Obligatiemarkt wacht mutatie Duitse, VS-rente af

ROTTERDAM, 22 APRIL. De obligatiemarkten hebben afgelopen week opnieuw grotendeels in het teken gestaan van de vraag of en zo ja wanneer de monetaire autoriteiten in de Verenigde Staten en Duitsland hun officiele rentetarieven zouden veranderen.

Hoewel uiteindelijk beide landen hun discontotarieven ongewijzigd lieten, werd uit Frankfurtse commentaren wel duidelijk dat de mogelijkheid blijft bestaan dat Duitsland andermaal zal overgaan tot een discontoverhoging. De Bundesbank zal een krap monetair beleid blijven voeren, gegeven de loonkosten-ontwikkeling, de kosten van de hereniging en de laatste tijd zeker ook vanwege de voortgaande verzwakkende mark-dollarkoers.

Het afwachtende beeld werd met name de laatste dagen versterkt door de bij obligatiehandelaren overheersende opvatting dat de Minister van Financien met een nieuwe staatslening zou komen. Dat de Agent wederom niets van zich liet horen kwam dan ook als een verrassing. Het lijkt evenwel logisch dat de Agent een rustiger marktbeeld wil afwachten, te meer daar hij bij een iets lagere rente de laatste 8,5 procent lening kan heropenen. Dit zou dan de derde tranche van deze lening worden, waarmee de omvang en liquiditeit van deze lening verder kan worden vergroot.

Het attractief houden van guldensbeleggingen zal, zeker nu beleggers zich sterker richten op de hogerrentende EMS-valuta, in deze een belangrijke overweging vormen. Uiteindelijk was de forse stijging van de dollar vorige week -die in twee maanden van 1,63 gulden naar 1,95 gulden is gestegen- de toch al afwachtende obligatiemarkt iets te veel, zodat de Duitse en Nederlandse obligatiemarkten per saldo met iets hogere tarieven afsloten. Wel kon de gulden zijn verbeterde positie zonder problemen vasthouden; bij onveranderd stabiele geldmarkttarieven handhaafde De Nederlandsche Bank het speciale beleningstarief dan ook op 8,7 procent.

Eurokapitaalmarkt

De obligatiemarkten vertoonden afgelopen week vermoeidheidsverschijnselen als gevolg van het wachten op de Amerikaanse Fed. Na tegenvallende werkgelegenheidscijfers en meevallende inflatiecijfers gingen de markten er nog van uit dat een monetaire verruiming niet lang op zich zou laten wachten.

De afgelopen week viel echter uit niets af te leiden dat het zo invloedrijke en door de Fed gestuurde tarief voor Amerikaans interbancair daggeld, de federal funds rate, zou zijn verlaagd ten opzichte van het geindiceerde 6 procent-niveau. Integendeel, nadat geruchten circuleerden als zou de Fed hebben besloten dat de tijd van verruimingen voorbij is maakten de geld- en kapitaalmarkten het voorschot dat zij vorige week alvast op een Fed funds daling hadden genomen ongedaan. Aangezien de obligatiemarkt minder uitbundig had gereageerd op de gedachte van een verruiming (inflatiegevaar) kwam het verschil tussen de lange en korte rente, ofwel het rente-ecart, onder druk te staan. Voeg hierbij nog de op handen zijnde veilingen van Amerikaans overheidspapier en het wordt duidelijk dat ook afgelopen week geen ideaal emissieklimaat voor dollarleningen was gecreeerd, in weerwil van de vaste 'greenback'.

De eurokapitaalmarkt stond dan ook niet in het teken van dollarleningen, maar werd beheerst door het pond sterling. Nadat de afgelopen weken de spread tussen bedrijfs- en overheidsleningen onder druk was komen te staan, voornamelijk voortvloeiend uit het aanbod van 'gilts', werd hierdoor voor veel emittenten het licht op groen gezet om de pondensector aan te boren. In totaal werd de vorige week voor meer dan 1,3 miljard pond aan leningen geemitteerd.

Bron: Institute for Research and Investment Services, Joint venture Rabobank Robeco.