CBS contateert daling 'kleine' criminaliteit

DEN HAAG, 23 APRIL. Het aantal mensen dat slachtoffer is geworden van de zogeheten veel voorkomende criminaliteit is de laatste jaren gedaald.

Dit blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Bijna een op de drie Nederlanders (32,7 procent) is in 1990 het slachtofffer geworden van veel voorkomende criminaliteit. Het percentage van 32,7 is volgens het CBS nagenoeg gelijk aan dat voor 1980 (32,5), maar duidelijk lager dan in 1984, toen met 36,2 het hoogste niveau werd bereikt. Na dat jaar was er sprake van een geleidelijke daling. Het CBS houdt de slachtofferenquete elke twee jaar.

Het CBS ondervroeg in januari en februari 4.500 Nederlanders over zestien veel voorkomende delicten, varierend van fietsendiefstal tot handtastelijkheden. Het percentage slachtoffers van inbraak blijkt in 1990 (2,5 procent), na een voortdurende stijging tot 1988, voor het eerst te zijn gedaald. Met 3,0 procent werd in 1988 het hoogste cijfer sinds 1980 gehaald. Ook de percentages voor diefstal vanaf de auto (3,6) en de categorie overige vernielingen (5,2) zijn in 1990 beduidend lager dan in 1980.

Voor fietsendiefstal is er sprake van een daling vergeleken met 1988 (5,6 tegen 5,7 procent), maar het niveau van 1980 wordt niet gehaald.

Toen verklaarde 4,9 procent van de Nederlanders slachtoffer van dit delict te zijn geworden. In 1984 was dit 5,7 procent.

Uit de auto wordt veel meer gestolen dan tien jaar geleden. In 1980 werd nog 1,9 procent hierdoor gedupeerd; in 1990 is dit percentage opgelopen tot 3,3, gelijk aan dat van 1988. Beschadigingen aan de auto komen even vaak voor als in 1980 (toen 9 procent, in 1990 8,9 procent). In 1988 lag dit percentage op 8,1.

Ondanks veelvuldige voorlichtingscampagnes van de kant van politie en justitie doen slachtoffers van veel voorkomende criminaliteit lang niet altijd aangifte bij de politie. “Er lijkt in de jaren tachtig geen duidelijke trend in dit aangiftepercentage te bestaan”, aldus het CBS. Gerekend over de zestien onderzochte delicten, waaronder ook doorrijden na aanrijding, exhibitionisme, bedreigingen binnen en buiten en portemonnee-diefstal, heeft in 1990 gemiddeld 36 procent aangifte gedaan.

Hogere leeftijdsgroepen (65 jaar en ouder) worden overigens minder vaak het slachtoffer van veel voorkomende criminaliteit dan jongeren in de leeftijd van 20 tot 24 jaar (17 tegen 50 procent). Stedelingen lopen eveneens meer risico dan bewoners van het platteland. In steden met meer dan 100.000 inwoners, zo constateert het CBS, is 40 procent van de bevolking in 1990 het slachtoffer geworden van een of meer delicten. In plattelandsgemeenten werd vorig jaar 20 procent van de bevolking geconfronteerd met vormen van veel voorkomende criminaliteit.