Luxemburg wil uitstel Eurofed tot begin 1996

BRUSSEL, 24 APRIL. Luxemburg, het land dat op het ogenblik fungeert als voorzitter van de Europese Gemeenschap, heeft gisteren voorgesteld de Eurofed, de toekomstige centrale bankinstelling van de EG, pas te laten beginnen in 1996.

Het voorstel is bedoeld als compromis tussen landen zoals Frankrijk, die de Eurofed al op 1 januari 1994 willen laten beginnen, en landen als Duitsland en Nederland, die menen dat de Europese centrale bank pas op het eind van de tweede fase van de Economische en Monetaire Unie (EMU) kan gaan functioneren, als aan allerlei voorwaarden voor grotere economische convergentie van de lidstaten is voldaan. De tweede fase van de EMU moet, zoals vorig jaar december op de Europese Raad in Rome is afgesproken, beginnen op 1 januari 1994.

Wel zou volgens het Luxemburgse plan al medio 1993 een 'raad' van de presidenten van de centrale banken van de lidstaten moeten worden ingesteld om de Eurofed voor te bereiden. De bankpresidenten ontmoeten elkaar ook nu al op informele basis maandelijks in Bazel in een 'comite'. De raad zou daarvan dan een min of meer geinstitutionaliseerde vorm zijn.

De raad zou, in afwachting van de oprichting van de Eurofed, zorgen voor samenwerking tussen de nationale banken en de coordinatie van het monetaire beleid ten einde de inflatie onder controle te houden. Ook zou hij de ontwikkeling van de Ecu als enige munt in de EG moeten bevorderen en de voorwaarden scheppen voor de toetreding van Portugal en Griekenland tot het wisselkoersmechanisme van het Europees Monetair stelsel (EMS).

Vanaf 1996, zo wordt voorgesteld, zou de Eurofed meer verantwoordelijkheden op zich nemen. In het laatste stadium van de EMU, voorzien in de tweede helft van de jaren negentig, moeten de onderlinge wisselkoersen vastliggen en wordt het beheer van de reserves die naar de EG zijn overgeheveld, aan de centrale bank overgedragen. De Eurofed zou dan ook kunnen beginnen met het doen van aanbevelingen voor de te voeren politiek aan de nationale centrale banken en zou die aanbevelingen ook openbaar moeten maken.