Iraakse musea 'onherstelbaar beschadigd'

ROTTERDAM, 24 APRIL. Ten minste vijf Iraakse musea die onderdak bieden aan unieke stukken uit het Nationaal Museum in Bagdad, zijn geplunderd en vernield.

Dat heeft de directeur van de oudheidkundige dienst in Bagdad, Muayad Said Damerji, gisteren bekendgemaakt.

De vernielingen zijn gedeeltelijk het resultaat van Amerikaanse bombardementen en beschietingen, maar de schade door deze gevechtshandelingen is zeer beperkt. Volgens Said Damerji zijn de musea van Amara, Koufa, Diwaniya, Basra en Kirkuk onherstelbaar beschadigd tijdens de burgeroorlog die in Irak uitbrak na de geallieerde bevrijding van Koeweit.

“Elk van die musea herbergt voorwerpen die in de omtrek zijn opgegraven”, aldus Damerji. “Wij zijn nog niet in staat een complete lijst op te stellen van alle verdwenen stukken. Wij verwachten wel dat er de komende maanden op de kunstmarkt in Europa en elders delen uit ons museumbezit worden verhandeld.”

Het Nationaal Museum van Bagdad beheert een collectie van 150.000 voorwerpen, waarvan een gedeelte is ondergebracht in provinciale musea en in depots. Het museum in Bagdad, dat tijdens de oorlog met Iran lange tijd achtereen gesloten is geweest, is nog steeds ontruimd.

Volgens de Iraakse oudheidkundige dienst hebben de Amerikaanse bombardementen op Bagdad scheuren veroorzaakt in de tonnen zware reliefs die niet uit het museum konden worden verwijderd. Voorlopig blijft het Nationaal Museum gesloten.

Behalve musea zijn ook archeologische vindplaatsen beschadigd door beschietingen en vernielingen. Hoewel de Iraakse oudheidkundige dienst al in augustus vorig jaar voorzorgsmaatregelen nam ter bescherming van musea, was het voor de dienst onmogelijk alle tienduizend archeologische vindplaatsen doeltreffend te beschermen. Rondom Sumer zijn kleitabletten opgegraven die aantonen dat de oorsprong voor het schrift moet worden gezocht in de landstreek tussen de rivieren de Tigris en de Eufraat.

De dienst vindt de schade aan opgravingsplaatsen en monumenten zeer betreurenswaardig. “Stelt u zich eens voor hoe eerst de Amerikanen en daarna de Irakezen in alle richtingen over de opgravingsterreinen rondom de Sumerische stad Ur trokken. Omdat er geen enkele bewaking ter plaatse was, weten we niet of soldaten misschien aardewerk of kleitabletten hebben meegenomen”, aldus Damerji, die er verder nog op wijst dat de archeologische terreinen rondom het noordelijk gelegen Mosul zijn gebombardeerd en dat in Hattra zelfs de tenten van daar werkzame archeologen doelwit zijn beschoten.

Eerdere berichten maakten melding van schade in Samarra, eens de hoofdstad van een rijk dat zich uitstrekte van het Iberisch schiereiland tot de grenzen van India. De archeologische ruines van deze stad zijn gelegen naast wat eens de belangrijkste chemische wapenfabriek van Irak was. Het gewelf van Ctesiphon uit de derde eeuw - met zijn spanwijdte van 25 meter is het het grootste bakstenen gewelf ter wereld - is eveneens beschadigd. Archeologen vrezen dat het gewelf zal instorten. (AFP-AP)