Indonesische oppositie is niet meer aan de kant te zetten

JAKARTA- YOGYAKARTA, 24 . “Het Indonesische publiek verlangt van de politiek meer initiatief, meer informatie en meer overleg”, zegt Abdurrahman Wahid, voorzitter van het nieuwe Forum voor Democratie, die hieraan wil bijdragen zonder de autoriteiten onnodig te provoceren. “De regering zag in ons een tijger, toch zijn we maar een kat.”

Dat het Forum de eerste weken van zijn bestaan heeft overleefd, is vooral te danken aan het diplomatieke vernuft van Wahid, want in regeringskringen is men wel een beetje geschrokken van “dit bonte gezelschap van vrijzinnige islamieten en eigengereide priesters”, zoals Forum-lid pater Mangunwijaya het uitdrukt.

“De regering van president Soeharto beschouwt ons als een groep die je op een armlengte afstand moet houden, maar die je niet zomaar aan de kant kunt zetten”, zegt Abdurrahman Wahid. Daar is het gezelschap ook niet naar. Wahid is tevens leider van de Nahdlatul Ulama, in de tijd van Soekarno een islamitische politieke partij en nu met 12 miljoen leden de grootste 'sociaal-religieuze organisatie' van Indonesie.

De leden van de groep - hoofdzakelijk academici - hebben een verschillende regionale en godsdienstige achtergrond. Het Forum telt zowel pribumi (autochtonen) als etnische Chinezen, zowel christenen als moslims. Zij kennen elkaar als studiegenoten, collega's, geestverwanten en vrienden. Wat hen bijeenbracht was hun gemeenschappelijke zorg over de toenemende spanning tussen de etnische en religieuze gemeenschappen van het land. Wahid: “In Indonesie worden de gelovigen tegenwoordig op een avond in meer dan duizend moskeeen gewaarschuwd voor de 'oprukkende kristenisasi'. Als iemand een kerk bouwt, wordt dat beschouwd als een verlies voor de islam.

Daar komt bij dat als gevolg van de sociaal-economische kloof tussen de succesvolle Chinese minderheid en de meerderheid de weerzin groeit tegen de Chinezen. Dat is voelbaar.''

Pater Y.B. Mangunwijaya, een rooms-katholieke priester die naam maakte met zijn historische romans en vanuit Yogyakarta actief is in onderwijs en maatschappelijk werk zegt: “Onze samenleving is ziek, ziek van angst. De islamitische meerderheid is bang voor de protestantse en katholieke minderheid die in Indonesie buitenproportioneel sterk vertegenwoordigd is in het politieke en zakenleven. Op haar beurt is de christelijke minderheid bang voor de meerderheid. De affaire-Monitor (het boulevard-blad dat een populariteitspeiling publiceerde waarbij de profeet Mohammed op de elfde plaats eindigde en dat onder druk van militante moslims werd gesloten) was een symptoom van deze dubbele psychose, die door de regering wordt gebruikt. Het ergste is dat de intellectuelen ook bang zijn; dat is heel gevaarlijk.”

Mangunwijaya erkent dat studenten vaker demonstreren en boeren zich niet meer zomaar neerleggen bij onteigening van hun land. “De kleine man wordt dapperder, maar dat is niet zonder meer gunstig. Het kan ook leiden tot uitbarstingen zoals in 1966 (toen de volkswoede zich, kort na de mislukte coup van linkse kolonels in 1965, ontlaadde tegen al of niet vermeende communisten) Dat is een van de redenen waarom wij Forum Demokrasi hebben opgericht; we zijn bezorgd dat er amok ontstaat, dat de hel losbreekt.”

Op uitnodiging van Wahid kwamen op 16 en 17 maart 45 personen uit de academische, culturele en zakenwereld bijeen in het Westjavaanse Cibeureum. Daar werd besloten een losse associatie op te richten met een bondig geformuleerd, maar verreikend program: het propageren van democratische beginselen. De oprichters zijn van mening dat zonder een democratische politieke cultuur maatschappelijke groepen tegen elkaar uitgespeeld zullen worden en spanningen geen uitweg vinden.

