Alles op de schop (2)

Verandering is goed. Wat eens een neutraal, beschrijvend woord was, heeft in Nederland een positieve lading gekregen: veranderen is wenselijk en normaal; wie niet verandert, mist de boot. Aanleiding, inhoud en richting van de verandering zijn ondergeschikt aan het feit van de beweging. Dat is een merkwaardig verschijnsel.

Welk volk is zo zoet en massaal bezig met veranderen? Landen als Mexico en Vietnam kennen - hoe verschillend ook - een jarenlange traditie van vormelijke, van bovenaf opgelegde vernieuwing. Het is verstolde revolutie waar generaties leiders verbale eerbied aan betuigen. Maar hier lijkt 'vernieuwing' als vrijwel a-politiek credo spontaan uit het volk opgeweld.

Vorige week dacht ik nog dat het onderwijs het gebied was waarop het allermeest wordt veranderd, met de sociaal-democratie als belangrijkste motor. Vandaag twijfel ik even aan die stelling. Dat komt door het lezen van de zaterdagse personeelsadvertenties. Daarin heerst een overweldigende eenstemmigheid die suggereert dat iedereen 'klant-' of 'output-gericht' wil gaan werken. Iedereen verlangt naar verandering. Of vernieuwing, zoals de toverdrank wordt genoemd bij organisaties die de markt omhelzen maar er niet op opereren.

De gemeente Leiden bijvoorbeeld zoekt een nieuwe gemeentesecretaris. Vroeger was zo iemand een rustige, degelijke functionaris in een ondefinieerbaar lichtgrijs herenkostuum, die wist van comptabel beheer en het vermijden van narigheid bij wijziging van de algemene politie verordening. Vandaag wordt de vrouw in kwestie aangeduid als een 'verandermanager'.

Bestuur en ambtenaren van de gemeente Leiden zijn “op alle terreinen bezig met vernieuwing: sociale vernieuwing, bestuurlijke vernieuwing en organisatievernieuwing. Deze laatste heeft vooral ten doel de organisatie beter uit te rusten voor de jaren negentig.” Bestaande diensten krijgen meer zelfstandigheid door “zelfbeheer, een vorm van contractmanagement en meer coordinatie op concernniveau door middel van een Management Team.”

Een gemeente met honderdduizend inwoners die de taal van een multinationale onderneming leent, en bij gebrek aan winstverplichting zichzelf op drie manieren tegelijk vernieuwt. Geen bedrijf zou dat overleven. De gemeente wel, met behulp van de nieuwe secretaris die alle processen kan “trekken” dankzij haar “ervaring met verandermanagement”.

Om op adem te komen greep ik naar een advertentie van het KNMI, ons trouwe weerkundig instituut in De Bilt. Maar ook het KNMI “zit middenin een vernieuwingsproces. Dat heeft grote gevolgen voor de cultuur, structuur en managementstijl”. De gezochte all-round manager (die “dicht tegen de KNMI-top aan staat” en “betrokken is bij de werkvloer”) moet “affiniteit hebben met het KNMI-produkt” en ervaren zijn in “sturing van veranderingsprocessen”. Daarom kan deze ideale weerman “stevige vernieuwingsimpulsen” geven aan het “meteorologische produktiebedrijf”.

Zo zijn er voorbeelden te over. Nederland is intens met zichzelf bezig. Rotterdam, de bakermat van de sociale vernieuwing, bundelt de ontwikkelingen in de huidige college-periode in een 'Sociaal Laboratorium' en biedt nieuwkomers een 'Nationale Proeftuin voor Migrantenbeleid' waar voor iedere probleemzwaarte en zorgsoort een voorziening moet zijn.

Her en der achter de multifunctionele muren van de proeftuin Nederland worden processen van verandering gestuurd. Gek genoeg wijst het beroep op Ziektewet en WAO nog niet op de massale vervulling van een vernieuwingsdroom. We doen het misschien meer uit een zorgelijk besef van onvermijdelijkheid, 'om rijp voor de jaren negentig' te worden, om meer te lijken op een bedrijf. Zonder precies te weten of die vergelijking ergens op slaat.

