Renate Dorrestein polemiseert graag over feminisme; Kritische, gedreven werkverslaafde

Feministe is ze, en schrijfster. Maar wee degene die Renate Dorrestein een feministisch schrijfster noemt. Huisvrouwen noemt ze theemutsen. “Ze is een van de weinigen die ook de vrouwen zelf lelijk kunnen aanvallen.”

Haar optreden bij Adriaan van Dis was het mooiste wat een programmamaker zich kan wensen: twee verbaal begaafde mensen met gevoel voor humor die elkaar met volle inzet te lijf gaan in een gesprek dat nog ergens over gaat ook. Dorrestein trok daarbij aan het langste eind, zodat Van Dis uiteindelijk toegaf: “Goed, voor mijn part 1-0 voor u, mevrouw Dorrestein.”

Het polemiseren beheerst Dorrestein tot in de finesses. Dat ondervond ook Maarten 't Hart met wie ze enkele keren in een forum zat. “Ik ben helemaal geen ruziezoeker maar ik sprak nog geen vijf minuten met haar of het was al zo ver”. Dat lukt haar volgens de schrijver “door de felheid waarmee ze van die ouderwetse feministische standpunten naar voren brengt”. 't Hart, die ooit een van haar boeken recenseerde, heeft “moeite” met haar werk. “Voor mijn gevoel is ze geen schrijfster, maar meer een cabaretiere, een soort Annie M.G. Schmidt van het feminisme.”

Veel critici denken daar inmiddels anders over. Met het vorig jaar verschenen 'Het hemelse gerecht', haar zevende roman, lijkt Dorrestein een vaste plaats te hebben verworven in de Nederlandse literatuur. Ze behoort bovendien tot het selecte groepje van Nederlandstalige schrijvers die van hun pen kunnen leven.

Volgens haar vroegere schoolvriendin Mirjam Bast-Schellekens was Dorrestein zich al vroeg bewust van haar (literaire) kwaliteiten. In een dagboek dat Dorrestein aan haar cadeau gaf, suggereerde ze haar vriendin dat geschenk maar goed te bewaren. Bast: “Ze wilde toen al beroemd worden. Ze was ervan overtuigd: wacht maar, later zullen jullie nog van mij horen!”

Renate Maria Dorrestein, geboren op 25 januari 1954, groeide op in een katholiek advocatengezin in Amstelveen. Later zou ze met de kerk breken, maar nog altijd beschouwt ze zich als katholiek. Ze bezocht de nonnenschool, daarna het Keizer Karel College, waar ze haar eindexamen gymnasium alfa haalde. Haar jeugdvriendin Mirjam Bast-Schellekens weet nog dat ze “door haar verbale aanwezigheid en door haar volume - ja, ze kon aardig gillen - erg opviel”. Regelmatig ging ze met leraren in discussie. Haar leraar klassieke talen C. Dijkhuis is dat na 25 jaar nog niet vergeten. “Ze was toen al aan de kritische kant. Ze nam niets zo maar aan en ze zorgde ervoor dat wat zij belangrijk vond altijd aan de orde kwam. In de klas hield je rekening met haar.”

Tijdens de lessen zat ze vaak te kletsen, herinnert haar leraar Nederlands J. de Graaf zich. “Dan riep ik: genoeg! Maar voor haar dus niet.” Hij toont zich nog steeds verbolgen over de column die Dorrestein ooit aan hem wijdde en waarin ze hem ervan beschuldigde de literatuur te verwaarlozen. Ook zou hij haar manuscripten hebben zoek gemaakt. Van bijzondere literaire kwaliteiten herinnert De Graaf zich niets. “Als haar opstellen me waren opgevallen, zou ik dat nu nog weten. Zij vond dat ik haar te lage cijfers gaf. Ik vond van niet.”

Op grond van een volgens Liesbeth Hendrikse “fantastisch geschreven sollicitatiebrief” werd Dorrestein als achttienjarige aangenomen als leerling-journaliste bij uitgeverij Spaarnestad. Hendrikse en Dorrestein zaten samen in het klasje dat hen moest klaarstomen voor de redacties van bladen als Story, Libelle en Panorama. Als eerste vrouw belandde Dorrestein bij Panorama waar volgens Hendrikse de toenmalige hoofdredacteur Gerard Vermeulen vrouwen op de redactie beschouwde als “dames die op bureaus kronkelen en de journalisten afleiden”.

