Alles of niets

HET JAARVERSLAG van De Nederlandsche Bank biedt elk jaar opnieuw een uniek inzicht in de wereld van het geld. Maar een goed jaarverslag verzekert een instelling nog niet van haar voortbestaan, zo blijkt. De Nederlandsche Bank wordt, met haar 1.650 personeelsleden, het slachtoffer van de internationale vooruitgang.

Van een nationaal rente- en wisselkoersbeleid is nu al nauwelijks sprake. Via het Europese Monetaire Stelsel is de gulden aan de D-mark gekoppeld en de Bundesbank beslist. De president van de centrale bank, Duisenberg, verdedigt die koppeling met verve: zolang Duitsland de inflatie laag houdt zit Nederland volgens hem goed. Ook als dat leidt tot een hoog rentepeil dat beter bij de Duitse dan bij de Nederlandse economie past.

De Europese monetaire integratie zal uiteindelijk moeten leiden tot een Europese munt en een Europese centrale bank. Het toezicht op de banken zal waarschijnlijk op nationale leest geschoeid blijven, zodat De Nederlandsche Bank niet hoeft te worden opgedoekt. Maar van een nationaal monetair beleid is dan geen sprake meer.

DE MONETAIRE integratie laat inmiddels haar sporen na in de Nederlandse economie. Nederland heeft al vele jaren lang een fors surplus op de lopende rekening van de betalingsbalans, en vorig jaar liep dat spaaroverschot zelfs op tot ruim negentien miljard gulden.

Gelet op de sterke stijging van de particuliere consumptie in dat jaar en ook gelet op het omvangrijke tekort bij de overheid is zo'n overschot uiterst opmerkelijk.

Normaal gesproken zou er een opwaartse druk op de wisselkoers ontstaan, met als gevolg een verdere stimulans voor de binnenlandse bestedingen. Door de monetaire integratie blijft dat effect uit en blijft het spaaroverschot in stand. Overigens namen de binnenlandse bestedingen de afgelopen twee jaar al fors toe (dit geldt voor zowel de consumptie als de investeringen) zodat een extra stimulans waarschijnlijk teveel van het goede zou zijn geweest.

Wat de Europese integratie betreft lijkt Duisenbergs motto te zijn: alles of niets. Eerst moeten de economieen convergeren (inflatiecijfers en overheidstekorten omlaag), dan pas is een Europese centrale bank mogelijk. Voor de oprichting van een Europese instelling die het tussentijdperk overbrugt en een soort schaduwbestaan leidt, voelt de president van De Nederlandsche Bank niets. Dat is duidelijke en begrijpelijke taal.