'De Osseten zijn niet welkom, slecht volk'

In Zuid-Ossetie, een enclave in de republiek Georgie, staan de Osseten en de Georgiers elkaar naar het leven: de eersten streven naar afscheiding van Georgie, de laatsten naar afschaffing van de Osseetse autonomie.

TSCHINVALI- TBILISI, 23 APRIL. Tulpen en sigaretten zijn er volop in de Stalinstraat van Tschinvali. De bloemen zijn te koop bij nummer 37 waar ze in de tuin worden geteeld door een nijvere burger. De Amerikaanse sigaretten liggen verderop in Tschinvali's hoofdstraat, die niet is herdoopt omdat Stalin altijd “het beste heeft voorgehad”

met de Osseten. De Winstons zijn met Verpflegungsrationen uit de Duitse voedselhulp uit Noord-Ossetie onder militaire begeleiding aangevoerd.

Sigaretten zijn er. Wat al drie dagen ontbreekt is brood. Al weken ontbreken ook water, gas, benzine en licht in Tschinvali. Overdag zitten de burgers in het gras omdat er niets te doen valt sinds het gebied eind december vorig jaar door Georgie economisch werd afgegrendeld. 's Nachts worden ze opgeschrikt door schietpartijen in en om de stad. Kogelgaten in de gevels en uitgebrande autowrakken langs de weg herinneren daaraan. Zowel de Georgiers als de Osseten beroepen zich op eeuwenoude rechten en beschuldigen elkaar ervan het eerste schot te hebben gelost. Burgeroorlog? Bertolt Brecht?

We rijden naar Tschinvali, de hoofstad van de honderdduizend inwoners tellende Zuid-Ossetische enclave in de republiek Georgie (vijf miljoen onderdanen), vanuit het honderd kilometer zuidoostelijk geleden Tbilisi. Voorbij Gori, de geboorteplaats van Stalin, slaat de chauffeur een kruis. Hijzelf is Armenier maar hij draagt de Georgische zaak een warm hart toe en is daarom bang voor de terreur van de “extremisten” uit dat “zogenaamde” Zuid-Ossetie. Sinds december zijn er in de strijd tussen de Osseetse en Georgische milities al meer dan honderd doden gevallen, ook al weet niemand het exact omdat er nog veel mensen worden vermist. De verhalen hoe ze aan hun eind zijn gekomen tarten elke beschrijving. Opgehangen aan een boom is nog een milde versie. De getuigenissen van Georgiers over Osseetse terreur verschillen niet van die van Osseten over de Georgische.

Er liggen vandaag echter geen sluipschutters in de berm. Wel is er een wegversperring van Sovjet-troepen op de heuvel boven Tschinvali. Na een paar maanden van vrijblijvende aanwezigheid hebben het Sovjet-leger en troepen van het ministerie van binnenlandse zaken (MVD) de stad definitief in bezit genomen. Een barricade van betonblokken, zandzakken en een tank moet Tschinvali voor de Georgiers afgrendelen. Alleen ingezetenen mogen door. Verstikt door tranen vertelt Baboelia Sjeradisjvili, een Georgische, er dat haar zoon Tengis nog steeds gevangen zit. Hij werd elf dagen geleden aangehouden toen hij vanuit een dorpje nabij Tschinvali brood in de stad wilde kopen.

Beneden in de stad resideert het onlangs gevormde 'comite ter normalisatie van de toestand in Zuid-Ossetie' dat zegt het bestuur in handen te hebben. Het comite moet de fouten corrigeren die door de vorige leiders van de 'autonome republiek' in hun streven naar afscheiding van Georgie zijn gemaakt. Het zegt de gewapende groepen ontmanteld te hebben en zich neer te willen leggen bij het decreet van president Gorbatsjov van 7 januari. Toen verklaarde Gorbatsjov zowel de door de Zuid-Osseten geproclameerde onafhankelijkheid als het Georgische besluit om het gebied bij Georgie in te lijven, ongeldig.

