HERLEVEN VAN VERVLOGEN TRADITIES

Heren in rode rijjas en hoge hoed, Engels geklede dames, compleet met hoeden en voiles en de omfloerste tonen van een jachthoorn. Het lijkt nauwelijks meer iets van deze tijd. De drie jachtverenigingen van Nederland houden de jachtgebruiken echter nog springlevend. Op de terreinen van Domein Soestdijk vond als afsluiting van het jachtseizoen het Nederlands kampioenschap voor jachtpaarden plaats. Bijna vervlogen tradities herleefden.

Het jagen met paarden en honden is in Nederland voorbehouden aan een select gezelschap. Zelfs het bestaan van dit selecte gezelschap, is eigenlijk al een wonder. De jachtmogelijkheden zijn in Nederland namelijk uiterst gering. De Nederlandse Jachtwet verbiedt het jagen met honden op levend wild, maar de voornaamste belemmering voor het vrijelijk uitleven van resterend jachtinstinct is de dichte bebouwing van Nederland. Elk paard en elke meute honden zou hier onmiddellijk op snelwegen en in prikkeldraadafzettingen stranden waar de vos dankbaar ontkomt. Bij de jacht is hier dan ook allang geen sprake meer van het gericht op peil houden van de wildstand, het in stand houden van de jachtsport zelf is het doel!

De echte jachtruiter is het om het werk met de honden te doen. Een meute is een kostbaar en tijdrovend bezit, waarmee enige malen per week op gehoorzaamheid in het veld geoefend moet worden. Jacques Bakker is Master van de belangrijkste jachtvereniging in Nederland, de Koninklijke Nederlandse Jachtvereniging (KNJV). Bakker: “Als aanvoerder van het jachtveld kent de Master niet alleen alle honden individueel bij naam, maar weet hij ook welke honden betrouwbaar een spoor volgen. Een goede jachthond laat toevallig opgedoken wild onverstoorbaar passeren, om het oorspronkelijke spoor te blijven volgen.”

Bij gebrek aan vrije jachtmogelijkheden, worden de honden in Nederland op een van tevoren getrokken spoor gezet, de slip. Het rijden van zo'n slipjacht heeft vertrouwde voordelen boven de vrije jacht. De slip volgt comfortabele routes voor paard en ruiter. De jachtruiter weet wat hij voorgeschoteld krijgt: elke jacht garandeert een enkel sprongetje en drie flinke galoppades door weilanden. Ook de honden worden altijd beloond voor hun speurzin. Het beloofde wild volgt uiteindelijk in de vorm van flinke stukken pens.

De Nederlandse jachttraditie leunt sterk op de Engelse. Wie eenmaal in Engeland gejaagd heeft, zal geneigd zijn de van tevoren uitgestippelde veilige Nederlandse jachten tot kinderspel te degraderen. In Engeland gaat het er nog orthodox aan toe. 's Morgens weet de jachtruiter vaak niet waar de honden hem 's avonds gebracht zullen hebben. Soms levert zo'n dag niets anders op dan een gezonde portie buitenlucht en natuurschoon, maar soms ook worden er vijf vossen op een dag gevangen.

In dat geval worden terriers heel gericht op vossenburchten gezet. Zodra een vos 'springt', gaat de hele meute er achteraan en is er voor de vos feitelijk geen ontkomen meer aan. Wellicht komen voor de Engelsen de tijden van slipjachten evenwel ook naderbij, want er wordt meer en meer geageerd tegen het jagen met terriers op vossen. De startpunten van vossejachten worden al zorgvuldig geheim gehouden om protesterend publiek op een afstand te houden en geen jacht gaat meer van start zonder politiebescherming. Wat dat betreft zijn de Fransen een stuk minder scrupuleus. Het uiteindelijk verschalken van het wild is voor de Fransman zo belangrijk dat hij vermoeide paarden inwisselt voor verse en honden ook gerust tussentijds gedeeltelijk vervangt om uiteindelijk maar beet te hebben. Absoluut tegen de etiquette, zo oordeelt de Engelsman onmiddellijk, omdat de prooi zo geen eerlijke kans wordt geboden te ontkomen.

Het woord etiquette is gevallen. Er hoort en mag heel veel wel of juist niet in de wereld van de jacht achter de honden. Zo wordt je niet zo maar Master van een jachtvereniging. Dat is een erebaan waarvoor je moet worden gevraagd. De Master heeft enkele privileges.

KNJV-Master Bakker: “De Master mag een nieuwe specifieke knoop introduceren voor de rijjassen van de leden van zijn vereniging. De jachtzweep van de Master is mooier dan die van zijn hulpen, de whippers-in. Verder bepaalt de Master wie van zijn equipage het waard is de rode rijjas te gaan dragen.”

Vrouwen rijden overigens nooit in rood tenue, maar een jachtruiter met rode jas heeft zijn sporen in het jachtveld verdiend. Hij weet zich te gedragen naar de etiquette, wat bij voorbeeld inhoudt dat de honden worden gevolgd en nooit worden ingehaald en dat in het veld ook de Master nooit gepasseerd mag worden. De kleur rood voor de jas is heel functioneel. De etiquette schrijft namelijk voor dat mannen voor in het veld hun jas uitdoen om obstakels of prikkeldraad te markeren voor de volgende achterhoede.

Sceptici zullen opmerken dat de kleur rood ook het zoeken naar van hun paard gevallen ruiters een stuk vergemakkelijkt. De paardenliefhebber die gewend is naar topsport te kijken, moet er namelijk wel even aan wennen het jachtrijden als serieuze paardesport te beschouwen. De topsporters uit het jachtveld hebben niet zelden de leeftijd van vijftig overschreden. Een zekere leeftijd en status lijkt zelfs een voorwaarde om ooit aan de meet te kunnen verschijnen, want het lidmaatschap van de jachtvereniging kost al gauw duizend gulden, terwijl er wekelijks per jacht dan nog 75 gulden cap-geld neergeteld moet worden. Omdat de gemiddelde Nederlandse jachtruiter puur voor het plezier jaagt en daarbij ijdel is en graag gezien wil worden, betekent jagen in Nederland bovendien feitelijk de aanschaf van een Iers jachtpaard. Een Ierse hunter, gefokt uit de snelle karaktervolle Engelse volbloed en het flegmatieke stevige Ierse werkpaard, toont een combinatie van de ideale eigenschappen voor een jachtpaard: snelheid en hardheid samen met rust en koelbloedigheid. Twee amazones zegevierden op Soestdijk in de sport voor gentlemen: Sabine Ansems en Magda Brugman-van Loo. Maar zij waren dan ook wel gezeten op Ierse heren, hun paarden Roddy More Vict en Cashel Star.

    • Claartje van Andel