Sport voelt zich gered dank zij de dunschiller

PAPENDAL, 23 APRIL. Als politieke pressiegroep heeft de georganiseerde sport zich in Nederland nooit behoorlijk kunnen of willen ontwikkelen. Terwijl met vier miljoen leden die zijn aangesloten bij een overkoepelende organisatie, toch wel enig gewicht in de schaal kan worden gelegd. Illustratief voor die a-politieke opstelling van sportbestuurders was hun houding gisteravond tijdens de buitengewone ledenvergadering van de Nederlandse Sport Federatie.

Na drie jaar onderhandelen stemde men in met een nieuwe vorm van rijkssubsidie, de zogenoemde budgetfinanciering. Een verandering die nodig werd geacht omdat de oude regeling, waarbij de exploitatiekosten de norm voor de verdeling vormden, volgens het Instituut voor Onderzoek van Overheidsuitgaven onhanteerbaar was geworden. De IOO kwam tot de conclusie dat er een directe relatie is tussen aantal leden en kosten van exploitatie en meende daardoor dat het ledental als enige objectieve norm moest worden gehanteerd. Een nekslag voor organisaties met hoge kosten voor het 'bondsbureau', waarvoor er gezocht werd naar een variant.

Die is er nu. Maar de uitvoering ervan is geketend aan de gevolgen van de tussenbalans. Als de korting op de WVC-begroting ook de sport treft betekent het een aanslag op het bedrag van 1,4 miljoen gulden, dat met de dunschiller van de sportbegroting is gehaald om de nieuwe subsidieregeling voor de sportbonden zo acceptabel mogelijk te maken.

Als dat gebeurt wordt een aantal sportbonden zo ernstig getroffen dat ze de organisatorische blessures niet meer de baas kan blijven.

Vice-voorzitter Jan Berteling van de NSF verbaasde zich er dan ook over dat geen enkele van de ruim honderd afgevaardigden gisteravond al om een actieplan riep voor het geval ook sport zou worden gekort. Hij deed het daarom maar zelf door buiten de orde van de vergadering te verkondigen dat er in dat geval stennis zal worden gemaakt.

Sportorganisaties zijn opgericht om trainingen te verzorgen, wedstrijden te houden en talentrijke- en minder getalenteerde sportmensen te begeleiden. Het aantal sportbeoefenaars is in de loop der jaren enorm gestegen en daarmee ook de werkzaamheden van de overkoepelende organisaties, die in principe de startmotor vormen van alle activiteiten. In de loop der tijd heeft 'de sport' er taken bijgekregen: overheid en maatschappij verlangen van de bonden een actief beleid op het gebied van de blessurepreventie. Maar evenzeer vindt men dat een rol is weggelegd in het doelgroepenbeleid zoals stimulering van sportdeelneming van allochtonen en gehandicapten. Waar het de ministerie van sociale zaken het bedrijfsleven voor dergelijk beleid financieel ondersteunt, merkt de sport op voor dat maatschappelijk belangrijke werk voor een belachelijk laag tarief te verrichten. Al vier kabinetten lang is de begroting voor sport ongeveer gelijk, rond de veertig miljoen. 'Peanuts', noemde zwembond-voorztter Klaas van der Pol die bijdrage. “De sport verdient het door alle activiteiten die ze doet zeker met dat bedrag beloond te worden. Dat mag niet aangetast worden.”

Opeenvolgende bewindslieden die sport in hun portefeuille hadden beroemen zich erop dat in elke bezuiningsronde de sportbegroting steeds ontzien is. Logisch, oordeelt de sportwereld, want er is nauwelijks iets te halen. Korten op sport zet geen zoden aan de dijk.

Kennelijk heeft het verleden de bestuurders gesterkt in de opvatting dat men nu opnieuw de dans zal ontspringen. Maar degenen die het dichtst bij de haard van de bezuiningswoede zitten voelen de hitte naderen. De dreiging dat sport moet inleveren is even groot als de kans dat ze ook deze keer buiten schot blijft. Maar wanneer de 1,4 miljoen die nu bijeen is geschraapt door kleinere posten ter schrappen straks minder keihjard blijkt te zijn als minister d'Ancona de sport toezegde voorziet de NSF desastreuze gevolgen. Berteling van de NSF weet dat het politiek slecht ligt om de infrastructuur van de sport gesubsidieerd te krijgen. Men geeft het liever uit aan direct zichtbare dingen. “Maar die infrastructuur is essentieel voordat je verder kunt praten over andere leuke dingen.” Als die 1,4 miljoen wordt geschrapt zal er daarom alsnog 'nee' wordt gezegd tegen de nieuwe regeling.