Kunstkanaal wil activiteiten uitbreiden; Culturele zenders vrezen nieuwe wet

Terwijl RTL4 naar Hilversums voorbeeld voorzichtig wat informatie en cultuur in zijn superlichte programmering doet, is de Nederlandse publieke omroep gezwicht voor de Luxemburgse invloed. Met zeventig procent meer Nederlands drama, 's avonds een 'verstrooiende programmamix' op twee van de drie zenders en geen programma's meer voor minder dan twee procent van de kijkers, lengt Hilversum zijn menu rigoureus aan met luchtige brokjes RTL4.

In een aantal steden bestaat een tegenwicht als het Kunstkanaal, een zender die in 1987 werd opgericht als onderdeel van de manifestatie Amsterdam Culturele Hoofdstad. Het Kunstkanaal verspreidt via de kabel uitsluitend kunstprogramma's. In 1988 werden de activiteiten naar Groningen uitgebreid. In dat jaar werd een soortgelijke zender opgericht voor de kabelnetten van Den Haag en Rotterdam. Na een jaar van intensieve samenwerking kwamen beide stichtingen in 1990 tot een fusie.

Het Kunstkanaal zendt inmiddels wekelijks op zondag via de kabelnetten van Amsterdam, Groningen, Rotterdam, Den Haag en Hilversum uit.

Volgens de 'Cineac-formule' brengt het kanaal registraties van muziek-, theater- en dansvoorstellingen, maar ook documentaires over en interviews met kunstenaars. Maar het Kunstkanaal wil meer: niet alleen in Nederland zijn met tal van andere lokale kabelnetten onderhandelingen gaande, ook in Duitsland (er wordt gesproken met de kabelexploitant in Berlijn) en Belgie (Brussel en Antwerpen) wil het Kunstkanaal uitzenden.

Het Kunstkanaal besteedt behalve aan podiumkunsten ook aandacht aan beeldende kunst, design, videokunst, film en architectuur. Veelal wordt gebruik gemaakt van beeldmateriaal dat eerder in de bioscoop of op de televisie is vertoond, maar op kleine schaal initieert het kanaal ook in eigen beheer vervaardigde programma's. De programma's zijn steeds aangepast aan de stad of regio waarin wordt uitgezonden; een opening of premiere in een bepaalde stad gaat vaak via het plaatselijke kabelnet gepaard met een programma over de betreffende kunstenaar of het uitvoerende gezelschap.

Als komende week het wetsontwerp commerciele omroep in de Tweede Kamer ter sprake komt, zal, hoe de gedetailleerde uitslag daarvan ook zal zijn, in elk geval een duidelijkere scheiding tussen lokale, regionale, publieke en commerciele omroep van kracht worden. De samenstellers van het Kunstkanaal vrezen dat zij tussen de wal en het schip vallen. Nu moeten zij met elk lokaal kabelnet tot overeenstemming komen, liever zien zij een interlokale organisatiestructuur voor hun zender. Daartoe hebben zij - samen met de radiopendant Stichting Concertzender - een amendement opgesteld waarvan zij hopen dat het volgende week in de Kamer door de PvdA wordt ingediend.

De makers van het Kunstkanaal willen graag in staat worden gesteld een landelijk cultureel 'raamprogramma' te maken, aangevuld met een kunst-actualiteitenprogramma per regio. Nu worden de kosten gedragen door het ministerie van WVC en de verschillende gemeenten en kabelexploitanten (totaal 800.000 gulden), incidenteel aangevuld met een subsidie van het Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Omroepprodukties. Het Kunstkanaal hoopt in de toekomt ook op een bijdrage uit de omroepmiddelen. De zender bereikt circa twee procent van de bevolking, wat neerkomt op 15.000 Amsterdammers en 2.000 Groningers.

J. van Nieuwenhoven, PvdA-mediawoordvoerder in de Tweede Kamer, omschrijft het initiatief van Kunstkanaal als “een zeer sympathieke gedachte”. Om de culturele programma's ook op landelijke schaal kracht van wet te geven moeten volgens haar nogal wat technische en praktische bezwaren uit de weg worden geruimd. “Als die bezwaren worden opgeheven voelen wij er veel voor”, zegt Van Nieuwenhoven.

“We moeten ervoor waken het onderscheid tussen landelijke, regionale en lokale omroep niet te verstoren. Maar Kunstkanaal en Concertzender trekken toch een niet te onderschatten hoeveelheid kijkers en luisteraars. Het kost de overheid naar verhouding nauwelijks geld. Er wordt voor een groot deel gewerkt met vrijwilligers. Daar moet de politiek terdege naar luisteren.”

“In mijn fractie zijn we het erover eens dat deze culturele zenders bewaard moeten blijven. Ik heb met een aantal andere fractiewoordvoerders gesproken, en put daaruit de goede hoop dat dit kan voortbestaan. Al krijgt het niet de schoonheidsprijs voor de meest mooie wetgeving, het krijgt wel de waardering van die mensen die dit soort uitzendingen hogelijk op prijs stellen.”