Zelfs de BVG, een waarschijnlijk door Roald Dahl nog opgezet uitkeringsorgaan van de sociale verzekeringswetten, lokt een 'rayonmanager met een hoog beslissingsniveau' met de trotse mededeling dat door de BVG jaarlijks een miljoen aanvragen om een uitkering “efficient en marktgericht worden afgehandeld door onze 2000 medewerkers”. Welke markt zou dat nu weer zijn? De uitkeringsmarkt?

Dat is het verschil met de chronische vernieuwing van het onderwijs: die probeert zelden de wereld van het zakendoen na te bootsen, die wil de maatschappij zelf veranderen. Minister Ritzen zei een jaar geleden in deze krant: “Nederland is niet klaar.”

Hoofddoel: gelijke kansen voor iedereen. Middel: zo lang mogelijk een gelijk en dus niet te moeilijk aanbod voor iedereen. Vandaar twee decennia politiek gezwoeg aan de middenschool, nu in de aanbieding onder de minder beladen naam 'basisvorming'. Een van de voorwaarden voor invoering van de basisvorming is de totstandkoming van grotere middelbare scholen. Om in de uniforme eerste jaren meer vakken en faciliteiten te kunnen aanbieden, en om integratie van kinderen uit verschillende milieus te bevorderen. Ook voor basisscholen wordt jaar in jaar uit aangedrongen op samensmelting tot grotere eenheden, hier regelrecht om de kosten te drukken.

De niet-berekenbare gevolgen van die hang naar schaalvergroting wordt door de propagerende bewindslieden en ambtenaren zelden belicht. In de gezondheidszorg gebeurt hetzelfde: al jaren worden ziekenhuizen onder druk gezet regionale huwelijken aan te gaan, want grotere ziekenhuizen kunnen meer bieden en zijn efficienter, dus goedkoper. Onmeetbaar en daarom in de discussie makkelijk te verwaarlozen is dat zij door de grotere omvang onpersoonlijker worden - iedereen ervaart dat in ziekenhuizen, maar de leuze blijft beleid.

Terwijl iedereen ook om zich heen een zekere openbare chaotisering ziet, en zich afvraagt hoe dat komt, wordt in een ander praatcircuit eindeloos aangedrongen op grotere scholen. Dat kost eerst een heleboel geld extra voor nieuwbouw. Dat is ook zo gegaan bij het fuseren van allerlei HBO-opleidingen tot hogescholen. Vervolgens leidt een hutspot van vakken en niveaus niet per se tot een zacht opwaarts glooiend studiepatroon, wel vaak tot minder identificatie met 'school' en opleiding. Verder reizen, minder vriendschappen. De nu al weer half achterhaalde vrije pakketkeuze in het voortgezet onderwijs heeft onbedoeld ook geleid tot vagere verbanden binnen scholen. Wie heeft er nog klasgenoten in de bovenbouw?

Kort voordat de Tweede Kamer een oordeel moet geven over die ingrijpende basisvorming, stelt de staatssecretaris nu de invoering opnieuw uit, dit keer tot augustus '93. Bovendien sleutelt hij aan het aantal uren dat beschikbaar is voor niet-modieuze vakken en komt met een veel omvattende notitie over de tweede helft van de middelbare school. Daarin wordt van alles overhoop gehaald, meer selectie, minder vrije vakkenkeuze, terwijl de basisvorming juist een drempelloos, breed aanbod voor iedereen wil - met goeddeels voorbijgaan aan de ook op 12- en 13-jarige leeftijd bestaande grote verschillen tussen kinderen.

Het is allemaal goed bedoeld, maar de ingrijpendheid van de maatregelen staat in geen verhouding tot de kans dat ze het beoogde doel zullen bereiken. Het onderwijs als laboratorium voor de reconstructie van de maatschappij.

Stop, Nederland! Hou op met dit radeloze reorganiseren. Allemaal aan het werk, op tijd komen, liefst met de tram of de fiets. Niet langer dan dertig minuten per dag vergaderen. Niet te vroeg weggaan. En ophouden elkaar gek te maken met verhalen over vernieuwing waar niemand om heeft gevraagd. Er zijn genoeg echte problemen.