Topman Thomassen: 'Internatio-Muller is te breed'; IM vecht tegen personeel en beurs

ROTTERDAM, 23 APRIL. Opstandig personeel, een onrustige beurs en een fors gedaalde winst. “U treft ons in een turbulente tijd”, zegt topman drs M. Thomassen van Internatio-Muller over de gang van zaken bij zijn bedrijf. Internatio kan straks niet meer in een adem worden genoemd met andere Rotterdamse 'havenbedrijven' als Nedlloyd, Pakhoed Furness en VOC. De haven- en transportactiviteiten van IM zullen in de nabije toekomst tot het verleden behoren, zo is de bedoeling.

Het heet dat een vorig jaar in gang gezette “strategische analyse”

tot de conclusie heeft geleid dat IM zich moet concentreren op die activiteiten waarin het bedrijf een sterke positie heeft: installatietechniek en handel. “Een toespitsing van de strategie. Je kan niet alles willen,” zegt Thomassen daarover.

Thomassen ontkent dat het rebellerende personeel van de automatiseringsdochters het IM-bestuur versneld tot daden heeft aangezet. In februari klaagde dat personeel dat de top van het Rotterdamse bedrijf niet meer zou doen dan het voeren van een soort portfoliobeleid gericht op rendement op korte termijn zonder zich actief met de diverse werkmaatschappijen te bemoeien.

“Met de sector-directeur had een discussie plaats over de toekomst van die divisie. We vroegen ons ook af of IM wel moest doorgaan met automatiseringsactiviteiten. In die markt is schaalvergroting noodzakelijk en volgen de ontwikkelingen elkaar immers snel op.

Terwijl we daarin nog geen sterke positie hadden. We zaten midden in die discussie toen de sector-directeur met steun van de ondernemingsraden plotseling met een verzelfstandigingsplan als enige oplossing kwam. Dat verbijsterde ons, want we waren bereid over alle opties te praten'', kan Thomassen zijn opwinding daarover nog nauwelijks verbergen.

Het voorstel van sector-directeur R. Vlek kostte hem zijn baan. IM vindt dat Vlek door zijn manier van handelen als groepsdirecteur, die ook de concernbelangen heeft te behartigen, te kort is geschoten.

Gisteren diende in Den Haag een kort geding waarin Vlek zijn ontslag aanvecht. Hij had dat eerder ingetrokken omdat hij de onderhandelingen over een mogelijke verzelfstandiging niet onnodig wilde belasten.

Het tumult rond het ontslag van Vlek leidde er wel toe dat IM en een managementteam van de automatiseringsdochters eind februari om de tafel zijn gaan zitten onder meer om verzelfstandiging te bespreken.

Vorige week werd bekend dat die gesprekken geen resultaat hebben opgeleverd. Emotionele overwegingen van het IM-bestuur zouden volgens het personeel de reden zijn. Thomassen legt dat verwijt naast zich neer: “We hebben juist met tussenkomst van Pierson Heldring & Pierson en de Amro Bank onderhandeld om die angel uit de besprekingen te nemen. Vooral de prijs die werd geboden was te laag.”

Wel is de beslissing genomen dat de automatiseringsafdeling met zo'n 650 werknemers en een omzet van ruim 250 miljoen gulden wordt afgestoten. Het lijkt dat het personeel hierbij toch voor een stroomversnelling heeft gezorgd. Thomassen wil daarvan niets weten: “Een zakelijke beslissing die niets te maken heeft met de druk die het personeel zou hebben uitgeoefend. Ik ben daarom ook niet bang voor precedenten bij de overige werkmaatschappijen. Bovendien is de verhouding met de andere sector-directeuren zo dat ik geen gevaar zie voor een herhaling.”

