'Wegblijven van Buchmesse formidabel gezichtsverlies'

BONN, 23 APRIL. Het Nederlandse kabinet moet zijn verantwoordelijkheid nemen en ervoor zorgen dat ons land op de Frankfurter Buchmesse van 1993 gebruik maakt van de geboden gelegenheid om een speciaal accent op het Nederlandse boek te leggen (overheidskosten: vijf miljoen op een totaal van tien miljoen gulden). Anders dreigt voor het rijke Nederland “formidabel gezichtsverlies” in het buitenland, meer in het bijzonder in Duitsland.

Dit schrijft dr. Frans C. de Rover, hoogleraar neerlandistiek aan de Vrije Universiteit van Berlijn, in een open brief aan minister d'Ancona (WVC). De Rover schrijft zijn kritische brief namens de algemene vergadering van docenten Nederlands aan zo'n 25 universiteiten in Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk. Hij constateert “met verbijstering dat al veel kostbare tijd verloren is gegaan door onduidelijke financiele touwtrekkerij tussen de verschillende ministeries enerzijds en de Nederlandse uitgevers anderzijds”.

De - gereserveerde - overwegingen van de uitgevers mogen volgens De Rover niet doorslaggevend zijn, juist het Nederlandse kabinet moet hier snel prioriteiten stellen, zonodig “buiten de verkokerde ambtelijke instanties om”. Bij hun “niet altijd even gemakkelijke taak” om de Nederlandse taal en cultuur over te dragen, verwachten de docenten aan de universiteiten in het Duitse taalgebied “minimaal een zekere ondersteuning uit het Nederlandstalige cultuurgebied”.

De huidige problemen rondom de Buchmesse 1993 en het beeld dat daardoor van Nederland ontstaat, vormen “een buitengewoon onaangename verrassing” voor die docenten. “Dat het Nederlandse culturele beleid in het buitenland geen naam mag hebben, is al jaren bekend en komt regelmatig - zoals nu - op een bijna folkloristische, maar daarom niet minder pijnlijke wijze in het nieuws”, aldus een bittere De Rover.

Mevrouw Hedy d'Ancona moet als minister van WVC nu met een snel en positief besluit over de Nederlandse presentatie op de Buchmesse 1993 voorkomen dat een situatie ontstaat waarin “het werk van zoveel mensen die zich buiten Nederland en Vlaanderen inzetten voor de Nederlandstalige cultuur en literatuur, door het beleid van het Nederlandse kabinet belachelijk wordt gemaakt”, schrijft De Rover, die de gevolgen van een eventueel negatief besluit “desastreus”

noemt.

Ook de directeur van de Duitse uitgeverij Suhrkamp, Siegfried Unseld, heeft in een brief aan d'Ancona gepleit voor Nederlandse deelname aan de Buchmesse.

Pag. 6:

'Nederland moet juist nu cultureel offensief starten'

Als toelichting op deze waarschuwing stuurt de hoogleraar de minister tevens een kritisch commentaar uit de Berlijnse Tagesspiegel van 18 april, waarin onder de veelzeggende kop Zehn Cent de draak wordt gestoken met de discussie over de financiering van de speciale presentatie op de Buchmesse 1993 in het land van de “komkommers en bloembollen”. Het land, “waar de nationale discussie over de culturele identiteit haar hoogtepunt beleefde in de vraag of men niet liever direct Engels in plaats van Nederlands zou gaan spreken (..) en waar commercie naar het schijnt belangrijker is dan cultuur”. De Tagesspiegel herinnert eraan dat Japan vorig jaar, en Spanje dit jaar, zich de niet de kans lieten ontgaan om op de Frankfurter Buchmesse een eigen cultureel teken te zetten en dat de Nederlandse regering zelf (in 1988 via de toenmalige minister van WVC, Brinkman) heeft gevraagd om zoiets in 1993 te mogen doen. Het blad noemt het “onbegrijpelijk dat de (Nederlandse) ministeries van buitenlandse zaken, van economische zaken en van WVC niet in staat zouden zijn om daarvoor samen meer dan 2,5 miljoen gulden op te brengen”. De toekomst van Europa ligt in het culturele federalisme. “Juist als de discussie gaat over een toekomstig Europa waarin het verenigde Duitsland als grote buurman een dominerende rol speelt, is het (voor kleinere landen) opportuun om op cultureel gebied in het offensief te gaan, wat dat ook mag kosten”, meent de Tagesspiegel. Directeur en uitgever Siegfried Unseld van Suhrkamp, een van de grootste literaire uitgevers in Duitsland, wijst in een brief aan minister d'Ancona op het belang van een Nederlandse presentatie op de Frankfurter Buchmesse van 1993.

Unseld stelt in zijn brief dat juist “het gebrek aan vertrouwdheid met en kennis van het literaire leven in Nederland - een grotere internationale verbreiding van zijn literatuur in de weg staan”. De Buchmesse biedt bij uitstek de gelegenheid daar iets aan te doen.

Suhrkamp, die dertien Nederlandse auteurs in het fonds heeft, gelooft bij monde van Unseld dat terugtrekking de indruk wekt dat Nederland “geen interesse in vertaling van Nederlandse auteurs [heeft] - een indruk, die voor verdere vertalingen nadelig is.” Unseld signaleert in landen als Duitsland, Frankrijk en Italie een groeiende belangstelling voor Nederlandse literatuur. Nederland als thema op de Buchmesse van 1993 zou wat dat betreft op een ideaal moment komen.

Tot de auteurs die Suhrkamp in zijn fonds heeft behoren J. Bernlef, J.M.A. Biesheuvel, Willem Elsschot, Maarten 't Hart, A.F.Th. van der Heijden, Frans Kellendonk en Martinus Nijhoff.