Handzaam overzicht Nederlandse omroepbladen

Gids van Nederlandse radio- en televisietijdschriften, Stichting Film en Wetenschap, Amsterdam, (f) 20.

Rond de jaarwisseling kwam in Groot Brittannie een eind aan het meer dan veertigjarige bestaan van The Listener, een weekblad dat al die tijd op leesbare wijze aandacht besteedde aan radio en televisie. Het gaf programmamakers de kans op papier dieper in te gaan op een onderwerp waarover ze een uitzending hadden gemaakt, en het bood ruimte aan doordachte voor- en achteraf-beschouwingen. Het blad moest verdwijnen omdat er domweg te weinig lezers (en dus ook adverteerders) waren en omdat BBC en ITV het zich niet langer konden permitteren er geld bij te leggen.

Zo'n blad heeft in Nederland nooit bestaan. Hier is de tv-kritiek een onontwikkeld genre, dat vaak blijft steken in columnisme en zelden de kans krijgt de omvang en het niveau van de film-, theater-, muziek- of balletkritiek te bereiken. Het kleeft waarschijnlijk aan het medium zelf, dat zich vaak als een opgedirkte del presenteert en dan ook als zodanig wordt behandeld. Maar ook de filmkritiek heeft zich ooit ontworsteld aan het imago van kermisvermaak - waarom zou dat met de tv-kritiek niet lukken?

Bennie Pratasik, student theaterwetenschap, heeft voor de stichting Film en Wetenschap geinventariseerd welke bladen in dit land aan radio en tv werden en-of worden gewijd. Het resultaat, Gids van Nederlandse radio- en televisietijdschriften van 1885 tot 1990, is een bibliografisch overzicht met korte karakteristieken, verschijningsgegevens en huidige vindplaatsen. Uit de bundel blijkt vooral in hoeveel verschillende archieven iets van die bladen te vinden is, hoewel het Nederlands Omroepmuseum een steeds centralere positie als bewaarplaats inneemt. De oogst (niet minder dan 295 titels, van het vroegere VARA-kaderledenblad Achterban tot het verzetskrantje Zij van den omroep uit 1942) oogt indrukwekkend, maar valt inhoudelijk tegen. Wat op dit gebied verscheen en verschijnt, bestaat nu eenmaal vooral uit programmabladen, periodiekjes voor de achterban van een omroep en tijdschriften over zendtechniek en apparatuur.

Pratasik heeft het toekomstige historici met zijn bundel in elk geval een stuk makkelijker gemaakt; hier is handzaam samengevat welk materiaal waar kan worden geraadpleegd. Het is uiteraard niet zijn schuld, dat over de meeste Nederlandse radio- en televisieprogramma's nooit serieuze beschouwingen zijn geschreven.

    • Henk van Gelder