Duitse hof wijst claim over onteigeningen af

BONN, 23 APRIL. Duitsers wier huis, grond, kapitaal of bedrijf tussen 1945 en 1949 in de toenmalige Sovjet-bezettingszone is onteigend, hebben geen recht op teruggaaf. Dit heeft het Duitse Constitutionele hof in Karlsruhe vanmorgen beslist op een zogenoemde 'grondwettelijke klacht' van omstreeks 12.000 belanghebbenden. Het gaat in totaal om 3 miljoen hectare land, ruim een derde van het grondgebied van de vroegere DDR.

De hoogste Duitse rechter acht het uitgangspunt dat is vastgelegd in het Duitse eenwordingsverdrag van 31 augustus 1990 niet in strijd met de grondwet. Volgens het hof in Karlsruhe hoeft de Duitse regering, conform de verdragsbepalingen, aan deze belanghebbenden ook niet meer dan een gedeeltelijke schadeloosstelling te betalen.

In de vier eerste na-oorlogse jaren, dus nog voor de DDR ontstond, zijn mede onder de druk van de Russische bezettingsmacht in het oosten van Duitsland vele grond- en kapitaalbezitters onteigend. In een groot aantal gevallen gebeurde dat omdat zij lid van de NSDAP (Hitlers partij) waren geweest, naar het westelijke deel van het land waren gevlucht of omdat zij in Oost-Duitsland bezwaar maakten tegen het communistische regime dat de Sovjet-Unie er hielp installeren.

In het Duitse eenwordingsverdrag hebben de regeringen van de Bondsrepubliek en de toenmalige DDR zich vorig jaar gebaseerd op het uitgangspunt dat teruggaaf van deze ruim 40 jaar geleden onteigende eigendommen te vaak tot nieuw onrecht zou leiden, namelijk jegens hen die na 1949 te goeder trouw eigenaar zijn geworden.

Voor de onteigeningen in de latere DDR (tussen 1949 en 1989) werd een tegengesteld uitgangspunt gekozen. Daarvoor geldt dat teruggaaf van eigendom in beginsel voor (volledige) schadeloosstelling gaat. Nadien is die regeling zo veranderd dat teruggaaf van eigendom alleen voor schadeloosstelling gaat als daarbij geen huisvestings- of werkgelegenheidsbelangen in het gedrang komen.