'Kijker wil lichtere programma's dan het bestel heeft laten zien'

HILVERSUM, 23 APRIL. “Het medialandschap ziet er in de jaren negentig wezenlijk anders uit dan in de jaren tachtig”, beklemtoont NOS-voorzitter M. de Jong, sinds half januari in touw om het publieke bestel van de ondergang te redden. Hij heeft zich het Hilversumse jargon snel eigen gemaakt en dat aangevuld met een aan het bedrijfsleven ontleende terminologie. Met zijn “Meerjarenplan 1991-1995 Nederlandse Publieke Omroep” introduceerde hij het begrip 'marktstrategie' en liet hij een in het Gooi ongekende business-geest waaien. “De rol van het publieke bestel is in het huidige decennium een wezenlijk andere”, doceert hij vanachter het bureau dat hij meenam van de Perscombinatie - waar hij acht jaar voorzitter van de hoofddirectie was - en steekt een sigaar op.

“Een bestel dat zijn tijd verstaat, speelt in op het feit dat marktgerichte concurrenten tegenwoordig een belangrijke rol spelen. We kunnen ons niet langer veroorloven vanuit de aanbodfunktie te denken.

Wil je succesvol zijn, dan moet je met de eisen van het publiek meer rekening houden - wat niet wil zeggen: uitsluitend. Je moet een evenwicht vinden tussen wat het publiek graag wil, en wat we uit het oogpunt van het publiek bestel wenselijk achten.''

RTL4 brengt heeft in een jaar tijd meer dan 30 procent van de kijktijd van de Hilversumse omroepen afgesnoept, constateert De Jong. “Het publiek wil een lichter soort programma's dan het publiek bestel heeft laten zien. Als men 's avonds na een dag hard werken moe thuis komt, wil men een ontspanning. Dat is een volstrekt redelijke wens. In ons voorstel wordt rekening gehouden met dat publiek. Naast de lichtere programmering op Nederland 2 richten we ons via Nederland 1 en 3 tot een publiek met een andere behoefte. Het publiek bestel moet straks meer zijn dan de som der delen.”

De Jong relativeert de interne oppositie van de omroepen die op Nederland 1 gaan uitzenden, AVRO, KRO en NCRV. “Alle A- en B-omroepen zijn tevreden met de netindeling. Men is alleen ontevreden met wat er bij de buurman gebeurt. Die drie willen alles veranderen, behalve hun eigen net. Maar daar moet ik ze in teleurstellen: als er een verandering aan de orde is, dan geldt die voor alle drie de netten.

Het plan voor een gedifferentieerd bestel (met op Nederland 2 veel meer reclame, red.) is niet domweg een financieringsplaatje, er wordt een wezenlijke strategische richting aangegeven. Wordt die zenderindeling wezenlijk aangetast, dan kan het gedifferentieerde model niet werken.''

De drie dissidente omroepen voelen zich met hun hoeveelheid zendtijd in de avonduren benadeeld, bovendien verzetten zij zich tegen de extra middelen die TROS en Veronica krijgen om met 'aantrekkelijke programmering' meer reclamegelden te verwerven. De Jong: “Veronica en TROS moeten alle mogelijke ruimte krijgen om de noodzakelijke reclame-inkomsten uit de markt te halen. Dat komt ten goede aan het hele bestel. Wordt het beroep van de Nederland-1-omroepen ingewilligd, dan wordt onze strategie doorkruist en heeft dat - ook voor die drie - verregaande organisatorische consequenties.”

Het alternatief van de verhoging van de omroepbijdrage heeft niet de voorkeur van de NOS-voorzitter. “Voor dit plan is een wetswijziging noodzakelijk. Kiest de politiek toch voor de verhoging van de omroepbijdrage, dan zou ik dat jammer vinden. Ik zou het ook willen ontraden. In het verleden heeft de omroep herhaaldelijk gevraagd om zo'n verhoging, dat is steeds afgewezen. Uitgerekend in het jaar dat de kijkers de publieke omroep de rug toekeren, kan je ze niet ineens vragen om daar aanzienlijk meer voor te betalen.”

Als een ander belangrijk argument om het gedifferentieerd bestel door te voeren noemt De Jong de impuls die uitgaat van het zelf de kost verdienen. “Bureau McKinsey heeft aangegeven dat hier beduidende mogelijkheden liggen om efficient te werken. De tekorten komen eraan, we worden nu gedwongen grondig over die doelmatigheid na te denken.

Het mobiliseren van de creativiteit is ook een wezenlijk onderdeel van het plan. De geneigdheid daartoe wordt niet gestimuleerd als de politiek besluit om ons die 30 a 40 gulden extra per jaar te leveren.

Als het kijkgeld toch omhoog gaat, dan bespaart het ons wel een ontzettende hoop ellende. Want we moeten hier, met een groot aantal omroepen zonder een duidelijke leiding over het geheel, elkaar duidelijk maken dat het doelmatiger moet. Dat is een enorm ingewikkeld proces.''

Dat er ook politiek nogal wat haken en ogen aan zijn plan zitten, stemt De Jong lakoniek: “De telefoon heeft hier nog niet roodgloeiend gestaan van de Kamerleden die een toelichting willen. Maar de politiek moet nu ten principale besluiten over de toekomst van dit bestel. Over een jaar of twee, drie is de kas leeg. McKinsey heeft aangetoond, en ik heb dat nog eens dunnetjes over gedaan, dat de zaak dan muur- en muurvast loopt. Dan draait men op voor grote consequenties: programma's zijn dan praktisch niet meer te betalen en de werkgelegenheid van duizenden mensen komt dan in gevaar.”

Denkbaar is dat er uiteindelijk een compromis-voorstel uit de bus komt: “Met een stukje verhoogde omroepbijdrage en bij voorbeeld wel zondagsreclame maar geen adverteerders in programma-onderbrekingen verspeel je zowel de kool als de geit. Ook een commerciele verzelfstandiging van TROS en Veronica biedt geen oplossing meer. Heel belangrijk in dit verhaal is, dat we ons alleen op deze gedifferentieerde manier nieuwe commerciele concurrenten van het lijf kunnen houden.”

Makers van documentaire en culturele programma's zien hun mogelijkheden bij de herschikking van het bestel ernstig in gevaar komen. “Ik begrijp die verontrusting heel goed”, erkent De Jong.

“Die zogenaamde smalle programma's, waar de NOS nogal rijk mee is bedeeld, willen we minder in de avonduren uitzenden. De grens ligt bij minimaal twee procent kijkdichtheid, tussen de 200 en 300 duizend kijkers, wil een programma op een massamedium een gerechtvaardigde plaats hebben. Juist mensen die dat soort programma's waarderen hebben er begrip voor dat zoiets niet kan om half negen. Televisie is nu eenmaal een massamedium, het wordt door het hele publiek betaald. Je moet rekening houden met hun wensen. Het bewijs daarvoor is in de afgelopen twaalf maanden geleverd: als je er geen rekening mee houdt, kan je het wel schudden met het publieke bestel.” M. de Jong. (Foto NRC Handelsblad- Vincent Mentzel)

    • Tom Rooduijn