Reunie van naamgenoten weduwe; Jacht op de erfenis van Neeltje Pater

“Zij die bevonden zullen worden erfgenaam te zijn.” Deze zin in het testament van een in 1789 gestorven weduwe werd het startsein voor twee eeuwen gelukzoeken. De weduwe, Neeltje Pater uit Broek in Waterland, was namelijk schatrijk. Zij zou zes miljoen gulden hebben gestort op rekening van de Bank of England en is kort daarna kinderloos overleden.

Kindskinderen van Neeltje zijn er dus niet. Paters des te meer en elk van hen hoopt al twee eeuwen erfgenaam te worden bevonden. Zo'n 150 naamgenoten - Pater, De Pater en Paters - kwamen zaterdag bijeen voor de zesde familiereunie in de Pyramide van Austerlitz. Op hun naamkaartjes geeft een kleurige stip aan tot welke tak van de familie zij behoren. Bruine stippen stammen van de Groningse tak, oranje van de Amerongse, roze komen uit Durgerdam.

B. Pater draagt een oranje stip en is redacteur van 'Het Patertje', het kwartaalblad van de vereniging. Hij legt uit dat schatjagerij niet langer het doel is van de bijeenkomst, al was het wel de aanleiding.

“De zes miljoen die sinds 1789 op de bank staan zouden inmiddels door de rente tot een bedrag van 29,8 miljard zijn gegroeid”, rekent hij voor.

Geen wonder dus dat de eerste oproep voor een familiebijeenkomst in de Flevohof in 1985 door 600 Paters werd beantwoord. “Maar de Bank of England zegt niks van het geld te weten en wij hebben geen bewijzen.”

Toen bleek dat de miljarden niet ter plekke werden verdeeld, bleef tweederde van de familie voortaan weg van de reunies. De resterende 230 leden, van overwegend middelbare of oudere leeftijd, troosten zich met het napluizen van hun stamboom en het gezellige gevoel tot een grote familie te behoren.

Vier Groningse Paters, met bruine stippen, laten in een hoekje van de zaal overlijdensadvertenties zien van allerlei Paters: “Voor het archief.” Het archief blijkt te berusten bij B. Pater met de oranje stip, die 'Het Patertje' vult met gegevens die hem het hele jaar door worden aangedragen door de actieve speurders. “Het is een virus”, zegt hij. “Ik werk veertig uur per week bij de marine en nog eens veertig uur voor het archief. Je blijft maar zoeken.”

Het virus blijkt zeer besmettelijk. Aan alle koffietafels in de zaal komen multomappen met archiefstukken en half ingetekende stambomen tevoorschijn. Aan de wanden zijn voor deze gelegenheid uit het hele land kranteknipsels opgespeld waarin Paters figureren. De hardrockdrummer, de wethouder en de monteur hebben er waarschijnlijk geen weet van dat ze hier hangen en aan de stamboom zijn toegevoegd.

“Beste familieleden”, verwelkomt de voorzitter Reyersen (aangetrouwd) de Paters bij de ledenvergadering na de koffie. Men neemt eerbiedig een moment stilte in acht voor de Paters die dit jaar zijn overleden. Het is een enerverend jaar geweest voor de vereniging.

Strubbelingen in de vereniging (“dat komt in de beste families voor”) maken de verkiezing van een nieuw bestuur noodzakelijk. De vergadering is een sobere aangelegenheid. Slechts de mededeling dat de contributie dit jaar niet zal worden verhoogd maakt een enthousiast applaus los. Geen woord over Neeltje, behalve dan van een vraagsteller die zich nadrukkelijk voorstelt als “Pater uit Amsterdam, ik ben familie van Neeltje”. Maar ook hij vraagt niet waar zijn geld blijft

“Dat geld zal wel nooit komen”, fluisteren de vier Groningers. “Na 200 jaar vervallen de rechten op een nalatenschap.” Toch lichten hun ogen op als de erfenis ter sprake komt. Zij kennen, evenals ieder ander hier, de eeuwenoude geruchten. Ene Paater zou op Neeltjes grafsteen een extra 'A' te hebben gegrift om zijn verwantschap te bewijzen. Een zekere Korthals Altes zou een inktpot over belangrijke persoonsgegevens hebben laten vallen. In 1924 zou een advocaat van de familie te dicht bij de waarheid zijn gekomen en daarom zijn vermoord.

De Groningers wisselen een veelbetekenende blik.

In afwachting van de lunch vertreden de Paters zich na de vergadering in de bosrijke omgeving. Een paar Paters zijn op de mini-kermis bij het terrein in debotsautootjes gestapt of slaan tegen een mechanische boksbal. Anderen staan achter fruitautomaten en geldschuivers in de amusementshal. Het gelukzoeken zit de Paters kennelijk toch in het bloed.

    • Bas Blokker