Oppositie Koeweit kritiseert samenstelling nieuw kabinet

KOEWEIT, 22 APRIL. Koeweitse oppositiegroepen hebben gisteren scherpe kritiek geleverd op het nieuwe kabinet van kroonprins en premier sjeik Saad al-Abdulla al-Sabah, dat zaterdag werd gevormd en gisteren werd beedigd. Het oude kabinet trad 19 maart af na scherpe kritiek op zijn functioneren na de bevrijding van de Iraakse bezetting. Volgens de oppositie blijft de regerende familie de macht monopoliseren en de oproepen tot democratisering negeren.

De oppositie had voortdurend de noodzaak onderstreept van een regering van nationale eenheid. Inderdaad werden vijf belangrijke ministers vervangen en verdwenen vier leden van de familie Al-Sabah uit het kabinet, maar er keerden er twee terug en, zoals een oppositieman het uitdrukte, “de mentaliteit is dezelfde”.

De oppositie verwelkomde het vertrek van sjeik Sabah al-Ahmed al-Sabah als vice-premier en minister van buitenlandse zaken, die de belangrijkste wijziging vormt. Maar zij had groot bezwaar tegen zijn vervanging door de vroegere minister van binnenlandse zaken, sjeik Salem al-Sabah, die volgens hen verantwoordelijk was voor de regeringsmaatregelen tegen de oppositie voor de Iraakse invasie van Koeweit.

In een verklaring kwam de oppositie - liberalen, pan-Arabische nationalisten, sunnitische moslims, shi'itische moslims, fundamentalisten, handelaren en ex-parlementariers - tot de slotsom dat het nieuwe kabinet “een openlijke uitdaging is die niet kan worden geduld”. “De periode van gedwongen isolering van onze bevolking van het uitoefenen van haar grondwettelijke rechten is verlengd.” In de verklaring werden opnieuw tegen het eind van het jaar parlementsverkiezingen geeist.

De emir van Koeweit kwam twee weken geleden gedeeltelijk tegemoet aan de eisen van de oppositie toen hij aankondigde dat volgend jaar parlementsverkiezingen worden gehouden en dat vrouwen misschien zullen mogen stemmen. Maar in oppositiekringen twijfelt men aan de oprechtheid van de regering, gezien de samenstelling van het kabinet.

(AP, Reuter)