Vermeulen wilde toch graag vrouwelijke journalisten aantrekken omdat ze toegang hebben tot plaatsen waar mannen niet of moeilijk kunnen komen. Zo solliciteerde Dorrestein under-cover bij een bordeel en in het kader van de 'participerende journalistiek' danste ze met passagierende buitenlandse matrozen in Amsterdam. Vermeulen roemt haar ijver en ambitie. “Ze wilde niets liever dan grote reportages maken.

Toen de Turken het noordelijk deel van Cyprus bezetten, wilde ze daar graag heen. Ik aarzelde om een negentienjarig meisje de oorlog in te sturen, maar stemde uiteindelijk toe.'' Ze beschaamde zijn vertrouwen niet; vele grote buitenlandse reizen volgden.

“Binnen twee jaar had ze de hele Panorama-redactie in haar zak”, aldus Liesbeth Hendrikse, tegenwoordig hoofdredacteur van Elle.

Dorrestein viel niet alleen op door haar schrijftalent maar ook door haar produktiviteit. Fotograaf Peter Martens, die haar op vele reizen vergezelde, noemt haar een “fanatieke workaholic” die ter voorbereiding van haar reportages twee a drie boeken per dag las.

Panorama-verslaggeefster Ingrid Gouda Quint verhaalt hoe Dorrestein bij terugkomst van een gezamenlijke vakantie uit de auto stapte en onmiddellijk begon met het uitwerken van een eerder afgenomen interview.

Toen Gouda Quint als tweede vrouw toetrad tot de Panorama-redactie bespeurde ze reeds Dorresteins feministische denkbeelden. Aanvankelijk dreven ze samen de spot met hun macho collega's die met aanstekers kwamen aansnellen als ze een sigaret wilden opsteken. Gouda Quint: “Maar Renate werd steeds fanatieker. Toen een collega eens de deur voor haar openduwde liep ze stoicijns door. Vervolgens kwakte ze die deur voor vlak voor zijn gezicht dicht.”

In enkele jaren ontwikkelde Dorrestein zich volgens Vermeulen van een “lief, volgzaam meisje” dat zich op haar achttiende nog een verlovingsring aan haar vinger liet schuiven, tot een gedreven feministe. Op 24-jarige leeftijd liet ze zich steriliseren. Drie artsen weigerden, de vierde bezweek voor haar argumenten. Liesbeth Hendrikse: “Renate wist dat alle vrouwen ooit broeds worden en ze wilde voorkomen later die roze sokjes te moeten wassen.” Overigens houdt ze wel van kinderen: in de buurt staat ze bekend als voorlees- en vliegertante.

Fotograaf Peter Martens: “Zij poneerde stellingen als 'alle mannen zijn de schuld van alles'. Dat heb ik vriendelijk doch beslist bestreden.” De twist liep zo hoog op dat Dorrestein hem midden in een cafe een glas water over het hoofd goot. Martens' revanche kwam de volgende morgen, toen Dorrestein voorover gebogen over de balie van het hotel een cheque stond uit te schrijven. “Ze had een strakke spijkerbroek aan. Ik heb haar toen een ongelooflijk harde klap op haar kont gegeven. Die hand heeft er nog weken ingestaan. Sindsdien zijn we goede vrienden.”

Dorresteins feministische standpunten leidden steeds vaker tot conflicten over de Panorama-formule. Na vijf jaar stapte ze op om voor zichzelf te beginnen, aanvankelijk samen met Liesbeth Hendrikse. Wel schreef ze nog enige jaren voor Panorama. Het feminisme bepaalde echter in toenemende mate de richting van haar journalistieke carriere. Ze ging schrijven voor Opzij en trad in 1982 toe tot de redactie. Drie jaar later begon ze daarnaast een column in het weekblad De Tijd.

Ondanks haar journalistieke successen bleef Dorrestein haar jeugdambitie trouw: schrijfster worden. In haar middelbare-schooltijd schreef ze al verhalen, later complete romans. Jarenlang leurde ze tevergeefs met haar manuscripten langs uitgevers, tot in 1983 de doorbraak kwam: bij Bert Bakker verscheen haar debuut Buitenstaanders.

