M. SINT: PvdA moet uit het defensief komen

Hoe komt de Partij van de Arbeid de klap van de Statenverkiezingen te boven? Het tiende in een serie gesprekken over de toekomst van de PvdA. Vandaag partijvoorzitter Marjanne Sint.

AMSTERDAM, 24 APRIL. “Het kabinet moet ophouden het tekort aan geld centraal te stellen. Daar gaat een bijna deprimerende werking van uit.

Voor een partij die ideeen heeft voor de toekomst is het buitengewoon mager als we elk maatschappelijk probleem terugbrengen tot de vraag: wat kost het?

“Dat de partijleider tegelijk minister van financien is, tsja, daarin zit een stevige spanning. Maar toch kun je ook vanuit die verantwoordelijkheid op een offensieve manier laten zien waarom we het zo doen en niet anders. De grootste uitdaging is: laten zien dat we meer kunnen doen met minder geld. Ik zou het echt armoe vinden als de sociaal-democratie alleen kan regeren als er meer geld is te verdelen in plaats van minder. Het meest noodzakelijke nu is om in de dagelijkse politiek de grote lijnen voor de komende jaren te laten zien.

“Ik kan hooguit wat contouren geven. Ik heb geen set oplossingen. We moeten uitgaan van de toegenomen zelfstandigheid van de burger: de grotere mondigheid en de individualisering. We moeten mensen aanspreken op het feit dat ze kunnen kiezen. Geen betutteling, maar nadruk op de eigen verantwoordelijkheid. Daarop moeten we de organisatie van de overheid en de sociale zekerheid afstemmen. Aan milieubehoud moeten we consequenties durven verbinden. De welvaartsgroei zal niet meer ongebreideld door kunnen gaan. We moeten ons steeds realiseren dat we deel uitmaken van een internationale gemeenschap. Neem dat rapport uit 1984 van Ritzen, Woltgens en Van Kemenade over de sociale zekerheid. Daarin zaten heel goeie ideeen, behalve dan om in Nederland wettelijk verplichte arbeidsduurverkorting in te voeren en een 25-urige werkweek. Zo'n keuze kunnen we niet meer doen. Nederland is geen eiland meer.

“De partij heeft in de jaren negentig drie kiezersgroepen: de werknemers tot anderhalf keer modaal, de intellectuele voorhoede en de mensen met een uitkering. Het wordt de kunst om die drie onderling te verbinden, net als in de jaren zeventig. Dat lukt niet als we ons concentreren op de behartiging van materiele belangen. Die zijn vaak tegenstrijdig. Dat lukt wel als we een richting bieden waarin de samenleving zich moet ontwikkelen, die alle drie groepen aanspreekt.

Wij leggen ons er niet bij neer dat mensen worden afgeschreven, dat we groepen afkopen met een uitkering. Een plek voor iedereen, de boel bij mekaar brengen - dat is de PvdA. Wij zijn ook een emancipatiebeweging, nu zijn de minderheden en de mensen met lage opleidingen belangrijk.

“De sociaal-democratie is nooit bedoeld om voor de mensen te zorgen, ben je nou mal. De sociaal-democratie is ervoor om mensen voor zichzelf te laten zorgen. Om de belemmeringen daarbij uit de weg te ruimen, niet om de verantwoordelijkheid over te nemen. De PvdA moet er bijvoorbeeld voor zorgen dat bejaarde mensen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven. Dat soort voorzieningen vraagt om maatwerk, niet om algemene regelgeving. Dus moeten bevoegdheden worden gedecentraliseerd - een echte operatie 'ontmanteling regelgeving', daar zitten we op te wachten. Dan moeten we ook accepteren dat gemeenten prioriteiten anders leggen. Wij zijn ook de partij die nadenkt over machtstegenstellingen. Als je de groei van de wereldbevolking vergelijkt met het gebruik van natuurlijke bronnen, dan is er maar een conclusie mogelijk - het rijke Westen zal terugmoeten.

“Het grootste risico nu is dat onze achterban wat anders van ons verwacht. Ik krijg brieven van kiezers die zich erover beklagen dat ze er financieel te weinig op vooruit gaan. De PvdA had toch beloofd de achterstand in de uitkeringen uit de jaren tachtig ongedaan te maken, zo luidt het verwijt. Dat hebben we dus helemaal niet beloofd. Als we voor de jaren negentig inzetten op het honoreren van materiele verlangens, kunnen we daar nooit aan voldoen. We moeten nu durven, ook als we daar eerst niet populair door worden. We moeten weg uit het krampachtige, uit het defensieve. Ik wil af van het beeld van de PvdA als de partij van alleen de inkomens. Dat is fnuikend. We moeten niet van alles inkomensbeleid willen maken. Het milieubeleid moeten we bijvoorbeeld sterk gescheiden houden van inkomensbeleid. Als je alles inkomensafhankelijk maakt creeer je enorme armoedevallen. Iedere stimulans om de arbeidsmarkt te betreden, lekt dan weg.