Wahid: “De Indonesische maatschappij heeft behoefte aan een verandering in het politieke klimaat, aan meer maatschappelijke controle op de regering en doorzichtiger procedures, zowel bij de besteding van overheidsgelden als in de rechtspleging. Wij willen in die behoefte helpen voorzien, niet door afzonderlijke kwesties op te spelen, maar door het formuleren van samenhangende ideeen ter verbetering van het bestaande politieke kader.”

Abdurrahman benutte de islamitische vastenmaand voor consultaties met hogerhand voordat de groep in de openbaarheid trad. Wahid: “Ik heb het idee eerst voorgelegd aan majoor-generaal Suryadi Sudirja, de verantwoordelijke man voor sociale en politieke aangelegenheden in het legerhoofdkartier. Hij was aanvankelijk sceptisch, was bang dat 'negatieve elementen' zouden komen bovendrijven, die vinden dat het leger terug moet naar de kazernes en die de mensen willen oproepen volgend jaar blanco te stemmen”.

Na de persconferentie op 3 april werd Wahid gebeld door secretaris van staat Moerdiono (hoofd van het kabinet van president Soeharto); hij moest op maandag 8 april langskomen. Wahid: “Moerdiono gaf me indirect zijn zegen. Hij zei letterlijk: 'Zeg maar dat je alleen communicatiewerk doet en dat je je niet inlaat met praktische politiek. Ik steun jullie activiteit niet, maar ik verbied hem ook niet.' Hij suggereerde - hij is te gewiekst om vastgepind te kunnen worden - dat hij een en ander had besproken met de president”.

Diezelfde avond moest Wahid verschijnen in het hoofdkwartier van de Bakin, de inlichtingendienst. Daar verbrak hij de vasten met Bakin-commandant Soedibyo en diens voltallige staf. Na het eten moest hij het gezelschap voorlichten over het Forum. “Uiteindelijk ging het alleen nog om de naam. Ik legde uit dat die best veranderd kan worden, bijvoorbeeld in Forum voor Democratische Communicatie, maar dat ik tijd nodig heb om alle leden daarover te raadplegen. Ik suggereerde om intussen de naam Forum Demokrasi te blijven voeren en dat vond de generaal goed.”

Op 10 april kreeg Wahid op het ministerie van binnenlandse zaken te horen dat hij maar van het Forum moest afzien: de bedoelingen waren te onduidelijk en de club kon 'misverstanden' wekken. Toen de voorzitter zei dat de zaak “al met de president was besproken”, draaide de ambtenaar bij. Uiteindelijk verbond hij aan het voortbestaan van de groep vijf voorwaarden: een andere naam, open lidmaatschap, geen praktische politiek, geen oppositie en de verplichting om bij het ventileren van ideeen en opvattingen “gebruik te maken van de bestaande democratische kanalen”.

Wahid: “Dat zijn bijna alle kanalen die er zijn, op een na; we mogen ons niet rechtstreeks tot de bevolking richten en onze stukken niet zelf publiceren. Maar er is geen enkele reden om aan al onze ideeen het kaartje Forum Demokrasi te hangen. Het belangrijkste is dat de boodschap overkomt. We gaan ons ook niet rechtstreeks inlaten met de verkiezingen van 1992 en de presidentiele opvolging van 1993”.

Ook pater Mangunwijaya vindt de voorwaarden niet onoverkomelijk. “Die liggen in de sfeer van riten en formules, waaraan men zich te houden heeft in Indonesie. Hier beschouwt men 'oppositie' nu eenmaal niet als loyale, kritische tegenhanger van de regering; dat woord is hier taboe. Die voorwaarden vormen voor ons geen beletsel. De regering is niet voor ons, maar ook niet tegen ons en dat is voorlopig genoeg.”