Brinkman tussen winst en verlies

DEN HAAG, 24 APRIL. De Haagse rel was eigenlijk al gesust voordat er in de politieke arena ook maar een woord aan was gewijd. In de Tweede Kamer hing gistermiddag al weer de landerige sfeer waar CDA-fractievoorzitter Brinkman zo tegen te hoop loopt. Rest de vraag of de CDA-fractievoorzitter een pijnlijke draai had moeten maken of juist de grote overwinnaar was. En de telefoontjes van geschrokken arbeidsongeschikten.

De WAO'ers van christelijke huize hingen dezer dagen bij de fractie aan de lijn. Hoe Brinkman het in zijn hoofd haalde om WAO'ers, benzine-accijns en eigen huis op een hoop te gooien. Niet de fractievoorzitter, maar het gewone CDA-Kamerlid moest de geschrokken achterban te woord staan. Dan wordt het wel een tikje moeilijker om de dreigende taal van Brinkman zonder meer goed te keuren, hoe zeer je zijn roep om daadkracht ook steunt.

De CDA-Kamerleden mochten gisteren hun zegje doen over de politiek gevaarlijke actie waarmee Brinkman dit weekeinde het kabinet aanspoorde nu eindelijk eens knopen door te hakken. Het overgrote deel van de fractie steunde haar voorzitter. Slechts een handvol Kamerleden van Anti-Revolutionaire huize had zwaarwegende kritiek. Brinkman was in hun ogen te ver gegaan. Niet tegenover coalitiepartner PvdA, maar tegenover de Sociaal-Economische Raad. Die zo te bruskeren! Het kabinet moet netjes de procedures volgen.

Een CDA-Kamerlid realiseerde zich tijdens 'het rondje fractie' dat de kritiek van de Anti-Revolutionairen eigenlijk niet verwonderlijk is.

Op een papiertje schreef hij de namen van de laatste ministers van sociale zaken: De Vries, De Koning, De Graaf, Den Uyl, Albeda, Boersma, Roolvink. Het bleken allemaal politici met een Anti-Revolutionaire achtergrond. Ook Den Uyl schaarde hij daar voor het gemak onder. Die AR-mensen hebben van het departement van sociale zaken het 'overlegministerie' bij uitstek gemaakt. De kritiek van zijn AR-fractiegenoten vond hij daar logisch uit voortvloeien.

Een van die kritische Kamerleden had zaterdag moeten slikken toen hij Brinkmans uitspraken in de Volkskrant las. Verdorie, pleitte het CDA er de ene dag voor om meer taken over te dragen aan werkgevers en werknemers, en dan ineens dit. De uitval van de christelijke vakbond CNV dat dit het einde van de overleg-economie betekende, daar kon het CDA toch niet zomaar aan voorbij gaan. Brinkman heeft dat intern ook toegegeven. Zo had hij het niet bedoeld.

De SER mag dan een minpuntje zijn, voor het overige krijgt Brinkman volop steun. Net als hun voorzitter ergeren de fractieleden zich mateloos aan de inertie van dit kabinet. Niks komt er uit handen. De fractieleden zijn er van overtuigd dat het CDA in de opiniepeilingen is gezakt, omdat “we geen daadkracht uitstralen”. Alleen besluitvaardigheid maakt vervelende boodschappen verkoopbaar aan de kiezer. Ook dan hikken de 'socio's' in de CDA-fractie er nog wel tegen aan dat juist zij bij de WAO-platforms het allemaal moeten gaan uitleggen. Maar daartoe zijn ze bereid.

Gisteren was het al een hele klus de geschrokken WAO'ers uit te leggen waarom zij in een adem worden genoemd met de benzine-accijns en het huurwaardeforfait. Brinkman deed dat in de Tweede Kamer op verzoek van D66-fractievoorzitter Van Mierlo. Maar dat was voor een geoefend gehoor. De arbeidsongeschikte zelf heeft er weinig boodschap aan dat het CDA de premie voor de WAO-uitkering omlaag wil hebben, zodat er ruimte komt voor een lastenverzwaring voor auto en eigen huis. De WAO'er maakt zich zorgen over zijn uitkering. Door alle politieke uitspraken van de laatste weken heeft hij het gevoel dat die onder zijn voeten wordt weggetrokken.

Brinkman daarentegen heeft zijn hakken nog dieper in de grond gezet. Hij kan nu echt niet meer terug. Twee keer had hij al een gele kaart uitgedeeld aan het kabinet. De eerste bij de algemene politieke beschouwingen in oktober, de tweede tijdens het debat over de Tussenbalans. Na zijn actie in het weekeinde is hij aan zichzelf verplicht op Prinsjesdag de rode kaart te trekken wanneer het kabinet dan niet aan zijn wensen tegemoet is gekomen. Doet hij dat niet, dan maakt hij zichzelf en zijn CDA-collega's belachelijk. Realiseert de fractie zich.

Kwam het Lubbers ongelegen of was Brinkmans dreigende taal een opzetje van de grote baas? CDA-Kamerleden speculeren er over. Sommigen geloven in een samenzwering. Ook Lubbers wil daadkracht zien. Brinkman heeft met zijn hoge politieke spel gedaan gekregen dat het kabinet aan zichzelf verplicht is al in juli met concrete voorstellen te komen.

Lukt dat niet, dan kan Lubbers intern aansturen op een crisis. Winst voor het CDA.

Lukt het wel, dan worden het ingrepen in de WAO die veel verder gaan dan enig PvdA'er twee maanden geleden nog voor mogelijk had gehouden.

Alweer winst, zegt het CDA. Er is dan nog wel niet definitief over beslist, maar heeft PvdA-fractievoorzitter Woltgens gisteren niet gezegd dat “het antwoord van de minister-president mij bevredigt”?

Wie dan verder zwijgt, stemt toch toe, redeneert menig CDA-Kamerlid.

De PvdA ziet dat anders. Voor de PvdA-Kamerleden was de melkfles van Brinkman gisteren half leeg en niet half vol zoals hun CDA-collega's trots uitlegden. De tweedaagse veldtocht van Brinkman is volgens de coalitiepartner geeindigd in een pijnlijke nederlaag voor de man. De CDA-fractievoorzitter moest tenslotte zijn mes van tafel halen.

PvdA'ers verwezen trots naar vice-premier Kok die had gedreigd dat er anders de “grootst mogelijke politieke bonje” was gekomen. De vraag is of Brinkman daar op uit was.