Kamer wil helderheid over topscholen

ROTTERDAM, 23 APRIL. De Tweede Kamer wil van minister Ritzen (onderwijs) meer duidelijkheid over de vormgeving van het stelsel van onderzoekscholen. Met name over de selectie en financiering van de zogeheten 'topscholen' moet de minister de Kamer nader informeren.

De minister heeft de Kamer in het overleg over de onderzoekscholen gisteravond toegezegd zijn ideeen over twee tot drie weken te zullen verduidelijken. Daarna zal de Kamer stemmen over de moties die gisteren zijn ingediend. Hieronder is er een van het CDA waarin het beleid van Ritzen wordt afgewezen. Het CDA ziet niets in de erkenningsprocedure (onder meer via de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen) die wordt voorgesteld.

De komende twee jaar is er plaats voor hooguit 15 tot twintig onderzoekscholen aan de Nederlandse universiteiten. Daarna zal worden bekeken of ze voldoende zijn gespreid over de wetenschapsgebieden, zo zei Ritzen gisteren.

Hij verklaarde vast te houden aan strategie van het kabinet waarbij de universiteiten over de volle breedte van de wetenschappen onderzoeksscholen opzetten waaruit vervolgens de 'topscholen' worden geselecteerd. Ritzen verwacht dat de eerstkomende jaren alleen die onderzoekscholen formeel tot stand komen die dat informeel al zijn.

Met name in de natuurwetenschappen zou er al vaak sprake zijn van concentratie van onderzoek en goede begeleiding van assistenten-in-opleiding (aio's), aldus Ritzen.

De onderzoekscholen dienen vooral om de aio's beter te begeleiden tijdens hun opleiding tot onderzoeker. Die begeleiding laat op dit moment volgens Ritzen veel te wensen over. “Gemiddeld zal straks de begeleiding van aio's in onderzoekscholen beter zijn dan van aio's die buiten die scholen hun opleiding krijgen.” De minister verwacht dat de komende jaren zo'n kwart van de aio's in onderzoekscholen zal worden opgeleid. Maar alleen al het bestaan van deze scholen zal ook leiden tot een betere begeleiding van de andere aio's, zo verklaarde hij.

De selectie van de 'topscholen' gebeurt overigens niet op basis van de beste opleiding die de aio's krijgen, maar op grond van de kwaliteit van het onderzoek dat er wordt gedaan. PvdA en VVD willen ook dat onderzoekscholen als 'topschool' worden erkend die werkzaam zijn op gebieden die in het kader van het technologie- of wetenschapsbeleid belangrijk zijn.

De universiteiten krijgen geen extra geld van de minister voor hun onderzoekscholen, zo verklaarde Ritzen gisteren. Hij vindt wel dat ze de begeleiding van de aio's moeten intensiveren. De kosten daarvan moeten de universiteiten maar elders in hun budget compenseren. Ritzen vindt ook niet dat universiteiten financieel moeten worden gestimuleerd onderzoekscholen op te zetten. Hij verklaarde faculteiten met een onderzoekschool of met een iets vrijblijvender aio-netwerk geen premie te zullen geven. Die premie zou moeten worden betaald door faculteiten zonder school of netwerk. Vorige week had de minister, in een voorstel voor een nieuwe financieringswijze van het universitaire onderzoek, nog aangekondigd deze premies wel te zullen geven.