Mystiek Lichaam

Margot Engelen vindt het in haar bespreking van het aan Frans Kellendonk gewijde nummer van De Revisor (NRC Handelsblad, 16 april) 'curieus' dat ik in mijn artikel 'Voor en na Mystiek Lichaam' (Vrij nederland, 9 maart) de roman “stijlvast, onverschrokken en sarcastisch' noem, terwijl ik indertijd een 'herrecensie' zou hebben geschreven waarin ik de roman zou hebben verworpen.

Ik heb nooit een 'herrecensie' over Mystiek Lichaam geschreven: ik heb een tweede stuk over de roman geschreven waarin ik de mogelijk strekking van de roman geconfronteerd met de realistische uitspraken van Kellendonk in het intervieuw dat de week daarvoor in deze krant had gestaan. Dit tweede stuk deed niets af aan de bewondering die ik voor de roman had (en heb); ik was het alleen in vele opzichten niet eens met zijn 'beschavingskritiek' in het interview en in de roman.

Het schijnt voor Engelen nogal moeilijk voorstelbaar te zijn dat bewondering vergezeld kan gaan van kritiek en commentaar. Ik geef toe: daarvoor moet men zich in een wereld begeven waarin nuances er nog toe doen.

    • Carel Peters