Autobom

Banggg. Een enorme knal. Het universiteitsgebouw in Medellin, de Colombiaanse drugshoofdstad, schudt op zijn grondvesten. De docent veert verschrikt op. “Een autobom”, zegt hij, door ervaring wijs geworden. Vanuit het raam kijkt hij naar de zwarte rookkolom die opstijgt boven de wirwar van gebouwen uit. Even is er de angst dat familieleden zich in de buurt bevinden, de verontwaardiging. Dan hervat de docent het gesprek. De secretaresse pakt haar tas in. Het is zes uur, tijd om naar huis te gaan. Op de gang zegt een jongen tegen een langslopend meisje: “Heb je de bom gehoord?”

De taxichauffeur was al twee keer eerder in de buurt toen er een autobom ontplofte. Een keer sneuvelde zijn voorruit. Nu haalt hij zijn schouders op en stuurt zijn auto behendig naar de plaats des onheils.

Nieuwsgierige blikken uit de ramen van de omringende flatgebouwen geven de richting aan.

Een zwart geblakerde motor op de parkeerplaats van de supermarkt is het enige dat rest van de autobom. Door de explosie is de auto totaal uit elkaar gespat. Het hek om de parkeerplaats heeft een deel van het chassis opgevangen. Alle ruiten van de belendende kantoren zijn gesneuveld. Twee ambulances en een brandweerwagen laten hun zwaailichten draaien, terwijl de politie omstanders op een afstand houdt. Op de gezichten van de agenten en verplegers is berusting af te lezen. Toeschouwers becommentarieren de schade. Van woede is geen sprake.

Op vijf meter afstand van de motor staat een uitgebrande politiejeep. Oorspronkelijk moet die geel zijn geweest. De daders hebben gewacht tot de jeep in de buurt was en de bom toen tot ontploffing gebracht, speculeert een omstander.

De coordinator van het Rode Kruis meldt dat er geen doden zijn gevallen. “Het regende. Er waren weinig mensen op de parkeerplaats.”

De zes gewonden, onder wie een politieagent en een rechter, zijn naar het ziekenhuis gebracht.

Nee, het is geen vergelijk met de autobom die twee maanden eerder ontplofte, zegt een verpleger. Toen kwamen 31 mensen, die stonden te wachten op een kaartje voor het stierenvechten, om het leven. Een man met glasscherven in zijn voet meldt zich bij de rondlopende reddingswerkers.

Intussen arriveren de filmploegen. De motor en de uitgebrande politiewagen krijgen veel aandacht, evenals de rechercheurs die tussen de wrakstukken zoeken naar aanwijzingen over de herkomst van de auto.

De rechercheurs maken zich weinig illusies. De auto's blijken steeds kort tevoren gestolen.

Enkele bezoekers van de supermarkt halen gelaten wat kostbaarheden uit hun vernielde auto's. Een van de wielen van de geexplodeerde auto is dertig meter verderop door een voorruit van een andere wagen geslagen.

Het ligt op de zitplaats van de bestuurder, alsof iemand het er heeft neergelegd.

“Och”, zegt een toeschouwer, “ik had vandaag niets anders verwacht.” Vandaag, half april, bezoekt de Colombiaanse minister van defensie Medellin. “Dan wil de drugsmafia laten merken dat ze niet is klein te krijgen, hoeveel agenten en soldaten de regering ook inzet.”

De politie komt later met een andere lezing. Het aantal ontvoeringen in Medellin is zo spectaculair toegenomen dat steeds meer rijke families resoluut weigeren losgeld te betalen. Zo ook de eigenaar van een supermarktketen, wiens zoon is ontvoerd. Volgens de politie willen de ontvoerders nu hun eis voor losgeld kracht bijzetten met wat autobommen.

Het klinkt de verslaggever van de regionale krant El Mundo vertrouwd in de oren. De bom moet tien tot twintig kilo dynamiet bevat hebben, schat hij. “Dat noemen we hier geen carrobomba, maar een petardo.”

Petardo betekent zoveel als 'vuurwerk'. In Medellin is een autobom pas een autobom als die meer dan vijftig kilo dynamiet bevat.