Zingende kleermakers rijp voor archiefkast

Concert: Radio Symfonie Orkest en Groot Omroepkoor o.l.v. David Parry m.m.v. diverse solisten. Programma: Die Schneider von Schonau van Jan Brandts Buys. Gehoord: 19-4, Muziekcentrum Vredenburg in Utrecht.

Het overgrote deel van de Nederlandse muziek van voor de oorlog ligt te vergelen in onherbergzame archieven. Kennelijk is degene die eindelijk eens iets bijzonders uit de kast haalt zo verguld van zichzelf, dat hij die daad alleen al voldoende vindt. Er ook nog een boeiende uitvoering aan geven, is blijkbaar van ondergeschikt belang.

Het handjevol mensen dat vrijdagavond in Muziekcentrum Vredenburg naar de concertante uitvoering van de opera Die Schneider von Schonau (1916) van de Nederlandse componist Jan Brandts Buys kwam luisteren, kreeg voor een gulden een flodderig foldertje in de hand gedrukt, met daarin een summiere biografie van de componist en een beperkte synopsis van het verhaal, waarin niet eens alle personages met naam werden genoemd.

Maar veel erger dan de slordige toelichting was de ongeinspireerde uitvoering. Dirigent David Parry zwaaide maar wat en deed geen enkele poging zijn gebrek aan enthousiasme te verbergen en enige subtiliteit in de orkestpartij aan te brengen. De meeste leden van het Radio Symfonie Orkest wekten daardoor de indruk een verplicht nummertje op te voeren, zonder te geloven in wat ze speelden; de zangers vormden een samengeraapt zooitje. Wie zou er eigenlijk verantwoordelijk zijn voor deze co-produktie van NOS, VPRO en Vredenburg?

De 'vrolijke nietsnut' Florian werd gezongen door de zwakke heldentenor Anthony Roden, waar een veel jeugdiger, lyrischer geluid op zijn plaats zou zijn geweest. De Finse sopraan Soile Isokoski zong de vrouwelijke hoofdrol, met een prachtige stem, maar nauwelijks verstaanbaar. Van de overige zangers probeerden vooral bariton Maarten Koningsberger, een van de kleermakers, en Caren van Oijen, een kleermakersleerling, iets van hun rol te maken.

Het is een gemakkelijke constatering dat juist een komische opera als Die Schneider een deel van zijn waarde verliest als er niet wordt geacteerd. Een slapstickachtig toneelstuk laat je ook niet droog voorlezen. Maar met wat meer inzet zou wel te horen zijn geweest dat Brandts Buys een aardige, persoonlijke opera componeerde, met een levendige orkestpartij, vooral in de tweede acte (die over het geheel genomen de meest evenwichtige is), en goed getypeerde zangstemmen. Al zou je willen dat de handeling af en toe eens werd onderbroken door een royale aria.

Volgend jaar is het 75 jaar geleden dat deze opera voor het eerst en tevens voor het laatst op een Nederlandse buhne werd gespeeld. Wie weet was er toevallig wel iemand van (bij voorbeeld) Opera Forum aanwezig, die door de matige kwaliteit van de uitvoering heen luisterde en op een aardig idee is gekomen.

Overigens overleed Jan Brandts Buys in 1933 en niet in 1939, zoals tot twee keer toe in de toelichting wordt vermeld.