JUMJAAGIYN TSEDENBAL (1916-1991); De stagnatie-khan

Het meeste behagen schepte hij in een parade te zijner ere, bij de Grote Hemelvallei, de straat waar alleen de hoogste Mongoolse leiders mochten komen. Rijen onderscheidingen en een met diamanten afgezette maarschalk-ster prijkten op zijn borst. Die tijd was lang geleden voor Jumjaagiyn Tsedenbal, de voormalige leider van communistisch Mongolie, die afgelopen zaterdag in zijn ballingsoord Moskou op 74-jarige leeftijd overleed.

De Mongoolse communisten verdreven de rechtlijnige Tsedenbal in 1984 en waaiden na de komst van Michail Gorbatsjov mee met de nieuwe Sovjet-wind. Met verdere desastreuze gevolgen voor Tsedenbal, uiteindelijk leidend tot zijn royement uit de partij, in maart 1990.

Als laatste gebaar van goede wil heeft de huidige Mongoolse president Ochirbat wel bepaald dat Tsedenbal in zijn geboortegrond mag worden begraven.

Jumjaagiyan Tsedenbal was de zoon van een arme schaapherder uit het steppegebied van Noord-Mongolie. Na een korte periode als leraar aan een economieschool in de hoofdstad Ulan Bator, werd hij in 1939 op 23-jarige leeftijd minister in de Mongoolse regering, en een jaar later partijleider. Premier Tsjoibalsan was in die dagen de machtigste man in de Volksrepubliek. Diens dood in 1952 was voor de ambitieuze Tsedenbal de kans nummer een in de hierarchie te worden. Hij werd premier, gaf het partijleiderschap korte tijd (van 1954 tot 1958) uit handen, maar heerste daarna, tot zijn val in 1984, als een absolute communistische leider die en passant in 1973 ook nog tot president werd benoemd. Met harde hand liet Tsedenbal tijdens zijn bewind een einde maken aan elke vorm van oppositie.

Tsedenbal is vaak een stalinist genoemd wegens zijn brute optreden en de persoonsverheerlijking, maar hij was eerder een 'brezjnevist'.

Zolang Leonid Brezjnev aan de macht was in de Sovjet-Unie, van 1964 tot zijn dood in 1982, heerste Tsedenbal in Mongolie. Hij stemde de Mongoolse politiek en economie, nog meer dan voorheen, af op het grote buurland. Brezjnev gehoorzaamde hij blindelings.

'Stagnatie-khan' noemden de Mongolen Tsedenbal spottend toen bleek hoe kwalijk zijn economische beleid uitpakte voor het land. In 1984 werd hij plotseling aan de kant gezet, om gezondheidsredenen heette het eerst. Zijn latere verbanning naar Moskou - met zijn Russische vrouw Anastasia - leidde de kritiek in. De Mongoolse regering stelde in 1988 Tsedenbal verantwoordelijk voor “veertig jaar van tekortkomingen en vergissingen”.

Vorig jaar velden de Mongoolse communisten bij verstek definitief een oordeel over de persoon en politiek van Tsedenbal. Mongolie sloeg met vrije verkiezingen, een opener economie en een grotere afstand tot mecenas Sovjet-Unie een weg in die Tsedenbal een gruwel zou zijn geweest. De verguisde leider werd uit de partij gezet, terwijl de openbare aanklager in Ulan Bator zelfs pogingen ondernam Tsedenbal terug te halen naar Mongolie om hem aan te klagen wegens de vervolgingen en executies tijdens zijn bewind. Mongoolse artsen constateerden in Moskou dat Tsedenbal niet terecht kon staan wegens chronisch geheugenverlies. Jumjaagiyn Tsedenbal en zijn bewind bestonden in zijn eigen gedachten al niet meer.