Stanislav Kotsijev, een van de drie partijleden in het comite, heeft niettemin forse kritiek op Moskou. Het leger is veel te laat tot serieuze interventie overgaan. Ook de joden in de stad, een kleine minderheid die zich buiten het etnische conflict probeert te houden, worden bedreigd, erkent hij. “We komen jullie halen”, heeft een joods gezin onlangs gehoord. “We lijden onder dit probleem. Maar onze handen zijn moe”, verontschuldigt Kotsijev zich.

Onderhandelen met de Georgische regering van president Zviad Gamsachoerdia die de Zuid-Osseten van hun staatkundige autonomie heeft beroofd maar hen tegelijkertijd “culturele autonomie” heeft beloofd?

Kotsijev kan er slechts om schamperen. “Kijk maar wat ze in ons theater hebben gedaan.”

De schouwburg staat aan de overkant van de straat. Op 6 januari, toen drieduizend Georgische politiemannen en duizenden “informele”

milities de stad binnenvielen om de beslissing van hun parlement gewapenderhand uit te voeren, werd ook het theater in bezit genomen.

Drie weken lang hebben ze er onderdak gevonden. De gevolgen zijn nog altijd zichtbaar. In de hal is het standbeeld van de Osseetse dichter Kostach Chetogoerov onthoofd. Kunstschatten van de oude Skythen, die de Osseten als hun aartsvaders beschouwen, zijn aan gruzelementen gegooid. Het parket is her en der in brand gestoken. De spiegels in de kapkamers en de licht- en geluidsinstallatie zijn verbrijzeld. Overal liggen lege munitieblikken. In de kamer van de boekhouder is het portret van Lenin naar beneden gehaald, die van Marx, Engels en Stalin zijn blijven hangen. In de repetitieruimte liggen de afgekloven kippebouten en lege champagneflessen. Op de muur leuzen als: “Ademon Noechas (de leider van het Osseetse volksfront, red.), we zullen je moeder neuken” en “Osseten, jullie vaders worden onze sjouwers”. De totale schade volgens directeur Elbroes Dzjikajav: 178.000 roebel.

Voor het 'comite ter normalisatie van de toestand' ligt de schuld duidelijk bij de “fascisten” van Gamsachoerdia die het “Georgische volk in een staat van euforie heeft gebracht die alleen te vergelijken is met Duitsland 1933”, weet Kotsijev. Om dat te illustreren regelt hij een legerhelikopter die ons naar de Velebski-sovchoze in het dorpje Tsenlisi, dertig kilometer ten westen van Tschinvali, brengt.

Op 24 maart hebben Georgische groepen, tachtig man sterk en bijgestaan door drie pantservoertuigen, hier huisgehouden. Twee mensen werden gedood, vier huizen platgebrand. Drie weken hebben de bewoners in Tschinvali gebivakkeerd. Vandaag zijn ze voor het eerst weer in hun dorp terug.

Hoewel de leiding der Zuid-Osseten juist bij Rusland en de Sovjet-Unie wil blijven, voelen de boeren in Tsenlisi het nu net een slag anders.

“Het is de schuld van de Russen. De Russen leven niet goed, ze vreten alleen maar ons brood op”, roept een oude vrouw. De dorpsonderwijzer nuanceert dat, indachtig de officiele lijn in Tschinvali, onverwijld.

De Georgische bandieten, zegt hij, hebben het juist op de klassieke Russische cultuur gemunt. Met automatische wapens vielen ze zijn schooltje binnen, ze hebben alle boeken van Tolstoj, Poesjkin, Dostojevski en Lermontov vernietigd. “Russische literatuur, wereldliteratuur. Gamsachoerdia is geen democraat maar een demofascist: Adolf Gamsachoerdia.” Maar de vrouw wordt door de meeste dorpelingen gesteund. De boeren voelen zich verraden door Moskou ook al worden de soldaten er vandaag welkom geheten met wijn, kaas en appels. Hun commandant, een kolonel die er met zijn modieuze puntschoenen en snelle petje uitziet alsof hij rechtsstreeks uit Hollywood is weggelopen, laat het zich welgevallen. “Wij beschermen het vreedzame volk, of het nu Osseten, Georgiers, Armeniers, Ingoesjen of Russen zijn. Je kunt deze mensen toch niet alleen laten.”

