'Oplossing van WAO-probleem levert geen cent op'; Als de WAO-premie omlaag gaat, kan de belasting omhoog

ROTTERDAM, 22 APRIL. “Mopperaars uit de politiek moeten zich realiseren dat de politiek altijd het laatste woord heeft.” Dat zei dr. A.H.G. Rinnooy Kan anderhalve week geleden bij zijn aantreden als voorzitter van de werkgeversorganisatie VNO.

Hij hekelde de kritiek op de trage besluitvorming als gevolg van het uitgebreide overleg tussen politiek en werkgevers- en werknemersorganisaties. De politiek, aldus Rinnooy Kan, is verantwoordelijk voor het tempo van dit overleg. “Bijvoorbeeld wanneer de knopen over de terugdringing van het aantal arbeidsongeschikten worden doorgehakt.”

CDA-fractievoorzitter Brinkman nam de handschoen op. Vorig weekeinde zei hij (op de Tros-radio) dat de WAO “ten principale op zijn kop moet” en dat het “ongetwijfeld ook voorkomt dat mensen uit een zekere aanstellerij” in de WAO belanden. Dit weekeinde deed hij daar in de Volkskrant nog een schepje bovenop. Brinkman vindt dat het maatschappelijk middenveld te veel op balbezit speelt, waardoor het kabinet niet tot scoren komt. Maar waar is de bal? En bovenal: waar staat het doel?

De afgelopen jaren kwamen er telkens ongeveer 100.000 arbeidsongeschikten bij. Door pensionering, overlijden of een nieuwe baan vielen er elk jaar tussen de 70.000 en 80.000 af. Ongeveer 885.000 mensen krijgen nu een arbeidsongeschiktheidsuitkering, een aantal waarmee Nederland internationaal de kroon spant en dat algemeen als sociaal onaanvaardbaar hoog wordt beschouwd. Zonder ingrijpen wordt in 1995 het aantal van een miljoen gehaald. “Een schande”, meende minister-president Lubbers afgelopen najaar, en hij verbond er zijn politieke lot aan.

“Niet het verwachte aantal van een miljoen arbeidsongeschikten is opzienbarend, maar het feit dat dit na twintig jaar gestage groei opzien baart”, poneerde dr. L.J.M. Aarts als laatste stelling bij het proefschrift waarop hij met dr. P.R. de Jong in november promoveerde.

Kort daarvoor had het kabinet tijdens het Najaarsoverleg afspraken gemaakt met werkgevers en werknemers over beteugeling van de arbeidsongeschiktheid. De afspraken met de sociale partners, die ook betrekking hadden op het ziekteverzuim, hielden in dat het kabinet zou nagaan of in de wettelijke regelingen 'financiele prikkels' konden worden ingebouwd om ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid te beperken. Verder zou meer aandacht worden besteed aan preventie door verbetering van arbeidsomstandigheden, aan begeleiding van werknemers die langer dan zes weken ziek zijn, en aan versterking van de bedrijfsgezondheidszorg.

De Sociale Verzekeringsraad heeft hierover afgelopen week een - op onderdelen verdeeld - advies uitgebracht. Het kabinet is nu aan zet.

Staatssecretaris Ter Veld van Sociale Zaken wil het bijbehorende wetsontwerp binnenkort bij de Kamer indienen en hoopt dat het daar nog voor de zomer wordt behandeld. Bij aanvaarding worden bedrijven die relatief veel ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid veroorzaken vanaf volgend jaar financieel gestraft. Bedrijven die het beter doen worden 'beloond' met lagere premies of bonussen.

Een belangrijk element van de afspraken uit het Najaarsoverleg betrof de verbetering van de ontslagbescherming van gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers. Werkgevers moeten voortaan aannemelijk maken dat zij geen ander werk hebben voor deze werknemers. Kunnen ze dat niet, dan krijgen ze geen ontslagvergunning. De maatregel moet een dam opwerpen tegen het oneigenlijk gebruik van de WAO waarbij overtollige werknemers in eendrachtige samenwerking tussen uitvoeringsinstanties en organisaties van werkgevers en werknemers konden afvloeien met een financieel gunstiger uitkering dan WW.

