Sovjetologen zou enige bescheidenheid passen

Het optreden van Gorbatsjov op het wereldtoneel is van het begin af aan begeleid geweest door commentaar van de kenners: de Sovjetologen. Deze experts maanden aanvankelijk reeds tot scepsis. Ondanks al het gepraat over perestrojka en glasnost was er volgens de meesten van hen in de Sovjet-Unie nog niet echt sprake van een dramatische wending. Gorbatsjovs hoogste doel bleef het leninistische, marxistische, neo-stalinistische systeem te redden door het beter te laten functioneren. Wezenlijke veranderingen in een land als de Sovjet-Unie waren eigenlijk niet te verwachten.

Het grootste deel der Kremlinologen (uitzonderingen als Stephen Cohen daargelaten) wisten daarom ook te voorspellen dat Gorbatsjov het “Westelijke glacis” niet zou laten verdwijnen en aan de Sovjet-posities in Oost-Europa zou vasthouden. Ook wisten zij dat hij de monopoliepositie van de communistische partij nimmer zou opgeven.

Democratie zou hij maar mondjesmaat toestaan en als het hem te gek werd zou hij er op slaan en met geweld een eind maken aan de chaos. In de economie zou Gorbatsjov een poging doen het marktmechanisme zijn gang te laten gaan zonder aan de communistische basisgeloofsartikelen te tornen.

Heel wat van deze, op jarenlange studie van de Sovjet-Unie gebaseerde, inzichten moesten in de afgelopen jaren worden herzien. De meeste Sovjetologen moesten toegeven dat Gorbatsjov hun stoutste dromen had overtroffen. Oost-Europa vrij, Duitsland herenigd, een meerpartijenstelsel in de Sovjet-Unie (zojuist heeft de communistische partij zich formeel laten registreren als een partij onder andere partijen), een pluriforme pers, steeds vrijere verkiezingen, machtsverlies door het centrum (lees: Gorbatsjov), stakingen, politieke alternatieven, onafhankelijkheidsbewegingen in een heel aantal Sovjet-republieken, terugdringing van de bewapening, enzovoort.

Het is zo verbluffend dat het niet te verbazen is dat niemand dit allemaal had voorzien. Alleen moet worden vastgesteld dat ook diepgaande Sovjet-expertise en jarenlange studie van het Kremlin niet veel meer wijsheid opleverden aan de Sovjetoloog dan de gemiddelde politieke waarnemer in pacht bleek te hebben.

Het is daarom wat moeilijk te verteren om een aantal van hen (de Nederlander Robert van Vooren is een voorbeeld) weer haarfijn te zien uitleggen hoe alles zit, daar in die Sovjet-Unie. Nu het economische beleid van Gorbatsjov is vastgelopen, het leger weer een grotere mond heeft en bij decreet de KGB toestemming heeft gekregen in allerlei zaken haar neus te steken weten de kenners weer hoe het allemaal zit.

Gorbatsjov is nog steeds een echte communist, zegt men en verwijst naar uitspraken die hij de laatste tijd in deze zin heeft gedaan.

(Daarbij wordt graag vergeten dat de afgelopen jaren de wereld steeds weer werd verrast door nieuwe uitspraken van Gorbatsjov, die oude herriepen: de Duitse hereniging en het monopolie van de communistische partij zijn op dit punt frappante voorbeelden).

In analyses van en commentaren op de gebeurtenissen in de Sovjet-Unie is parmantigheid nog vaak troef. Zij leidt tot zinnetjes als “Gorbatsjov denkt” of “Gorbatsjov wil”, wendingen waaraan de meeste intelligente Russen zich niet meer te buiten gaan. Hiernaast wordt, vaak ook in de berichtgeving in de Westerse pers, een stereotiep beeld gepresenteerd van de ontwikkelingen: na een periode van liberaliteit draait het Kremlin, opnieuw in de greep van leger, partij en KGB, de duimschroeven weer aan en een bonapartistische dictatuur staat voor de deur.

Misschien gaat het zo, maar op dit moment is de Sovjet-werkelijkheid bepaald ondoorzichtig, ingewikkelder en anarchistischer dan zulke stereotiepen kunnen vatten. Glasnost en perestrojka blijken het land toch zo te hebben veranderd dat net als bij echte democratieen het machten- en krachtenspel onvoorspelbaar is geworden. Zo had de volledige wereldpers de Democraten en Jeltsin in het Russische Volkscongres nederlaag op nederlaag laten lijden, maar men moest ten slotte weer berichten dat het congres met een grote overwinning voor Jeltsin was geeindigd.

Een serie analyses vorige maand duidde aan dat de hoge militaire, met griezelige decoraties behangen borsten de ratificatie van de Duitse hereniging en de terugtrekking van de troepen uit de voormalige DDR door de Opperste Sovjet zouden weten te torpederen en dat Gorbatsjovs afhankelijkheid van de generaals zo groot was dat hij dit zonder Sjevardnadze (die al door de generaals was weggewerkt) niet zou kunnen voorkomen. De ratificatie had probleemloos plaats. Behalve in de Duitse pers besteedde daarop niemand er veel aandacht aan.

In Wenen onderhandelen de NAVO-landen met de voormalige landen van het voormalige Warschaupact over ontwapening. De eerste, op de topconferentie in Parijs vorig jaar herfst ondertekende, overeenkomst voorziet in grote reducties van conventionele bewapening. Sinds Parijs gaan de onderhandelingen moeizaam. De Sovjet-militairen hebben de uitvoering van de overeengekomen reducties zonder meer gesaboteerd door materieel achter de Oeral op te slaan of schaamteloos onder te brengen bij de door de overeenkomst niet betrokken marine. Alle landen, ook Moskous voormalige bondgenoten in het Warschaupact, nemen het standpunt in dat dit onaanvaardbaar is. Over de volgende acte van de ontwapeningsonderhandelingen: reductie van troepen, kan het doek nu niet opgaan.

Betekent dit dat Moskou terug is op zijn oude grimmige koers? Dat de militairen de dienst uitmaken en verder onderhandelen bijna zinloos is? De in Wenen bij de onderhandelingen gestationeerde diplomaten zijn geen Kremlinologen, dus zij beantwoorden deze vragen met voorzichtigheid. Zij zeggen het antwoord niet te weten: Gorbatsjov lijkt zich bewust van het probleem; hij beseft dat de Sovjets in de Weense onderhandelingen totaal geisoleerd zijn; hij lijkt nog altijd grote waarde te hechten aan goede betrekkingen met het Westen; wellicht is zijn positie tegenover het leger (dat tenslotte ook verdeeld is) sterk genoeg om een aanvaardbaar compromis in de kwestie van de uitvoering van het verdrag over de conventionele bewapening tot stand te brengen; wellicht ook niet.

Ik wil niet betogen dat analyses van de situatie in de Sovjet-Unie overbodig zijn en commentaar onzin. Maar bescheidenheid zou op haar plaats zijn, zeker bij al die experts, die de afgelopen jaren net zo verrast werden door de gebeurtenissen in de Sovjet-Unie als iedereen.

Bovendien is er door glasnost en perestrojka zoveel structureel in de Sovjet-Unie veranderd dat de machtsverhoudingen niet meer met de oude expertise te beschrijven zijn.

De burgers met hun nationalistische gevoelens en door zeventig jaar communistische dictatuur gevormde en misvormde maatschappelijke denkbeelden spelen ineens prominente, maar moeilijk te overziene rollen. Gorbatsjovs uitspraak dat het inzetten van geweld zijn politieke einde zou betekenen, geeft dit beter weer dan wat ook.

    • André Spoor
    • Woonachtig te Wenen