Oppositie in Kamer wil fundamentele discussie over bestel; 'Nederlands omroepbestel is antiek en stoffig'

DEN HAAG, 23 APRIL. “De benaderingswijze van het omroepprobleem is zo weinig principieel. Het is alleen maar ingegeven door geld, door het succes van RTL4. Dat is per definitie een beperkte benadering. De vraag is of die tot overleving van het publieke bestel leidt.”

Aan de vooravond van het debat over het wetsvoorstel dat invoering van commerciele televisie regelt, spuit het Tweede-Kamerlid Dees (VVD) zijn kritiek op de wijze waarop de discussie over de toekomst van de omroep wordt gevoerd. 'Den Haag' probeert na het overdonderende succes van RTL4 te redden wat er te redden valt en de commercie een rol in het bestel te geven. Maar opnieuw holt de politiek achter de feiten aan, constateert Dees.

“De Nederlandse politiek is nogal machteloos met het onderwerp omroep omgegaan. Maar dat gebeurde altijd vanuit een veel comfortabelere positie dan waarin de omroep nu verkeert. Wij hebben altijd voor een open en modern bestel gepleit. Het Nederlandse bestel, verouderd, antiek en stoffig, is steeds onvoldoende aan de ontwikkelingen aangepast.”

“De grondfout is dat men in de politiek niet heeft gekeken naar wat op het gebied van commercie en technologie de ontwikkelingen zijn en wat daar het antwoord op moest zijn. De discussie was altijd: hoe beschermen we de belangen van de Hilversumse omroepen tegen de grote wereld er omheen. Een defensieve houding die de belangen van de confessionele en socialistische omroep moest verdedigen. En dat heeft geleid tot een volstrekt machteloos mediabeleid, tegen de stroom in.”

De houding van PvdA en CDA, de politieke waakhonden van het tot voor kort verzuilde omroepbestel, is volgens Dees ooit mooi geillustreerd met de uitspraak van een PvdA-politicus: 'Af en toe zijn we genoodzaakt concessies aan de realiteit te doen'. Dees: “Pas als ze zien dat iets echt niet meer kan worden tegengehouden, zoals bijvoorbeeld het geval was met de invoering van reclame bij regionale en lokale omroepen, gaan ze ermee akkoord. Zo een opstelling leidt niet tot een constructieve omroeppolitiek, maar een destructieve. Je loopt dan altijd achter de feiten aan, je bent altijd te laat. Nu zien we daarvan de negatieve praktische effecten. De kijkers stappen over van de Hilversumse omroepen naar RTL4, de adverteerders volgen, de omroepen komen in de rode cijfers en nu moet het opeens allemaal anders. Dat is niet erg principieel. Materialistischer en pragmatischer kan het niet.”

Dat van een samenhangend mediabeleid geen sprake is, staat ook voor het Tweede-Kamerlid Wolffensperger (D66) als een paal boven water.

“De makke van de hele zaak is dat het mediabeleid altijd in brokjes aan de Kamer wordt voorgelegd.” Zo is de afgelopen twee jaar eerst de STER-wet gekomen, die de uitbreiding van de reclame op de drie tv-netten regelt, gevolgd door een wetsvoorstel dat de invoering van commerciele tv op de kabel regelt. Minister d'Ancona wil over een jaar of twee komen met een wetsvoorstel om het publieke bestel te versterken.

Wolffensperger vindt dat de introductie van commerciele tv gepaard moet gaan met een sanering van het publieke bestel. “Het wetsontwerp dat nu voor ligt, is niet toegesneden op de werkelijke vragen die er op mediagebied liggen. Het mist de kern van waar het om gaat.”

Wolffensperger zou om die reden eigenlijk tegen het wetsvoorstel willen stemmen. “We moeten immers geen onzinwetten aannemen.”

Hij overweegt een amendement in te dienen waarmee hij de discussie over de invoering van commerciele omroep wil verbreden tot een debat over de toekomst van de publieke omroep. Als het gehele wetsvoorstel wordt aangenomen, is dat volgens Wolffensperger in overeenstemming met het regeerakkoord. “Maar de vraag of het regeerakkoord nog klopt met de werkelijkheid wordt niet gesteld. Je ontkomt er niet aan de sanering van de publieke omroep erbij te betrekken.”

Wat D66 betreft, kan het met het huidige bestel twee kanten op. TROS en Veronica blijven binnen de publieke omroep en vervullen daarbij “naast een net voor de meer levensbeschouwelijke omroepen en een BBC-achtig derde net” de rol van 'geldgenerator', of zij treden uit het bestel om volledig commercieel te worden. “Daar moet de discussie over gaan.”

Dees is het daar mee eens, zij het dat bij hem de nadruk meer ligt op de komst van een commerciele zender. Zonder het zelf te beseffen, schetst hij een zenderindeling die in grote lijnen overeenkomt met de voorstellen van een commissie van de VPRO uit 1981. Dees: “Drie netten voor publieke omroep is er een te veel. Financieel is dat niet haalbaar. Je moet een net voor pure commerciele omroep hebben, waar alles mag, zolang ze zich maar aan de EG-richtlijnen houden. Dit net moet zich volledig bedruipen met eigen inkomsten, via reclame en sponsoring. In die situatie kan de omroepbijdrage omlaag, want de kijker betaalt dan voor een net minder.”

Tot nu toe zijn er geen omroepen die de ideeen van de VVD omhelzen. Dees: “Die vinden het maar wat comfortabel dat de Staat de omroepbijdragen heft en over de omroepen verdeelt.”

Dat er tot het moment dat RTL4 de politiek en 'Hilversum' wakker schudde maar bitter weinig beweging zat in de structuur van het omroepbestel, is volgens Wolffensperger zeker niet alleen de schuld van de politiek. “Je mag alles van de politiek zeggen, maar als de omroepen eerder met een plan waren gekomen, had waarschijnlijk niemand in de politiek hen tegengehouden. De verdeeldheid in Den Haag was mede mogelijk door de verdeeldheid in Hilversum. Zelfs over het huidige meerjarenplan van de NOS zijn ze het niet met z'n allen eens.”