Het kabinet was er echter allerminst gerust op dat met de afspraken uit het Najaarsoverleg de beoogde stabilisatie in de arbeidsongeschiktheid in de loop van 1992 kan worden bereikt. Daarom werd in februari in de Tussenbalans het vizier scherper gesteld. Niet stabilisatie van het aantal arbeidsongeschikten, maar terugdringing in 1994 tot het niveau van 1989, was het nieuwe streven. In uitkeringsjaren zou dat neerkomen op een daling van 65.000, corresponderend met een besparing op WAO- en AAW-uitkeringen van ongeveer 1,9 miljard gulden. Niet rechtstreeks, want het kabinet betaalt geen cent WAO-premie. Die wordt volledig en uitsluitend opgebracht door de werknemers en ambtenaren zelf. Zijn er meer arbeidsongeschikten, dan gaat de premie omhoog; inmiddels is die opgelopen tot 12 procent van het netto-loon. Waarom heeft minister Kok van financien dit bedrag dan toch ingeboekt op zijn Tussenbalans?

Omdat het kabinet redeneert: als er minder arbeidsongeschikten komen kan de WAO-premie omlaag, waardoor er ruimte komt voor verhoging van de belastingen.

Bij de aanvullende maatregelen om arbeidsongeschiktheid terug te dringen denkt het kabinet onder meer aan ingrepen in de hoogte en de duur van de WAO- en AAW-uitkeringen. Ook wordt overwogen de glazenwasser die arbeidsongeschikt wordt door een val van zijn ladder een hogere uitkering te geven dan de glazenwasser die arbeidsongeschikt wordt door een val van zijn surfplank.

Met het ziekteverzuim streeft het kabinet naar een daling in 1994 met 1,5 a 2 procentpunt, resulterend in een besparing van 1,85 miljard gulden in de marktsector en nog eens 985 miljoen bij de overheid.

Hierbij gaan de gedachten onder meer uit naar betaling van de eerste zes weken verzuim door de werkgevers en naar twee 'wachtdagen' voor rekening van de (zieke) werknemers. Het kabinet heeft deze plannen voorgelegd aan de Sociaal-Economische Raad, die naar verwachting op 12 juli advies zal uitbrengen.

Het scenario voor deze krachttoer stuitte op veel kritiek. “Onzinnig”, oordeelde voorzitter drs. J. Blankert namens de metaalwerkgevers. “In zo'n kort tijdsbestek mag je zulke resultaten niet verwachten.” Ook de vakbeweging heeft grote bedenkingen.

“Voorbarig en in strijd met gemaakte afspraken”, zei voorzitter J. Stekelenburg van de vakcentrale FNV. Laten we eerst, aldus Stekelenburg, maar eens afwachten hoe de nog betrekkelijk verse afspraken uit het Najaarsoverleg uitpakken en hoe de aanbevelingen in de bedrijven en bedrijfstakken worden “opgepakt en ingevuld”.

Zo'n beroep op geduld acht Brinkman verloren tijd. De Sociaal-Economische Raad komt toch met een verdeeld advies, meent hij te weten, dus wat let het kabinet om nu al vast enkele “knopen door te hakken”, precies zoals Rinnooy Kan souffleerde. Wat zou daarvan mogen worden verwacht? Niet veel, zei voorzitter prof. mr. W.J.P.M.

Fase van de Sociale Verzekeringsraad vorige week. Je kunt wel “draconische maatregelen” treffen, maar daar verander je de maatschappelijke werkelijkheid niet mee. “Het zou vooral een papieren operatie zijn, want dan heb je wel mensen overgeheveld van de WAO of de AAW naar de werkloosheidswet of de bijstandswet, maar wat schiet je daar mee op?”, aldus Fase.

Brinkman had het ook even aan financieel woordvoerder G. Terpstra van zijn eigen CDA-fractie kunnen vragen. Die zei tegen het kaderblad van de christelijke vakcentrale CNV: “Nederland heeft een zeer hoge arbeidsproduktiviteit. Dat komt omdat we iedereen die hoest uit het arbeidsproces gooien. Wil je het WAO-probleem aanpakken, dan zul je minder kieskeurig moeten zijn. Dat betekent automatisch dat de arbeidsproduktiviteit zal dalen, hetgeen de economische groei afremt.

Conclusie: Een oplossing van het WAO-probleem zal onze maatschappij beter maken, maar zal per saldo geen cent opleveren. De WAO opvoeren als post waarop bezuinigd kan worden heeft dus geen zin en is een drogredenering.''