Naast het personeel van de automatiseringsdochters, heeft de beurs zich het voorbije jaar ook niet onberoerd gelaten. De koers van de IM-aandelen schommelden tussen de 107 en circa 56 gulden. De afgelopen maanden is die koers redelijk stabiel, zo rond de 77 a 80 gulden. De winst van 2,6 miljoen gulden bij 5,6 miljoen uitstaande aandelen rechtvaardigt die koers bij lange na niet, maar is een afspiegeling van de intrinsieke waarde van 77 gulden die IM in haar jaarverslag heeft berekend. De beurs lijkt te anticiperen op een bod op IM en alvast een voorschot te nemen op een daarbij te betalen overnamepremie. In beurskringen circuleert al langer de vraag of IM niet te gediversificeerd is en beter kan worden opgesplitst.

Maar Thomassen ontkent dat overnamegeruchten de aanleiding zijn voor de afslankingsoperatie. Die maatregel is ook niet genomen onder druk van aandeelhouders. En hoewel IM zijn zelfstandigheid wil behouden, zegt Thomassen de kritiek van de beurs wel te begrijpen. Hij geeft toe dat IM “te breed” is. Dat heeft de strategische analyse aan het licht gebracht.

Onder meer de haven- en transportactiviteiten met de minderheidsdeelnemingen in containeroverslagbedrijf ECT - waarin ook het verlies lijdende Nedlloyd deelneemt - en Koninklijke Frans Swarttouw moeten het daarom ontgelden. Hoewel die activiteiten vorig jaar nog wel positief hebben bijgedragen aan de winst. “Het is ook niet zo dat het daar slecht gaat. Maar je kan niet alles willen. Een bedrijf als ECT is een goed voorbeeld dat je zou kunnen vergelijken met Schiphol. Zo'n sector eist investeringen die wij niet kunnen opbrengen.”

De toespitsing van de strategie heeft ook niet te maken met de teleurstellende winstcijfers. Investeringen in de twee divisies waarop Internatio zich wil concentreren zullen dan ook gewoon doorgaan, te betalen uit de kasstroom en de opbrengst van de desinvesteringen, aldus Thomassen.

De teruggelopen winst is onder meer veroorzaakt door incidentele stroppen bij het electrotechnische installatiebedrijf Van Rietschoten & Houwens, zegt Thomassen. “Onder andere de problemen met de Marine-projecten hebben ons veel geld en aandacht gekost. Maar structureel zit de installatiepoot goed in elkaar en is er volop werk.

De order van de Australische marine die Nederland misliep en waarbij IM ook zou worden betrokken, heeft geen invloed op de resultaten.''

Thomassen denkt niet dat de Europese eenwording de positie van IM in Nederland en Belgie in de technische installatiemarkt in gevaar zal brengen. Installateurs moeten dicht op het werk zitten, zegt de IM-topman. Hij ziet een Italiaanse concurrent niet zo maar deze kant uitkomen.

In de handel liep het vorig jaar fout in Australie, vooral omdat daar de markt voor chemische bulkgoederen volledig instortte. Internatio bleef met voorraden zitten en moest voorzieningen treffen. Een derde van de 350 mensen die IM daar in dienst heeft moesten worden ontslagen wat ook onvoorziene kosten met zich mee bracht.

Toch wil Internatio zich blijven concentreren op de handel in liefst hoogwaardige, chemische produkten en artikelen voor de gezondheidszorg. In deze laatste markt zorgde het afgelopen jaar vooral cashcow Interpharm, groothandel in farmaceutische produkten, voor enige - niet nader gespecificeerde - verlichting. Hoewel Thomassen erkent dat de marges in deze markt in toenemende mate onder druk komen te staan, onder meer door overheidsmaatregelen, verwacht hij hier wel een constante volumegroei.

De 50 stafmedewerkers op het Rotterdamse hoofdkantoor ziet Thomassen niet als een overbodige luxe. De holding regelt de financiering van de diverse werkmaatschappijen en zorgt voor het personeelsbeleid, verklaart Thomassen de toegevoegde waarde daarvan. “Daarmee zijn we iets tussen een beleggingsmaatschappij en een onderneming waarbij van hoog tot laag directe bemoeienis is met de activiteiten van de dochters.” Die stafmedewerkers moeten zich nu buigen over de afslanking van het concern. Thomassen: “Maar denk niet dat we overhaast te werk gaan. We moeten met alle betrokkenen zorgvuldig overleggen. Dat kost tijd.”