Brueghel: de Michelangelo van de kleine man

Kunst Zien: Brueghel. BRT1, 23.05-23.55u. Het tweede deel wordt uitgezonden op 8 mei.

“Indien Brueghel in onze dagen had geleefd, zou hij nu wel licht een begenadigd cameraman of filmregisseur kunnen zijn, een rusteloos reporter van deze onmatige tijd. Wie Brueghels Dulle Griet en zijn gruwelen van geweld en oorlog ziet, en tegelijk de actuele tv-beelden van de Golfoorlog op zijn netvlies voelt natrillen, weet dat er een constant gegeven overblijft: de gewone man of vrouw, de kleine zielen, blijven in het rad van de tijd het eeuwige slachtoffer.”

Dat is de kern van het betoog dat Harold van de Perre houdt in het eerste deel van een dubbel-documentaire over het werk van Pieter Brueghel. De film is het tweede luik van een triptiek. Ongeveer een jaar geleden kwam Jan van Eyck aan de beurt en over enkele maanden hoopt men het nodige geld bij elkaar te hebben gesprokkeld voor een project rond Rubens.

In vergelijking met de tot zappen uitnodigende Van Eyck-film is de Brueghel-documentaire een stap in de goede richting. Dat heeft wellicht veel te maken met het onderwerp. In tegenstelling tot het hieratische, contemplatieve oeuvre van Van Eyck, spreken de rauwe en robuuste picturale taferelen uit Brueghels schilderijen veel meer tot de hedendaagse verbeelding. Brueghel was geen verfijnde stilist of academische hofschilder, maar een gepassioneerde en intuitieve artiest die zonder bitterheid of boodschapperigheid de realiteit van het leven vastlegde, een realiteit die toen - net als nu - werd bepaald door hebzucht, gulzigheid, ijdelheid, nijd, drift, wellust en leegheid.

Harold van de Perre heeft gelijk als hij poneert dat Brueghel een schilder was die qua inhoud en vorm dichtbij het volk stond. Of zoals hij het uitdrukt: Brueghel was “de Michelangelo van de kleine man”.

Van de Perre toont dat aan met veel close-ups van bekende schilderijen - wat op zichzelf al merkwaardige televisie oplevert - en verzint daar verder niet al teveel ronkende theorieen bij.

Natuurlijk is er nog altijd dat ietwat lachwekkende taalgebruik van de programmamaker, die van huis uit zelf plastisch kunstenaar is. Zinnen als “De erectieve toestand van de man spreekt voor zich” of “De boeren lijken wel bomen en de bomen bewegen hun stammen met boerse lichamelijkheid” storen, ook al debiteert Johan Leysen ze als betrof het verzen van Maurice Gilliams. Misschien doen de geldschieters van deze ambitieuze reeks van zes kunstdocumentaires - de BRT, de Nationale Loterij en de bank waar Evrard van de Perre (jawel, een broer!) werkt - er goed aan voor de film over Rubens een professionele tekstschrijver in te huren.