Moeder Courage paait nog te weinig

Voorstelling: Moeder Courage en haar kinderen van Bertolt Brecht door Toneelgroep De Appel. Muziek: Paul Dessau. Vertaling: Gerrit Kouwenaar. Decor en kostuums: Tom Schenk. Lichtontwerp: Lex Caboort. Regie: Aus Greidanus. Spelers: Trins Snijders, Carline Brouwer, Hugo Maerten e.a.. Gezien 19-4 Appeltheater, Den Haag. Te zien t-m 1-6 aldaar.

De oorlog is zo'n alomvattend fenomeen dat elke realistische uitbeelding ervan op het toneel wel moet sneven. De oorlog: dat zijn niet alleen de gewapende militairen aan het front, dat is ook Moeder Courage die achter de linies aan zeult met haar kar. Haar wapen is haar radheid van tong, haar kunst om iedereen voor haar zaakjes te paaien. Op hedonistische wijze geniet Courage wel van de oorlog, al gaan haar drie kinderen in diezelfde oorlog te gronde.

Aus Greidanus, acteur en nu regisseur bij De Appel, kiest met ontwerper Tom Schenk voor een vormgeving van Moeder Courage waarin realisme en stilering elkaar in evenwicht houden. Elke scene is, zoals in de film, een betekenisvolle uitsnede van de werkelijkheid. Meteen al bij aanvang staan de beide ronselaars in de regen, hier weergegeven door een smak licht die hen isoleert van de omgeving en waarbinnen, zo tonen de acteurs ons, het regent. De beweeglijke lichtspots van het theater hebben in de voorstelling ook de functie van zoeklichten in de oorlog.

Een verteller, een sterke rol van Hugo Maerten, leidt ons langs de episoden waaruit Moeder Courage bestaat. Courage doolt ditmaal niet rond met een houten kar, ze is de bewoonster van een vouwcaravan, zo een die tegenwoordig overal te zien is waar maar manifestaties zijn.

Het slagveld bestaat uit blikkerende metalen platen die, te zamen met de nadrukkelijk zichtbare lichttorens, aan de uitvoering de sfeer geven gespeeld te worden in een studio. Deze vondst is een trefzekere, uiterst waardevolle vertaling van Brechts idee van het epische theater: kunstgrepen moeten het publiek ervan weerhouden zich door het toneel emotioneel te laten meeslepen. 'Glotz nich so romantisch!' was het verwijt van de toneelschrijver aan het publiek dat er een jonge meisjesachtige idolatrie op nahield.

Greidanus' Courage is naar stijl een voortzetting van Ghetto van Sobol enige tijd geleden, geregisseerd door Erik Vos. De machinegeweren keren terug, de lange leren jassen, de onophoudelijke fysieke dreiging van geweld. Voor Greidanus' indringende, groots gemonteerde beeldentaal was ik ten zeerste ontvankelijk. De roffelende dans met de gasmaskers bij voorbeeld met op de achtergrond historische filmbeelden uit de Eerste Wereldoorlog had een hallucinerend effect. Of het kerkhof voor gevallen soldaten met honderdzestien (zoveel telde ik er) kruisen, alle wit, alle gelijk. En dan is het ook nog vredestijd in deze scene, en niet veel later ramt de chauffeur van de rijkgeworden regimentshoer Yvette de kruisen! Zoiets getuigt van moed en van een associatieve verbeeldingskracht. De laatste twee woorden vormen trouwens de sleutel tot deze voorstelling: ze biedt een associatieve reeks van oorlogsbeelden, zoals die in ieders onbewuste aanwezig zijn, al is men na de oorlog geboren. Loopgraven, gasmaskers, erebegraafplaatsen, zoeklichten in de nacht: het is allemaal onderdeel geworden van ons collectieve historische geheugen.

Lisette Mertens in haar rol van Yvette Pottier benadert heel dicht de speelstijl zoals die Brecht voor ogen stond. Mertens, ooit actrice bij Proloog, toont in haar gestiek uitstekend haar plaats in de voorstelling en haar maatschappelijke positie als prostituee. Carline Brouwer bewijst met de rol van de stomme Katrien dat ze zeer woedend en agressief kan acteren. Haar geroffel op ijzeren vaten met stangen om de stad Halle te wekken is een maatgevende vertolking.

Koste wat het kost heeft Greidanus willen vermijden dat de toeschouwer meesnikt met de lotgevallen van de marketentster. Door Trins Snijders in deze rol te plaatsen is hem dat gelukt, hoewel haar uitbeelding in mijn ogen geen gelukkige is. Trins Snijders als Courage is gedurende de hele voorstelling een en al woede, wrok, ze maakt nauwelijks overgangen, is een monolitisch theaterdier, ze concentreert haar gestiek in haar mondpartij. Tegenover haar kinderen slaat ze dezelfde toon aan als tegenover de soldaten: de toon van de verongelijktheid.

Ze moet juist weten te temen, vleien, paaien, veinzen, lijmen, schmeicheln, kortom een mate van toegankelijkheid tonen waardoor haar rol van moeder in-de-oorlog-tussen-leven-en-dood geloofwaardig wordt, zonder naar het sentiment af te glijden. Nu wierp ze barrieres op.

Misschien speelt de herinnering aan Gisela May die ik onlangs in dezelfde rol zag mij parten en moet Trins Snijders nog de tijd krijgen voor de fatale nuances, die toch het wezen van de toneelkunst zijn.

Want ongrijpbaar dubbelhartig, zo is Moeder Courage.