Mariniers aangekomen in Turkije

DIYARBAKIR, 23 APRIL. In het gras op het vliegveld van de Oostturkse stad Diyarbakir liggen enkele tientallen Nederlandse mariniers in de zon wat bij te komen van hun reis en een slapeloze nacht. Vannacht om 1 uur zijn ze van Schiphol vertrokken om ruim vier uur later in Diyarbakir te landen. Nu kijken ze toe hoe hun Amerikaanse en Britse collega's bezig zijn het vliegveld van Diyarbakir in een helikopterbasis te veranderen.

Veel tijd om te rusten hebben de mariniers van de elfde infanterie compagnie niet. Vanmiddag vliegen ze per helikopter naar de grensplaats Silopi, waar de geallieerden een grote bevoorradingsbasis hebben opgezet voor de vluchtelingenkampen in Turkije en de nog te bouwen kampen in Irak. Morgen al zullen de Nederlandse mariniers Irak binnengaan om zich te voegen bij de Amerikaanse, Britse en Franse militairen.

De drie pelotons die vanmorgen in Diyarbakir aankwamen, werden voorafgegaan door kwartiermakers. Twee van de drie pelotons reisden vanmorgen direct door naar Silopi, de overigen moesten wachten.

“Het is een goede zaak die we gaan ondernemen. We zullen vast veel ellende te zien krijgen, maar voor die mensen is het goed”, zegt J.

Heere. Het is voor het eerst dat hij en zijn collega's een dergelijke klus krijgen. Tot dusver bleven hun buitenlandse avonturen beperkt tot oefeningen in Noorwegen.

Een andere marinier, G. le Noble, zegt dat de Nederlandse mariniers niet alleen zullen helpen bij de aanleg van kampen, maar ook bij de opvang van vluchtelingen. “Alleen kunnen we zieken niet goed helpen, want daarvoor zijn we niet toegerust”, stelt hij.

Nog niet duidelijk is bij welk kamp de Nederlandse militairen worden ingezet. Er is steeds sprake geweest van een kamp, niet ver van de plaats Zakho, maar naar verwachting zal er spoedig een begin worden gemaakt met de bouw van nieuwe kampen. Le Noble sluit niet uit dat ze zelfs worden ingezet om geschikte locaties voor nieuwe kampen te vinden, al hebben Amerikaanse deskundigen zich daar ook al mee beziggehouden.

Bang voor de Iraakse militairen zijn de Nederlanders niet. Ze vrezen vooral de aanblik van veel ellende onder de vluchtelingen, zonder iets te kunnen doen om het leed te verlichten.