Groteske uitvoering van De Muisjes

Voorstelling: De Muisjes deel 1 (Met smart zult gij kinderen baren) van Gees Linnebank. Spelers: Gees Linnebank, Rick Nicolet, Lotte Lohr, Nelly Frijda, Celia van den Boogert, Georgette Rejewski, Cox Habbema, Dirk Zeelenberg, e.a. Decor: Frank Raven. Regie: Lodewijk de Boer. Gezien: 23-3 in de Stadsschouwburg, Utrecht. Toernee t-m 2-6.

Zes jaar geleden liep Bernard Droog weg uit de repetities van Beschuit met muisjes, die zijn afscheidsvoorstelling bij toneelgroep Theater moest worden. Hij zou de hoofdrol spelen, maar was het niet eens met de regie van Gees Linnebank, die naar zijn zeggen alles veruiterlijkte en grover maakte dan Heijermans het had geschreven. Linnebank zelf bewaart aan die voorstelling een heel andere herinnering; hij sloeg, samen met de toenmalige Theater-dramaturg Marcel Otten, aan het fantaseren over de figuren van Heijermans. Het resultaat daarvan is nu, zes jaar later, het eerste deel van wat de trilogie De Muisjes moet worden: de nazaten van de personages uit 1910, nog steeds in de slag om een erfenis en nog altijd in behoeftige omstandigheden, die om snode plannen vragen.

Beschuit met muisjes was niet Heijermans' meest subtiele werk. Integendeel: al meteen na de premiere werd kritiek geleverd op de vlakheid van de figuren, die hoofdzakelijk dienden om hun kleinburgerlijke domheid te etaleren en alleen een smeuig uitgeschreven anekdote te vertellen kregen. Maar bij het publiek ging de “familiegebeurtenis” erin als koek. En de geschiedenis herhaalt zich: er werd gisteravond, op de premiere van De Muisjes deel 1, veelvuldig gelachen.

Linnebank heeft de familie van Heijermans tot groteske proporties uitvergroot. Hij laat zijn personages schreeuwen en tieren en legt hen de borreltafelteksten in de mond die bij deze tijd passen: “Je kan niet onder een balkon lopen of het schapebloed druipt in je nek” - dat genre. De bouwvakkers die het familiepension komen verbouwen tot een hotel, zijn onbeschofte luiwammesen. De aannemer sjoemelt met zwart geld. De moeder waarschuwt haar dochter dat negers altijd met een mes onder hun kussen slapen. En zelf loopt hij met een hoge-bloeddrukhoofd de hele zaak te beredderen, galmend van de pathetiek en gristelijk tot op het bot. Hij krijgt zelfs een open doekje, als hij zijn gezicht in een zak cement slaat en met een wit, ontredderd hoofd weer tevoorschijn komt.

Veel frenetiek gedoe dus, maar dat zou allemaal nog tot vrolijk volkstoneel hebben geleid als Linnebank de logica niet uit het oog had verloren. Juist zo'n klucht vereist een onwankelbare interne logica, hoe zot de verwikkelingen ook zijn. Daarvan is hier echter geen sprake; in bijna elke rol, hoe vaardig geschreven ook, zitten uiterst onlogische momenten, die het onmogelijk maken in de familie Muisje mee te gaan. De regie van Lodewijk de Boer lijdt aan hetzelfde euvel: een farce, een persiflage op een fel-realistisch zedendrama, een poging tot ontroering - het is van alles wat en in niets consequent.

De spelers zoeken het dan ook voornamelijk in de schmiere; Celia van den Boogert, Harry van Rijthoven en Cox Habbema (met een geforceerd donkerbruine stem) voorop. Nelly Frijda is temidden van dit alles opgetrokken uit schokbeton en haalt door haar laconieke presence uit vrijwel al haar zinnen een lach. Maar ook zij lijkt nauwelijks te weten wie ze eigenlijk speelt.

De Muisjes deel 1 heeft een nadrukkelijk open einde. Over een jaar volgt, als de eerste voorstelling een succes is, deel twee.

    • Henk van Gelder