Recensenten roemden vooral de originaliteit van haar gedachtenwereld. Ook de literaire wereld maakte kennis met haar tomeloze werkdrift: elk jaar publiceerde ze een roman.

Haar losse, speelse schrijfstijl en haar journalistieke ervaring zouden de indruk kunnen wekken dat ze die romans uit haar mouw schudt.

Dat is geenszins het geval. “Ze produceert eindeloos veel versies, die heen en weer gaan tussen haar en haar redacteur Caroline van Tyll”, verklaart haar uitgever Harko Keizer (Contact). “Schrijven is echt hard werken voor haar.” Volgens Van Tyll, met wie ze onlangs een vijftigjarig contract sloot, herschrijft Dorrestein de van commentaar voorziene hoofdstukken vaak al binnen drie dagen.

Van Tyll vindt het onterecht dat critici een verband leggen tussen Dorresteins feministische opvattingen en haar literaire werk: “Schrijft er weer een: ze is een feministe, en toch zijn haar boeken zo grappig.” Toch zijn er in thematiek duidelijke parallellen waar te nemen tussen haar literaire en haar journalistieke werk, bijvoorbeeld haar aandacht voor eetstoornissen van vrouwen, voortkomend uit door mannen opgelegde schoonheidsidealen. Haar belangstelling voor dit thema heeft alles te maken met haar eigen levensgeschiedenis. Haar zusje, dat leed aan boelemie, pleegde zelfmoord; Dorrestein verwerkte dit in de roman Het perpetuum mobile van de liefde.

Als mede-oprichtster en penningmeester van de Anna Bijns Stichting zet ze zich in voor schrijfsters in het Nederlands taalgebied. De stichting looft onder meer om het jaar een prijs uit voor door vrouwen geschreven Nederlandstalige literatuur. Dorresteins zakelijke talenten leidden er naar haar zeggen toe “dat die prijs tot het einde der dagen kan worden uitgereikt”. Als bestuurslid van de voorzitter van de Vereniging van Letterkundigen onderhandelt ze met uitgevers.

Dorrestein geniet wellicht toch de meeste bekendheid als feministisch polemiste. Zo omschreef ze in een interview het weekblad De Tijd, waarin ze zelf een column verzorgde, als “het blad van de vijand” en de lezers als “mannen die niet zijn veranderd en thuis een onbetaalde slaaf hebben”. In De Tijd zelf noemde ze getrouwde huisvrouwen “theemutsen”. Arie Kuyper, destijds hoofdredacteur: “Het regende ingezonden brieven, waarvan we er uiteindelijk vijftien hebben geplaatst. Renate genoot van al die reacties.”

Ook haar Opzij-columns wekken regelmatig beroering. Naar aanleiding van haar integraal in Opzij afgedrukte lezing 'Het eeuwige kleine meisje' schreven lezeressen: alles ligt toch aan de mannen en aan de maatschappij; moeten we dan van Dorrestein nog een trap na krijgen?

Hoofdredacteur Cisca Dresselhuijs: “Ze is een van de weinigen die ook de vrouwen zelf lelijk kunnen aanvallen. Dat heeft ze altijd sterk gehad, ze weigert onze fouten met de mantel der liefde te bedekken.”

Ingezonden brieven van mannen beginnen vaak met “Ik ben misschien niet de meest aangewezen persoon om Renate Dorrestein te bekritiseren, maar ...”. Dresselhuijs: “Van dat soort mannen moet ze dus niets hebben; vaak wordt ze juist verliefd op macho's.” Regelmatig bellen mannen de Opzij-redactie en vragen om haar adres. Dresselhuijs: “Sommigen willen haar ten huwelijk vragen. Oudere mannen zijn soms zo van haar gecharmeerd dat ze aan komen zetten met ruikers en bonbons.”

Dorrestein heeft een kring van vijf vaste vriendinnen om zich heen, vertelt Liesbeth Hendrikse, een van hen. “Ook zijn er twee man-vrienden in haar leven, met wie ze een andere band heeft dan met haar vriendinnen. Als de dakpannen van haar huis waaien belt ze die twee mannen. Daar heeft ze dan, qua dakpan, meer aan.”