betrouwbare kadasters meestal ontbreken, weer een nieuwe rem te zijn op het toch al niet overrompelende tempo van de investeringen in Oost-Duitsland.

Was Hans-Adolf Schmelzer een nazi? Op dit punt lijken de inwoners van Sachsendorf getroffen door een collectief slecht geheugen. Wel weet men zich nog goed te herinneren hoe 'partijleden' de mijnen en blindgangers in de velden voor de eerste zaaicampagne na de landhervorming onschadelijk moesten maken. En daarmee worden in dit verband dus niet de leden van de communistische SED bedoeld, maar die dorpelingen die bij de NSDAP waren geweest en waarvan er twee bij het mijnen-zoeken zijn gesneuveld. De stenen van het 'Gutshaus' en de suikerfabriek van de familie Schmelzer, die al waren gehavend door het oorlogsgeweld, kwamen goed van pas bij de bouw van nieuwe boerenwoningen.

Scherper dan de herinnering aan de eerste naoorlogse jaren, lijkt die aan de gedwongen collectivisatie van de nog maar net zelfstandige boerenbedrijven in de jaren vijftig en zestig. Wie zich in Sachsendorf jarenlang koppig had verzet tegen aansluiting bij de zwaar gesubsidieerde LPG, die de overgebleven zelfstandige boeren elke mogelijkheid tot het inhuren van arbeidskrachten of het doen van investeringen ontnam, werd ten slotte in 1964 met de dreiging van strafvervolging tot aansluiting gedwongen.

Zo ontstonden de eens impopulaire LPG's, die nu overal in Oost-Duitsland failliet gaan of het al zijn, maar waar toch bijna niemand meer uit lijkt te willen - ondanks de 23.500 D-mark subsidie en aantrekkelijke kredietmogelijkheden die de vergrote Duitse staat geeft aan wie een familiebedrijf wil beginnen. De LPG van Sachsendorf heeft net geinvesteerd in nieuwe apparatuur, vertelt een werknemer, maar het vertrouwen in de toekomst ontbreekt. “Wij wachten af”. De oplossing voor dit probleem is nog in het geheel niet op de radio bekendgemaakt.