Murphy voor transfers naar buitenland

SLAGHAREN, 22 APRIL. Terwijl de voorbereidingen op het Europees kampioenschap op gang zijn gekomen, onderhandelen enkele speelsters van het nationale volleybalteam over een Italiaans avontuur. Zowel Henriette Weersink als Cyntha Boersma vertrekken in ieder geval naar het volleybalmekka, Marjolein de Jong en Erna Brinkman twijfelen nog. Bondscoach Peter Murphy gelooft niet dat de selectie uiteen zal vallen door de uit Nederland vertrekkende dames. Hij moedigt hen zelfs aan om “levenservaring” op te doen. De individuele kwaliteiten van de vrouwen kunnen volgens Murphy groeien en zo een positief effect hebben op de prestaties van het Nederlands team.

Recordinternational Ingrid Piersma, sinds kort weer terug in het nationale team, heeft besloten toch in Nederland te blijven. Met haar 29 jaar vindt zij de offers voor een, waarschijnlijk kort, buitenlands avontuur te groot. Dat enkele teamgenoten er wel aan denken de stap te maken, vindt ze volkomen terecht. “Het is voor die jonge meiden verstandig om ervaring op te doen in een sterke competitie. In Nederland blijf je toch gauw op hetzelfde niveau hangen”, aldus Piersma. “Ik denk niet dat het slecht is voor het Nederlands team.

Als er een goede planning is, kunnen ze waarschijnlijk voor elke interland vrij krijgen. Anders had Peter het natuurlijk nooit zo gestimuleerd.” De nationale ploeg speelt volgens Piersma beter dan voorheen. “We zijn sterker geworden. Daarom ben ik ook teruggekomen; ik geloof in een goed resultaat bij de Europese kampioenschappen en kwalificatie voor Barcelona.”

Vanaf 1 april is het nationaal damesteam bijeen om zich voor te bereiden op het Europees kampioenschap dat in september in Italie wordt gehouden. De kwalificatie voor dit toernooi zit eigenlijk al in de knip. Zwitserland, Luxemburg en Finland kunnen de Nederlandse vrouwen tijdens het kwalificatietoernooi in Basel (5 tot 9 juni) in principe niet meer tegenhouden. Goed presteren bij het Europees kampioenschap is een must voor Murphy en zijn selectie. Een eerste of tweede plaats geeft immers recht op een ticket Barcelona. In het hol van de leeuw moeten teams als thuisland Italie, Joegoslavie en Duitsland worden bestreden. Een niet geringe opgave. De aanloop naar het EK wordt dan ook serieuzer aangepakt dan ooit; dagelijkse trainingen, vele oefeninterlands en een overlevingsweekeinde in de Ardennen. Peter Murphy heeft in zijn strakke planning niets aan het toeval overgelaten. De interlands worden van mei tot en met augustus gespeeld tegen Duitsland (zeven wedstrijden in totaal), de Verenigde Staten (acht maal) en de Sovjet-Unie (vijf maal).

Een zwaar programma, beaamt Piersma. Maar niettemin erg nuttig. “Al met al zijn we een half jaar samen aan het trainen. Gelukkig zitten er ook twee vakanties in die periode. Dat moet ook wel. In Montreux hebben we op een erg hoog niveau meegedraaid en direct daarna kwam Slagharen. Dat we hier twee van de drie wedstrijden verloren hebben, komt deels door de vermoeidheid. We zijn allemaal gewoon aan de komende twee weken vakantie toe.”

Het Nederlands damesvolleybal stond de laatste jaren enigszinds in de schaduw van de mannen. Murphy is echter druk doende om ook het damesteam op wereldniveau te krijgen. Er werd een nieuwe sponsor aangetrokken, waardoor de voorbereiding financieel gezien ook professioneler werd dan ooit. Het grote verschil tussen de mannen en vrouwen blijft natuurlijk het feit dat de heren profs zijn, in dienst van de bond. Dat de dames, die bijna allemaal een baan hebben, nu een half jaar samen trainen mag gerust een unicum genoemd worden. Het is volgens Piersma niet uitgesloten dat gezien de belangstelling van sponsors en de resultaten ook zij in de toekomst professionals van de NeVoBo zullen worden. “Maar ik geloof niet dat we er nu al aan toe zijn.”