“Maar”, zo voegt hij er aan toe, “het leger kan het probleem uiteindelijk niet oplossen, je kan niet op elke hoek van de straat een soldaat neerzetten.” We zijn nauwelijks vertrokken, of in Tsenlisi worden acht dorpelingen ontvoerd.

Op de terugweg naar de militaire commandopost bij Tschinvali, waarschuwt een man aan de rechterkant van de weg te blijven lopen.

Links wonen Georgiers, “allemaal miljonairs en oplichters”. Waarom? “Omdat ze niet werken.” Gamsachoerdia is een “schizofrene morfinist”.

Aan de andere kant van de grens wordt de welhaast openlijke burgeroorlog omgekeerd beleefd. “Wij Georgiers zijn het warmste en meest gastvrije volk ter wereld. Armeniers, Azerbaidzjanen, joden, Koerden, iedereen is bij ons welkom. Maar de Osseten niet. Dat is een slecht volk”, zegt een vrouw in het dorp Egerni. Waarom? “Omdat ze niet werken en toch rijk zijn. Zij hebben alles omdat ze van ons land eten.” Niet voor niets zijn het de Osseten die de huizen opkopen die de joodse emigranten in Tschinvali achterlaten, zegt ze. De vernielingen in het theater hebben ze zelf aangericht om de Georgiers in diskrediet te brengen. “Laat ze terug gaan naar het noorden waar ze vandaan komen. Georgie is een en ondeelbaar. Dit is onze grond, ons vaderland.” Het woord rodina, vaderland, valt hier om de paar zinnen.

De vrouw vertolkt het algemene gevoel in Georgie. De Osseten hebben volgens de Georgiers de burgeroorlog in opdracht van Moskou uitgelokt.

Hun “terroristen” worden bewapend door de MVD, meer in het bijzonder door onderminister Boris Gromov, de oud-commandant in Afghanistan die veteranen uit die oorlog in Zuid-Ossetie heeft gestationeerd. Het waren deze “bandieten” die begonnen met represailles tegen Georgische burgers in de “zogenaamde autonome republiek” waar eenderde van de bevolking van Georgische origine is. Drie weken geleden hebben de Osseetse knokploegen nog kans gezien de Georgische bewoners van het dorp Nikozi met geweld uit hun huizen te verdrijven.

Dat konden ze alleen omdat ze heimelijk door het Kremlin worden gesteund. Het was immers het Kremlin dat de Osseten, na de herovering van het tussen 1918 en 1921 onafhankelijke Georgie, in het gebied huisvestte om verdeelheid te zaaien in het land dat al 3500 jaar door Georgiers wordt bewoond en bewerkt, en dat reeds in 337, ruim zeshonderd jaar eerder dan de Russen, tot het christendom werd bekeerd.

Onderminister van buitenlandse zaken Todor Gabarsjvili: “De onafhankelijkheid van Georgie is ondenkbaar zonder het zogenaamde Zuid-Ossetie. Het gebied is voor ons van enorme strategische betekenis. Het is voor tanks slechts een half uurtje rijden naar Tbilisi. Wij zijn bovendien een christelijke natie, hebben spirituele banden met het Westen. Onze onafhankelijkheid is de enige garantie tegen de russificatie en het islamitische fundamentalisme. Ik ben een totaal Westers mens. Waarom begrijpen jullie dat niet? Waarom zeggen jullie tegen ons dat we in armoede en verdriet nog even geduld moeten hebben? Dat is onmogelijk. De regeneratie van het christendom, de strijd voor democratie en onafhankelijkheid heeft onze ziel gered en zal ons beschermen tegen verval en kosmopolitische immoraliteit.

Natuurlijk, vergiffenis is belangrijk in het christendom. Maar je moet wel weten wie er voor je staat: is hij schuldig of niet? Pas als je zijn misdaden hebt onderzocht, kun je vergeven. Je kunt moraal en politiek niet scheiden''.