Duisenberg: Lonen te hoog en winst banken te laag

Nederland moet terug naar de uiterst gematigde loonontwikkeling van de jaren tachtig. Dat is goed voor de werkgelegenheid maar ook voor de overheidsfinancien. Dit zei president dr. W.F. Duisenberg bij de presentatie van het jaarverslag over 1990 dat vanmiddag is gepubliceerd. Het jaarverslag waarschuwt ook dat het winstniveau van de Nederlandse banken structureel te laag is.

DEN HAAG, 23 APRIL. Nederland moet terug naar de uiterst gematigde loonontwikkeling van de jaren tachtig. Dat is goed voor de werkgelegenheid maar ook voor de overheidsfinancien. Dit zei president dr. W.F. Duisenberg bij de presentatie van het jaarverslag over 1990 dat vanmiddag is gepubliceerd.

De overheid kan volgens Duisenberg bijdragen aan loonmatiging door “grote terughoudendheid met betrekking tot lastenverzwaringen”. Het financieringstekort liep echter de twaalf maanden tot en met maart 1991 op tot ruim 6,75 procent van het nationale inkomen en dan slaat de president van de Nederlandsche Bank “de schrik om het hart”.

Het tekort zit nu 9 miljard gulden boven de tijdpad-doelstelling. Duisenberg concludeert: “De doelstellingen voor 1994 (een tekort van 3,25 procent, red.) zullen nooit worden gerealiseerd als wij ons niet eerst uit het drijfzand van 1991 ontworstelen.”

Het kabinet kondigde in februari aan in 1991-1994 voor 17 miljard gulden te willen ombuigen. Duisenberg vindt echter dat er 20 a 25 miljard moet worden omgebogen. Ombuigen gaat, schrijft hij, op de korte termijn onvermijdelijk ten koste van de economische groei.

Studies van de Bank wijzen echter uit dat dat negatieve effect kleiner is als het accent meer ligt op bezuinigen en minder op lastenverzwaring.

Duisenberg laat zien dat Nederland het nationale spaaroverschot (de lopende rekening van de betalingsbalans kende in 1990 een surplus van ruim 19 miljard gulden) voor een belangrijk deel gebruikte voor investeringen in de EG. Hij beoordeelt dat positief.

Nederland spaart volgens hem niet te veel, het zijn de andere landen die te weinig sparen. Hij verwacht ook niet dat het nationale spaaroverschot snel zal afnemen, zeker niet als de overheid erin slaagt haar tekort te reduceren.

Hogere lonen om het spaaroverschot te reduceren werken volgens Duisenberg averechts, omdat ze ten koste gaan van de werkgelegenheid.

De enige weg ter verkleining van het spaaroverschot is het stimuleren van de investeringen binnen de Nederlandse grenzen. Een beter functionerende arbeidsmarkt, loonmatiging en lastenverlichting dragen daaraan bij, aldus Duisenberg.

Overigens blijkt uit het jaarverslag dat Nederland sinds 1986 qua investeringsniveau weer gunstig afsteekt tegenover het buitenland, na de forse groei in de jaren tachtig. Het huidige investeringspeil is vergelijkbaar met dat van begin jaren zeventig. Ook blijkt uit het jaarverslag dat de belastingoperatie-Oort in 1990 resulteerde in een lastenverlichting van ruim 4 miljard gulden.

Hoewel de lonen in 1990 voor het eerst weer stegen liep Nederland met een loonkostenstijging per eenheid produkt van ruim 2,5 procent “niet uit de pas”, aldus Duisenberg. Het concurrentievermogen van de Nederlandse industrie bleef daardoor tegenover de EMS-landen op peil.

Tegenover de VS verloor Nederland wel terrein, maar dat kwam door de daling van de koers van de dollar in 1990.

Inmiddels is de Amerikaanse munt weer fors gestegen. Duisenberg is over het huidige niveau van de dollar “niet ontevreden” maar verwacht dat de zwakte van de D-mark, die de kracht van de dollar deels verklaart, tijdelijk zal zijn.

De Federatie Nederlandse Vakbeweging noemde Duisenbergs pleidooi voor meer bezuinigingen vanmorgen “onrealistisch”, ook omdat ze zullen leiden tot extra werkloosheid. Het Christelijk Nationaal Vakverbond verweet Duisenberg dat hij niet aangeeft hoe er dan moet worden bezuinigd.