Spong lijkt strijd tegen Justitie op punten te winnen

DEN HAAG, 23 APRIL. De vraag of de Haagse advocaat mr. G. Spong een tuchtrechtelijke maatregel krijgt opgelegd moet door het gerechtshof in Amsterdam worden beantwoord. Dat is het curieuze gevolg van een uitspraak die de Raad van Discipline voor de advocatuur in Den Haag gisteren heeft gedaan inzake de klacht die de Amsterdamse hoofdofficier van justitie, mr. C. van Steenderen, in oktober 1990 heeft ingediend tegen strafpleiter Spong.

Het openbaar ministerie in Amsterdam besloot tot de uitzonderlijke procedure tegen de advocaat toen bleek dat Spong een Colombiaanse gedetineerde die werd verdacht van omvangrijke cocainesmokkel een briefje van de vader had toegespeeld. Het bericht - waar onder meer in stond dat “De Dikke” (een inmiddels veroordeelde Braziliaanse medeverdachte - red.) voor de zaak moest opdraaien - mocht volgens Justitie niet door Spong worden overhandigd omdat de verdachte in zogeheten volledige beperking zat opgesloten.

Op de zitting van de Raad van Discipline in februari betoogde de advocaat en kantoorgenoot van Spong prof.jhr.mr. M. Wladimiroff onder meer dat het schrijven volstrekt onschuldig was en bovendien dat het bewijsmateriaal onrechtmatig was verkregen. Het openbaar ministerie zou uit rancune handelen ten aanzien van Spong omdat de advocaat Justitie in veel belangrijke strafzaken het nazien zou hebben gegeven, aldus Wladimiroff. Ook deze Colombiaanse verdachte, volgens Justitie een van de belangrijkste cocainehandelaren die ooit in Nederland waren opgepakt, werd door de Amsterdamse rechtbank vrijgesproken. De klacht van het openbaar ministerie dateerde overigens van voor deze vrijspraak.

Wladimiroff wees er tijdens de zitting op dat het openbaar ministerie het bewijsmateriaal tegen Spong had verzameld door een telefoongesprek af te luisteren dat een man voerde met Spong, die in opdracht van de Colombiaanse familie handelde. De verslagen van dat gesprek hadden evenwel moeten worden vernietigd omdat een onderhoud met een advocaat niet mag worden afgeluisterd, aldus Spong. In de strafzaak tegen de Colombiaan honoreerde de rechtbank onder meer dat verweer van onrechtmatig verkregen bewijs. Ergo, dan mogen die verslagen ook niet worden gebruikt in een tuchtzaak, aldus de Haagse advocaten.

De Raad van Discipline zegt nu te willen afwachten hoe het Amsterdamse gerechtshof in het door het openbaar ministerie ingestelde hoger beroep in de strafzaak oordeelt over de rechtmatigheid van het afgeluisterde telefoongesprek. “Ter voorkoming van tegenstrijdige beslissingen dient de Raad van Discipline zich voorlopig van een oordeel te onthouden totdat door de gewone rechter bij onherroepelijk gewijsde is beslist.” Als het hof oordeelt dat het bewijsmateriaal onrechtmatig is, zal de hoofdofficier van justitie “niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard”, aldus de president van de Raad mr. C.

Sikkel, die liet doorschemeren dat de tuchtzaak als “een nachtkaars” zal uitgaan.

Het hoger beroep dat maandag dient voor het Amsterdamse hof belooft nu om verscheidene redenen een opmerkelijke prestigezaak te worden. De advocaat- generaal mr. R.J. Manschot heeft namelijk de zeer ongebruikelijke beslissing genomen om de rechter-commissaris in de strafzaak, mr. M.J.C. van Kamp, - overigens zeer tegen haar zin - op te roepen als getuige.

De Colombiaanse verdachte werd vrijgesproken omdat Van Kamp bij het verhoor van een getuige in Brazilie niet alle vragen die advocaten haar hadden opgegeven, had kunnen stellen. De rechtbank oordeelde dat hierdoor niet aan het in Europese rechtspraak vastgelegde criterium was voldaan dat de advocaten voldoende in de gelegenheid moeten worden gesteld getuigen te ondervragen.

Manschot zegt desgevraagd dat die interpretatie niet deugt. Het gaat niet om de hoeveelheid vragen die zijn gesteld maar om de aard ervan.

“Als een advocaat bijvoorbeeld geen antwoord heeft gekregen op een vraag naar de kwaliteit van het weer is dat doorgaans niet van belang.

Ik wil dus weten of er cruciale vragen niet zijn gesteld'', zegt Manschot.

De Colombiaanse verdachte zal overigens niet vanuit Zuid-Amerika afreizen om tijdens de zitting te vernemen of deze strijd tussen juristen wederom in zijn voordeel zal worden beslecht. Ook Spong heeft zich inmiddels teruggetrokken als zijn advocaat. Spong wil niet zeggen waarom hij zich terugtrekt als raadsman maar hij beklemtoont dat zijn besluit niets te maken heeft met de tuchtzaak.

Voor de Colombiaan kan het zelfs profijtelijk zijn als hij en zijn advocaat niet verschijnen. Het hof zal nu namelijk ambtshalve moeten onderzoeken of de dagvaarding wel op de juiste wijze is betekend.

Ingewijden voorspellen dat het hof onmogelijk zal kunnen vaststellen of de Colombiaanse postbode zijn werk goed heeft gedaan. De dagvaarding is dan nietig.