Nederlandse titel voor 'haas'; De Castella wint in marathon van de verrassingen

ROTTERDAM, 22 APRIL. Dat Rotterdam een snelle marathon is bleef gisteren nog overeind, maar verder werd de elfde editie die van de gesneuvelde theorieen. Een atleet die naast een fulltime baan zijn sport bedrijft en de besten ter wereld verslaat werd eigenlijk voor onmogelijk gehouden. Robert de Castella bewees het tegendeel. En een marathon bij de sterksten meelopen zonder dat daaraan een geperfectioneerde training vooraf is gegaan heette ondenkbaar te zijn. Bert van Vlaanderen echter had zich voorbereid op een taak als gangmaker die na dertig kilometer uit de wedstrijd zou stappen, maar de 'haas' werd Nederlands kampioen in een tijd die hem recht geeft op deelname aan het wereldkampioenschap.

De kenners stonden sprakeloos. Jos Hermens, de atletenbemiddelaar die voor veel geld een sterk veld had bijeengekocht, voorspelde vooraf een grote sterke kopgroep die lang bijeen zou blijven en bondscoach Bob Boverman was er confuus van dat “een haas niet afgeschoten wordt, maar gewoon de marathon uitloopt.” Die verrassingen gaven kleur aan de Rotterdamse marathon, die concurrentie te duchten had van de strijd om de wereldbeker in Londen (gewonnen door Jakov Tolstikov in 2.09,19) en die van Madrid (winnaar John Burra in 2.12,19).

De wedstrijd begon sensationeel toen al na enkele meters een van de favorieten, Ahmed Saled uit Djiboeti, ten val kwam. Hij liep weliswaar slechts een lichte handblessure op, maar de ontreddering over de val was zo groot dat hij de strijd staakte. De tweede sensatie was het afhaken van de Ethiopier Belayneh Densimo, die in 1988 op dit parcours een wereldrecord vestigde met 2.06,50. Hij kon het tempo van de twee gangmakers Vincent Rousseau en Nick Rose niet volgen, waardoor vrij snel in de wedstrijd van alle kanshebbers alleen De Castella, de 34-jarige directeur van het Australian Institute of Sport, aan kop bleef. Nog voordat de wedstrijd halverwege was ging de Australier al alleen weg. “Ik had me voorgenomen af te wachten tot ongeveer 35 kilometer en ik was verbaasd dat ik al zo snel weg kon gaan”. Zijn grootste angst gold de toeschouwers. “Wat zijn dat er sinds ik hier in 1983 won veel meer geworden. Maar mensen worden gek als ze een tv-camera zien en daardoor was het in het begin wel plezierig dat ik beschermd werd door de twee gangmakers. Je moet voortdurend geconcentreerd zijn op onverwachte dingen als overstekende mensen en honden.”

Angst voor de concurrentie leek overbodig. Densimo (“Ik kon gewoonweg niet warm worden en ik kreeg last van mijn maag”) was verslagen, Saleh vroeg uitgeschakeld en de Italiaan Panetta, van wie (te) veel werd verwacht, uitgestapt. Pas tegen het einde toen de Mexicaan Dionicio Ceron en de Ethiopier Tesfaye Dadi de tegen zichzelf vechtende De Castella naderden leek het spannend te worden, maar een enkel woord van zijn vertrouweling Jos Hermens was voldoende om het tempo wat op te schroeven. Hij finishte in 2.09,42. Zijn laatste marathonzege dateerde van 1986 in Boston.

Voor de Nederlandse deelnemers gold de Rotterdam marathon als nationale kampioenschap. Bij afwezigheid van de toplopers leek de strijd te gaan tussen Tonnie Dirks en Aart Stigter, die zich gesteund wisten door enkele hazen. Onder hen Bert van Vlaanderen, opofferingsgezind omdat hij zich toch niet speciaal had voorbereid op de totale afstand. Toen Dirks, die al na vijf kilometer last kreeg van een blaar, het tempo net als Stigter niet bleek te kunnen volgen besloot Van Vlaanderen tot het einde door te gaan hoewel hij vooraf had bezworen dat niet te zullen doen. “Ik ben er nog niet aan toe”, zei hij. Dat vergat hij toen de tijd van 2 uur 13 minuten en de titel (een combinatie die goed is voor uitzending naar de wereldtitelstrijd in Japan) binnen zijn bereik kwamen. Zijn zakelijke begeleider Michel Lukkien dacht dat juist de onbevangen start van Van Vlaanderen in diens voordeel weas geweest. “Als haas heb je het gemakkelijker. Je kunt zelfs twee kilometer voor het einde nog uitstappen en niemand die daar iets van zal zeggen.” De Nederlandse kampioen: “Op het laatst waren mijn benen zo zwaar en liep ik nog uitsluitend op wilskracht.”

Tot verbazing van iedereen greep hij de titel. Aart Stigter: “Toen ik hoorde dat ik derde was geworden ging ik er vanuit dat ze een foutje hadden gemaakt, want volgens mij zat alleen Tonnie Dirks voor me. Wie rekent er nou op dat een haas doorloopt?”

Met 2.12,48 voldeed Van Vlaanderen aan de toelatings van de atletiekunie voor deelname aan de wereldtitelstrijd. Hij weet echt nog niet of hij die buitenkans zal aangrijpen en wil daarover eerst overleggen met zijn trainer. Lukkien sprak meteen over een pro fessionele aanpak. Van Vlaanderen mag geen 'boerenkoolloopjes' meer doen, want hij heeft het in zich om een tijd van 2.09 te halen. Hij moet de aanvoerder worden van de nieuwe generatie die na het tijdperk Nijboer-Ten Kate komt.

Bij de vrouwen was de winst verrassend voor een Nederlandse. Joke Kleiweg finishte in een tijd van 2.34,18, eveneens goed voor titel en ticket Japan.