Mariniers staan in de rij voor Irak

DOORN, 22 APRIL. De telefooncentrale van de Van Braam Houckgeestkazerne in Doorn is permanent overbelast. Talloze mariniers met groot verlof bellen (tevergeefs) om na te gaan of er voor hen een plaatsje is in de groep van vierhonderd die naar Noord-Irak reist. Beveiliging van de kampen voor Koerdische vluchtelingen is daar de eerste taak, maar generaal-majoor W. van Breukelen, gaat er van uit dat zijn mensen te zijner tijd ook zullen assisteren bij de humanitaire hulp.

Eenentwintig kwartiermakers van het korps zijn inmiddels onderweg naar het gebied ten oosten van het Iraakse stadje Zakho waar de kampen zullen worden ingericht. Zaterdagochtend vertrokken zes mariniers en zes landmachtmilitairen rechtstreeks naar Turkije. Zaterdagmiddag ging een groep van vijftien mariniers naar Engeland om vandaar met de Britse collega's eveneens door te reizen naar de Turkse stad Silopi vanwaaruit men Irak intrekt. Komende nacht zullen de eerste honderd manschappen van het korps mariniers naar Turkije vertrekken, de rest volgt zo snel mogelijk. De landmachtgroep van zeshonderd man, voornamelijk bestaande uit genie en medische troepen, volgt over tien dagen.

Vijfendertig dienstplichtigen behoren tot de marinierseenheid. Drie man uit deze categorie die slechts vijftien procent uitmaakt van het korps, gaan niet mee, enkele anderen hebben juist bijgetekend om mee te kunnen. “In mijn compagnie is de mogelijkheid van afhaken niet ter sprake geweest”, zegt majoor Strengholt, een van de commandanten.

In 1962 was het korps mariniers in Nieuw-Guinea voor het laatst actief in een semi-oorlogssituatie. Door hun oefeningen samen met de Britten 's winters in het noorden van Schotland zijn de Nederlandse mariniers ingesteld op de kou en natte sneeuw waarvan sprake is in Noord-Irak.

Volgens generaal-majoor Van Breukelen zullen de mariniers zich angstvallig onthouden van contacten met Koerdische opstandelingen.

“Als je begint met acties tegen de huidige machthebber in Irak, kun je geen humanitaire missie uitvoeren.”

Pag. 3:

Korps onder Brits bevel

Het Nederlandse korps mariniers behoort tot de 'United Kingdom- Netherlands Landing Force'. Dat is een eenheid van ruim vijfduizend man, onder wie 1400 Nederlanders, die onafhankelijk kan opereren. De groep van 400 Nederlanders die zo snel mogelijk naar Irak wordt verplaatst, bestaat uit twee infanteriecompagnieen plus ondersteunende wapens (mortieren, anti-tankwapens, stingerraketten). Verder gaat er extra personeel mee voor medische verzorging, verbindingen en bevoorrading. De Nederlandse mariniers vallen daar onder het commando van de Britse generaal-majoor R. Ross. De hele Brits-Nederlandse strijdmacht valt onder commando van de Amerikanen.

De eenheid is standaard uitgerust met gasmaskers. “Gezien de geschiedenis in het gebied is er alle reden om de gasbescherming goed te controleren”, aldus kolonel E. Klop, de commandant straks in Irak van de Nederlanders. Mocht het tot een gasaanval van Iraakse zijde komen dan zullen er naar zijn idee grote spanningen ontstaan. De Koerdische vluchtelingen noch de Turkse militairen in het gebied beschikken over gasmaskers. “Dat kan tot grote spanningen leiden”, zegt hij. “Wij kunnen daaraan weinig doen, er is niet meer bescherming dan er is.”

De kwartiermakers van de Nederlandse mariniers onderzoeken op dit moment met name of hun landrovers en trucks toereikend zijn voor het vervoer van de eenheid in het berggebied tussen Turkije en Irak.

Eventueel worden de speciale terreinwagens van het korps overgebracht naar het gebied. Die vervoermiddelen zijn net terug uit noord-Noorwegen. Daar trainen ongeveer 800 Nederlandse mariniers gedurende de wintermaanden. Onder barre omstandigheden vertrouwd raken met overlevingstechnieken en het aanleren van (langlauf)skien zijn daar enkele elementen van de opleiding.

Eerste luitenant W. Valk (27) is juist terug uit Noorwegen. Zaterdag vertrok hij als kwartiermaker naar Irak, volgens de regel dat mariniers binnen 48 uur moeten kunnen vertrekken naar iedere brandhaard waar ook ter wereld. Valks roemt de flexibiliteit van het korps. “De Nederlandse marinier denkt mee, daarin onderscheiden we ons van bijvoorbeeld de Britten.”

De eerste reactie op het bevel tot afreizen van de majoor J. Strengholt, luidde: “eindelijk.” Ook hij reisde zaterdagmiddag af in de groep van vijftien kwartiermakers. Negentien jaar al maakt Strengholt uit van het keurkorps. Zijn atletische gestalte en zelfbewustzijn representeren de marinier. Als hij zegt 40 jaar te zijn, laat hij daarop in een adem volgen al bekend te zijn met het gegeven er jonger uit te zien. “Je oefent al die jaren voor situaties waarvan je hoopt dat ze nooit ontstaan”, aldus Strengholt. “Je bent toch een soort timmerman die het maken van een kast alleen in theorie beheerst.”