Molukse arts wil jongeren bij leiding RMS betrekken; 'Revoluties kosten altijd bloed'

ROTTERDAM, 24 APRIL. Ir. J.A. Manusama zal morgen zijn aftreden bekendmaken als president van de republiek der vrije Zuid-Molukken (RMS). Dat zegt vice-president F.L.J. Tutuhatunewa. Ook zal de president morgen bij de 41ste herdenking van het uitroepen van de RMS de commissie benoemen die zich zal buigen over de opvolging.

Tutuhatunewa (67) wil over de samenstelling en werkwijze van die commissie alleen maar kwijt dat hijzelf daarin zitting heeft en dat men er naar streeft binnen een jaar de opvolging van Manusama te hebben geregeld.

Het aftreden van de tachtigjarige Manusama wordt door delen van de Molukse gemeenschap binnen Nederland als een voorwaarde gezien om tot een “hedendaags” beleid te komen. Op 13 april kwam naar buiten dat de 'minister voor veiligheidszaken' ir. P.J. Tatipikalawan in het kabinet van Manusama, zijn ontslag had aangeboden. Hij en zijn medestanders kiezen voor een radicaler beleid en hebben een eigen organisatie gesticht met een vijfjaren plan ter bevrijding van de Molukken. Volgens Manusama werken militante figuren zoals Tatipikalawan “aan de ondergang van het ideaal”.

Voor de opvolging van Manusama wordt een vijftal kandidaten genoemd. De president zelf heeft het laatste woord in de keuze, de commissie kan slechts een aanbeveling doen. Voor het behoudende deel van de Molukse gemeenschap is Tutuhatunewa ('hij die door de branding de rotsen bereikte') een van de kandidaten. De gepensioneerde arts heeft, naar zijn zeggen, via een krant daarvan kennis genomen en is hierover zeer terughoudend.

Als hij zou worden gekozen, wordt opnieuw een man van de oudste generatie Molukkers in Nederland president. Dat strookt wel met de Molukse tradities, maar niet met de wensen van de jongeren. “De nieuwe president kan jongeren kiezen als zijn medewerkers”, luidt het antwoord. “Ik vind dat dat is aan te raden.” Voor die keuze hoeft de nieuwe man geen verantwoording af te leggen. “Als-ie baas is, is-ie baas”, zegt Tutuhatunewa. Alleen op het congres van de eenheidsbeweging Badan Persatuan wordt ook de president ter verantwoording geroepen. “Dan zijn ze niet mals hoor”.

Van een peiling naar de mening van de achterban zal bij het zoeken naar de nieuwe president geen sprake zijn. “Dat is niet te doen, dan zou er een registratie moeten worden opgezet, wie mag er wel stemmen en wie niet. Dat leidt tot rompslomp en pijnlijke situaties. En bovendien, wij kunnen een president kiezen, maar op de Molukken zitten ook een miljoen mensen die nog een mening hebben.”

Tutuhatunewa trad in 1974 toe tot het kabinet van president Manusama, als een representant van de “jongere generatie”. Bij de (tweede) treinkaping bij 'De Punt' in Drente in 1978 kwam hij in de publiciteit als de Molukse arts die op verzoek van de Nederlandse regering naar de trein ging en met de kapers de vrijlating te regelen van twee zwangere vrouwen. “Iedereen vroeg of ik niet bang was dat ik doodgeschoten zou worden. Maar Molukkers schieten niet op Molukkers, die jongens waren blij dat ze met me konden praten.”

Voor de radicale stromingen die zich nu laten gelden heeft hij weinig begrip. “Revoluties kosten altijd bloed”, luidt zijn reactie. “Ik zou het verschrikkelijk vinden om tegen het miljoen Molukkers dat onder de Indonesiers leeft, te zeggen: ga schieten zodat de wereld luistert naar je problemen. Wij hebben gemakkelijk praten. Er is al bloed vergoten in de tijd van die RMS-proclamatie (1950-red.). Maar als ze toch beginnen ben ik een van de eersten die ze politiek steunt.”

Dat de jongere Molukker geen affiniteit zou hebben met de RMS-idealen omdat hij vanuit het comfortabele Nederland beslist niet wil vertrekken naar de eilandengroep in de archipel, noemt Tutuhatunewa een misverstand. Het gaat er niet om of ze terugwillen, legt hij uit in zijn etagewoning in Rotterdam. “Het gaat om een vrij Ambon. Het zou een ramp zijn als ze allemaal vertrokken naar de Molukken.”

De laatste jaren is er een intensief verkeer van de Nederlandse Molukkers naar de eilanden. Het zijn toeristen, maar ouderen vestigen zich er nogal eens voor de rest van hun dagen. “Velen van hen willen begraven worden onder klapperboom”, zegt Tutuhatunewa vol begrip.

Zijn beide zoons zijn op de Molukken geweest, moeder en dochter niet en hijzelf krijgt geen visum.

“Juist het heimweegevoel maakt ons een”, zegt Tutuhatunewa. “Het Molukse volk zwermde uit over heel Nederlands Indie. Klerken, dominees, onderwijzers, artsen, ingenieurs, zeevarenden en de militairen in het Koninklijk Nederlands-Indische Leger (KNIL): allen kennen heimweegevoelens. We kennen ontzettend veel heimweeliedjes. De uiting van het verlangen naar de branding op witte stranden en de palmbomen.”