“Als je links zijn in de jaren negentig definieert als hervormingsgezind, open staan voor veranderingen en verder kijken dan je eigen inkomen dan kun je niet alleen links zijn, dan moet het zelfs. Het gaat erom de samenleving flexibeler te laten worden.

Flexibeler pensioneren, bijvoorbeeld. Maar flexibelere winkelsluitingstijden horen er ook bij. Het niet langer verbindend verklaren van CAO's door Den Haag zou er ook bij kunnen horen.

Flexibeler koppelen van uitkeringen aan de loonstijging? (Bijvoorbeeld wel trendmatige stijgingen voor ouderen en niet voor jongeren met betere arbeidsperspectieven, FJ) Dat weet ik nog niet. Ik zoek het liever in meer arbeidsbevorderende maatregelen - als je het enorme beslag op de sociale zekerheid terugdringt, dan is de koppeling het probleem niet.

“De WAO-discussie is symptomatisch voor de manier waarop we nu politiek bedrijven. Het gaat alleen over wat het kost en dat het minder moet. Onze invalshoek moet zijn dat het onacceptabel is dat zoveel mensen die willen en kunnen werken, thuis moeten zitten. Meer mensen inschakelen, dat is onze hoofddoelstelling. En dan moeten we over heel veel durven praten. Ook over het idee van Brinkman om van de WAO een minimum-uitkering te maken waarvoor de mensen zich dan aanvullend kunnen bijverzekeren. Ik geloof dat nu al 90 procent van alle uitkeringen op het sociaal minimum zit. Het kan allemaal bespreekbaar worden. Maar dan moet het kabinet deze zomer wel met een samenhangend pakket maatregelen komen waarin werkgelegenheid centraal staat. Dan maar na 12 juli, als het SER-advies uitkomt. Het moet een groot pakket zijn waarvan het kabinet zegt: hier samenleving, dit is het, daar zetten we op in. Dat zou ik wervend vinden. Dan zou ik ook een hoop kunnen slikken waarvan ik nu nog zeg: dat ligt voor ons lastig. De bevordering van de arbeidsdeelname komt in dit kabinet het slechtst uit de verf - dat zeg ik tegen minister De Vries.

“Ik vind zelf de integrale benadering van de WRR heel aantrekkelijk. Een sluitende aanpak voor werklozen, onderwijsfaciliteiten, werkervaringsplaatsen, het geleidelijk omzetten van kostwinnersfaciliteiten in kinderopvang en extra kinderbijslag. Dan moeten we ook willen nadenken over de hoogte van het minimumloon, over de fuikwerking van de sociale zekerheid. Zolang dat debat maar in het bredere perspectief van een grotere arbeidsdeelname wordt gevoerd, valt er te praten. Dat Brinkman nu politieke chantage pleegt door binnen een paar weken WAO-maatregelen van het kabinet te verlangen vind ik bevreemdend. Ik mag toch hopen dat het kabinet binnenkort met een reactie op het WRR-rapport komt - dat is een natuurlijk aangrijpingspunt. Brinkman zet de zaak onnodig op scherp.

“De partij zit nu in een fase van zoeken en tasten. Dat begint met somber terugblikken - dat is goed voor het zelfreinigend vermogen. In de komende tijd moeten we de slag naar de inhoud maken - wat willen we nu eigenlijk. Het debat moet terugkomen in de partij. In de jaren negentig is de rol van de politiek anders dan in de jaren zeventig, dat zie ik ook. Toch moet het mogelijk zijn om duidelijk te praten over de samenleving die je wilt. Ons beginselprogramma is op een aantal punten verouderd - Europa staat er niet in, de nieuwe Oost-West verhoudingen evenmin. Eigenlijk moet het herschreven worden, maar in alweer een commissie heb ik geen zin. Het debat moet uit de partij komen, maar moet worden uitgedragen door de partijleider. Die moet aangeven wat hij als grote lijnen ziet voor de komende jaren - een duidelijk profiel, in de goede zin van het woord. Ik hoop dat we dat kunnen verwachten.”

    • Folkert Jensma